Tour de France

Met de billen op de stang naar beneden, is dat nou echt sneller?

Beeld Eurosport

Met de billen op de stang en de borst plat op het stuur stoof Chris Froome vorige week zaterdag de Peyresourde af. Zijn snelheid liep op tot negentig kilometer per uur. Bij aankomst in Bagnères-de-Luchon had de Brit zijn voorsprong uitgebouwd tot 13 seconden. Genoeg om de gele trui over te nemen.

Vrijwel iedereen had na afloop wel een mening over zijn daalkunsten. Critici vonden het een te gevaarlijke houding. Voorstanders wezen op de tijdwinst.

Maar werkte het wel? Een groepje wetenschappers van de TU Eindhoven, de KU Leuven en de Universiteit van Luik had echter zijn twijfels en besloot de ‘Froome-houding’ te onderzoeken. In een blogpost op Linkedin beschrijft een van hen, hoogleraar bouwfysica Bert Blocken (TU Eindhoven), hoe dat proces in zijn werk ging. Ze zochten een renner met het postuur van Froome en analyseerden met speciale software zijn luchtweerstand in verschillende fietshoudingen: rechtop met de handen op het stuur, de ‘gebruikelijke’ daalhouding en de Froome-pose. En de tijdrithouding, omdat die als meest gestroomlijnd wordt beschouwd.

De resultaten zijn verrassend. De Froome-houding is namelijk niet sneller dan de daalhouding waarbij een renner veilig op zijn zadel blijft zitten. Sterker nog, hij is zelfs iets minder snel. Bij de ‘veilige daalhouding’ is de luchtweerstand 1 procent hoger dan in tijdrithouding. Bij de instabiele houding van Froome is het verschil 1,6 procent.

Hoe Froome dan toch een voorsprong van 13 seconden kon opbouwen? Volgens Blocken omdat hij een deel ervan al in de beklimming pakte. Bovendien daalden de achtervolgers niet in de veilige daalhouding. Ze zaten iets meer rechtop. Hadden zij met hun handen diep in de beugels gehangen, dan hadden ze de Brit misschien nog kunnen inhalen.

In de etappe van gisteren, die bergop eindigde in Finhaut-Emosson, vergrootte Chris Froome zjjn voorsprong op Bauke Mollema.

Tour de France pagina 22-23