Structuur Nationale Politie lijkt juist aan de basis te falen

nrcvindt

Hoewel de Kamer met reces is, en het kabinet vrijwel met vakantie, zou de evaluatie van de Nationale Politie van deze week ook op het strand alarmbellen moeten laten afgaan. Zeker wanneer, zoals nu, bij terreurdreiging wordt verwezen naar de wijkagent die de ‘haarvaten’ van de samenleving in beheer heeft.

Sinds 2013 functioneert die wijkagent niet meer in semi-zelfstandige regionale korpsen, maar in basisteams van 60 tot 200 man als onderdeel van een landelijke organisatie, die ‘probleemgericht’ en ‘informatiegestuurd’ wil werken, met veel generalisten.

Dus minder accent op incidenten afhandelen, betere informatie en communicatie, meer standaardwerkwijzen – meer grip en dus meer resultaten, was het idee. Van die consequent ‘robuust’ genoemde basisteams spiegelde het kabinet steeds hoge resultaten voor.

Het rapport van de Radboud Universiteit en de Stichting Politie en Wetenschap schetst echter een onthutsend resultaat. De gekozen vorm bleek een „radicalisering van het bedrijfsmatige denken” in te houden. De basisteams zijn ondoorzichtig, de aansturing is onduidelijk, de onderlinge samenhang is afgenomen, de afstand tot de burger en de eigen leiding is gegroeid, de schaal is te groot en de werkwijze formeel en traag.

Het rapport noemt de rationalisering van het dagelijkse politiewerk „irrationeel” in z’n gevolgen. Wijkagenten komen juist mínder in de wijk, de flexibiliteit nam af en de verwarring over wie het intern voor het zeggen heeft, nam toe. Juist de noodhulporiëntatie, het ‘meldingen rijden’, blijkt aan gewicht te hebben gewonnen. Daar worden ook de geroemde wijkagenten steeds vaker voor ingezet, die zo dus minder in die wijken aanwezig zijn. Wijkagenten zijn in een isolement terechtgekomen.

Dat er bureaus worden gesloten en aangiften op internet afgewenteld, dat contact met de burger wordt ontmoedigd met een afsprakensysteem, het versterkt de negatieve ontwikkeling. De basisteams vervreemden zich van de burger. Met name de politie op het platteland protesteert. Op de werkvloer lopen de spanningen op. Het geloof in de nieuwe werkwijze is beperkt. Intussen oordeelt de leiding opmerkelijk negatief over personeel dat het ‘niet snapt’.

Nu zijn kinderziektes, nostalgie en weerstand een kenmerk van iedere organisatie die moet fuseren, vernieuwen of samengaan. Maar dit ziet er veel ernstiger uit. Dit betreft immers de kern van de Nationale Politie . Van de politie wordt in tijden van substantiële terreurdreiging veel verwacht. Kabinet noch korpsleiding kunnen dit op hun beloop laten. Dat snapt iedereen. Zeker niet zolang je suggereert dat de politie in de ‘haarvaten’ meekijkt. Dat is echt niet zo.