Letterdieverij en plagiaat

Ze was me niet eerder opgevallen, Melania Trump. Donald Trump omringt zich graag met fotomodelachtige vrouwen en ik was er stilzwijgend van uitgegaan dat een van de vrouwen in zijn entourage zijn echtgenote was. Meer wist ik niet.

Melania’s toespraak heeft dat in één klap veranderd: met een paar zinnen heeft zij de aandacht van de wereld op zich gevestigd. Zij blijkt uit Servië te komen, „bikinimodel” te zijn geweest en wordt nu in Wikipedia omschreven als „sieraden- en horlogeontwerpster”. Daarnaast heeft Melania, volgens dezelfde bron, een zogenoemde „huidverzorgingslijn” die „Melania Caviar Complexe C6” heet. Huidverzorging met een kaviaarafgeleide: dat zal geen goedkoop smeerseltje zijn.

Het interessante van deze plagiaataffaire vind ik onder meer dat niet alleen de woorden, maar ook de omstandigheden zijn gekopieerd. Het ging niet zomaar om een praatje, maar om de keynote speech op een conventie, een speech die tot doel had de menselijke kanten van de presidentskandidaat te benadrukken.

Sommige commentatoren denken dat we hier met een pr-stunt te maken hebben. Wellicht zal het nu door de Republikeinen op die manier worden uitgelegd, maar in werkelijkheid moet het om kolossale domheid gaan. Want het is natuurlijk niet slim dat Melania Trump eerst voor de camera’s beweert dat ze haar speech grotendeels zelf heeft geschreven, waarna Trump in een officieel perscommuniqué laat weten dat zij haar speech met een „team of writers” schreef.

Het grappigst vind ik nog dat sommige Republikeinen nu met droge ogen beweren dat er ab-so-luut geen sprake is van plagiaat. Sterker: dat zou een absurde beschuldiging zijn. Terwijl de bewijzen van het tegendeel voor iedereen te zien zijn. Je ziet dat soms bij kinderen: glashard ontkennen dat ze het snoepje hebben gepikt dat ze zichtbaar achter hun rug houden.

Plagiaat is via het Frans ontleend aan Latijn plagiarius, dat ‘letterdief’ betekent. Niet onverwacht leidde deze kwestie tot een taalvraag, namelijk over de herkomst van de woorden plagiaat, letterdief en letterdieverij.

De woorden letterdief en letterdieverij waren er het eerst. Letterdief duikt al in 1706 op, in een bericht in de Opregte Leydse Courant over een kaartenmaker „die een letterdief is verklaard”. Als straf werd zijn drukplaat (van een kaart van Frankrijk) gebroken, alle gedrukte exemplaren werden vernietigd en de kaartenmaker moest een „groote somme gelds” betalen.

In kranten uit de achttiende eeuw zijn allerlei berichten over letterdieven en letterdieverij te vinden. Het zonder bronvermelding overnemen van teksten was toen eerder regel dan uitzondering, maar soms leidde dit kennelijk toch tot protesten en sancties. De Leeuwarder Courant noemde Voltaire in 1773 „een der grootste Letterdieven die ooit te voorschijn kwam”.

Het woord plagiaat duikt bij mijn weten in 1800 voor het eerst in het Nederlands op. Het tijdschrift Algemeene Vaderlandsche Letteroefeningen publiceerde toen een artikel getiteld „Iets over het Plagiaat of Letterdievery”.

Plagiaat en letterdieverij worden nog steeds naast elkaar gebruikt, hoewel letterdieverij inmiddels een beetje oubollig klinkt. Zelf vind ik letterdieverij een prachtig woord, voor een laakbare praktijk die in dit geval nog weleens grote consequenties zou kunnen hebben.

Ewoud Sanders schrijft wekelijks over taal. Twitter: @ewoudsanders