Schubertiaanse lyriek en geplukte akkoorden

Schubert en Jeff Beck beginnen aan een tweede jeugd. De componist doet dat dankzij een hedendaagse cellist, Beck werkt samen met twee rebelse jonge vrouwen.

Cellist Matt Haimovitz (1970) was dertien toen hij op het laatste moment zijn celloleraar verving bij een uitvoering van Schuberts Strijkkwintet in Carnegie Hall, met op de andere stoeltjes levende legendes als Isaac Stern en Mstislav Rostropovitsj. Dat Haimovitz warme gevoelens koestert voor Schuberts meesterlijke strijkkwartet-plus-cello is dus niet zo verwonderlijk. Zijn opname met het Miró Quartet is kraakhelder, dynamisch en rijk geschakeerd. Met pianist Itamar Golan speelt hij Schuberts ‘Sonate voor arpeggione’, en net als in het ‘Strijkkwintet’ is het verfijnde samenspel een attractie. De arpeggione, een soort gestreken gitaar, was indertijd een nieuw instrument, en is sindsdien vergeten. De schitterende schubertiaanse lyriek en de geplukte akkoorden komen ook op Haimovitz’ cello uitstekend tot hun recht.