Ook de staat New York klaagt Volkswagen aan

Dieselschandaal

De Volkswagen-top wist al jaren van het gesjoemel met software, zegt de openbaar aanklager van New York, maar hield dat verborgen.

Martin Winterkorn, de vorig jaar afgetreden Volkswagen-topman. Foto Kai Pfaffenbach / Reuters

De juridische gevolgen voor Volkswagen in Noord-Amerika wegens het sjoemelsoftwareschandaal worden steeds groter. Dinsdag maakte de openbaar aanklager van de Amerikaanse staat New York bekend dat hij een civiele procedure begint tegen de Duitse autofabrikant wegens het overtreden van milieuregels. Ook de staten Massachusetts en Maryland hebben dinsdag een aanklacht ingediend tegen Volkswagen.

Vorige maand trof Volkswagen nog een megaschikking van 15,3 miljard dollar (13,8 miljard euro) met de federale Amerikaanse autoriteiten, waaronder de milieutoezichthouder EPA, en Amerikaanse autobezitters. In die schikking bleef voor individuele staten de mogelijkheid open te procederen. Dat gebeurt nu. De drie staten eisen honderden miljoenen dollars aan schadevergoedingen en milieuboetes van Volkswagen en dochterbedrijven Porsche en Audi.

Ook in Canada wordt onderhandeld over een schikking met autobezitters. Mogelijk komt die er dit jaar nog. In Europa verzet Volkswagen zich tegen een soortgelijke regeling. Europese bezitters van ‘sjoemeldiesels’ krijgen vooralsnog alleen een gratis software-update.

Volgens de New Yorkse aanklager Eric Schneiderman wist de Volkswagen-top al jaren dat in de auto’s sjoemelsoftware zat. Onder hen ook de vorig jaar afgetreden bestuursvoorzitter Martin Winterkorn. De top zou vanaf 2014 een zorgvuldig geregisseerde operatie hebben opgezet om het gebruik van de sjoemelsoftware verborgen te houden en belastend materiaal te laten verdwijnen. Ook een brede laag direct onder de top zou hieraan hebben meegewerkt.

Schneiderman stelt dat Volkswagen de Amerikaanse en Europese autoriteiten meer dan een decennium heeft misleid. In de aanklacht spreekt hij van „een cultuur van diepgewortelde arrogantie binnen de onderneming gecombineerd met het bewust negeren van de regels van de wet en het toebrengen van schade aan de volksgezondheid en het milieu”.

In de aanklacht staat ook dat Matthias Müller, de nieuwe topman, in 2006 bij gesprekken met ontwerpers heeft gezeten die uiteindelijk hebben geleid tot de inzet van de sjoemelsoftware. De ontwerpers stuitten destijds op het probleem dat bepaalde, luxueuze dieselauto’s niet aan de strenge, Amerikaanse emissienormen voldeden. Schneiderman beweert niet dat Müller wist van de daaropvolgende installatie van sjoemelsoftware of daarvoor toestemming had gegeven, maar dat de technologische ‘uitdagingen’ die aan de basis daarvan stonden onder zijn aandacht zijn gebracht.

In mei zei Volkswagen nog dat de top niets te verwijten valt. De top trok die conclusie op basis van een tussenrapportage van het Amerikaanse advocatenkantoor Jones Day, dat door Volkswagen is ingehuurd om onderzoek te doen naar de affaire. Vorige maand, voorafgaand aan een aandeelhoudersvergadering, herhaalde Volkswagen die boodschap. Op basis van de informatie waarover Volkswagen toen zei te beschikken waren er „geen ernstige en duidelijke schendingen van de zorgplicht [jegens klanten, red.] door huidige en voormalige leden van de raad van bestuur vastgesteld”.

Vorig jaar bleek dat Volkswagen software had geïnstalleerd in verschillende dieselautomodellen waarmee milieutests konden worden gemanipuleerd. Wereldwijd gaat het om ongeveer 11 miljoen auto’s. De dieselwagens stootten op de rollenbanken veel minder aan schadelijke stoffen als stikstof uit dan ze op de weg deden. De zaak kwam in september in de Verenigde Staten aan het rollen.