Ontbeugeld

Na drie wortelkanaalbehandelingen, vijfentwintig gaatjes en het trekken van twee kiezen besloot ik in 2014 mijn kruisbeet op te offeren door een beugel te nemen (ik kreeg zelfs een deel vergoed, zo urgent was het). Nu mijn tanden zo recht staan dat je er een waterpas op kunt afstellen, ik mijn wortels niet meer kapot knars en tandrot tot het verleden behoort, heb ik enorme spijt.

Aanvankelijk sprong ik een gat in de lucht toen mijn tandarts zei dat ik dentaal in de steigers moest. Dat zou betekenen dat ik eindelijk normaal zou kunnen flossen en stokeren, beter nog: dat zou betekenen dat ik nooit meer een gaatje tussen mijn tanden zou hebben (wat echt heel naar is). Ik was ook wel blij met de esthetische gevolgen, want mijn gebit leek op zijn best op een afgebrand grafveld. Ik was daardoor altijd heel erg onder de indruk van rechte gebitten. Ik had zelfs een geheim bestandje op mijn computer met plaatjes van mooie tanden van onder anderen Kate Beckinsale, Halle Berry en Beyoncé (nu ik dit opschrijf voel ik me een enge man). Ik kon even betoverd staren naar een gelijkmatige rij ondertanden als onze regering naar de schilderijen van Marten en Oopjen. Daardoor dachten veel mensen vaak ten onrechte dat ik met ze wilde zoenen, terwijl ik helemaal niet aan snavelen dacht, alleen maar dat de natuur soms zo mooi kon zijn. Meer niet. Je wilt ook niet meteen tongen met een geslaagde knotwilg.

Toen mijn beugel werd geplaatst, was ik dolblij. Niet alleen omdat het een doodsteek voor tandplak betrof, maar ook omdat ik nu gewoon in de spiegel kon kijken als ik mooie tanden wilde zien. Een soort thuisbezorgd.nl voor mooie plaatjes. Binnen korte tijd stond de boel in het gareel, maar ik werd er niet echt warm van. Mijn gebit was prachtig, maar ik had echt niet zoveel lol in het staren naar mijn eigen mond. Tegelijkertijd merkte ik dat mooie tanden van anderen me opeens koud lieten. De schattige snijtanden van Angelina Jolie, de overbeet van Eva Mendes: de exclusiviteit was er vanaf. Ik was kieskeurig geworden. Bij tandverzamelingen die ik eens volmaakt vond, zag ik nu opeens wat er mis was. Waar ik vroeger bewonderde, kon ik nu alleen nog maar naar de minpunten waarnemen. Rechte tanden waren mijn fetisj. Nu ik mijn festisj ben geworden, is het voorbij. Ik val op veel, maar niet op mezelf. Had ik maar nooit een beugel genomen. Dan was de wereld een stuk mooier geweest.

Ellen Deckwitz heeft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.