The BFG is niet de GVR geworden

Jeugdfilm
De Grote Vriendelijke Reus (Mark Rylance) met op zijn schouder Sophie (Ruby Barnhill).

‘Steven Spielberg, meesterverteller’ heet het retrospectief dat filmmuseum Eye deze zomer aan de regisseur wijdt. Maar meesterverteller Spielberg laat in zijn nieuwe film, The BFG, naar het klassieke kinderboek van Roald Dahl, toch een paar steken vallen. Visueel is de film dik in orde – Londen is een dickensiaans oord van schaduwen en mist, het fantasieland waar de reuzen wonen profiteert enorm van de huidige mogelijkheden van digitale techniek, al blijft de CGI wat zielloos. Maar Spielberg is minder op dreef als het gaat om tempo en ritme van de film; dialogen haperen, scènes meanderen. Dat is een fout waar die andere meesterverteller, Roald Dahl zelf, zelden op te betrappen viel.

Dahl, zelf meer dan twee meter lang, stopte veel van zichzelf in het verhaal over de reus, die op een nacht de zevenjarige Sofie ontvoert en meeneemt naar reuzenland, als ze hem heeft betrapt bij zijn nachtelijke werk: het inblazen van dromen bij slapende kinderen. Hij is een Grote Vriendelijke Reus, maar hij is omringd door nog grotere en sterkere soortgenoten die malse kinderen graag oppeuzelen.

Bij Spielberg krijgt de BFG een traumatische gebeurtenis in zijn verleden mee: een kind dat hij eerder meenam naar Reuzenland is in handen gevallen van zijn mensenetende soortgenoten. Dat is een verdekte verwijzing naar Dahls biografie. Dahl droeg het boek op aan zijn op zevenjarige leeftijd overleden dochtertje Olivia; de filmmakers hebben goed begrepen hoe persoonlijk juist dit boek voor Dahl is geweest. Tussen een dromenbrengende reus en een kinderboekenschrijver bestaat geen wezenlijk onderscheid. Jammer dat dat toch heeft geresulteerd in een nogal anonieme, weinig beklijvende film.

Wat Dahl zo’n goede schrijver maakt, is dat hij niet alleen de fantasieën en wensdromen van kinderen begrijpt, maar ook begrijpt waarom ze die ontsnapping nodig hebben. In zijn boeken wemelt het van wrede, onverschillige of simpelweg dode ouders, er is armoede, ongelijkheid, en er lopen veel nare, wrede kinderen rond die de hoofdpersoon dwars zitten. De schaarse volwassenen die wél aardig zijn bij Dahl zijn incompetent en machteloos: verhalenvertellers zijn weliswaar heel belangrijk, maar ze kunnen de wereld niet beter maken.

Dat geldt ook voor de GVR: hij is een machteloze held. Dat besef maakte Dahl immuun voor sentimentaliteit, maar voor Spielberg is die pil te bitter. Bij hem krijgt vooral het spektakel het volle pond, de angst zit er bij vlagen ook goed in. Maar de intimiteit van Dahls wereld komt niet echt uit de verf, de wreedheid van de kinderen oppeuzelende reuzen en de onderhuidse misantropie van het verhaal zijn flink verdoezeld. Ook op Dahls humor moet de kijker te lang wachten.

Het boek blijft een klassieker, de filmversie van Spielberg zal dat niet blijken te zijn.