Jij gaat ver? Wacht maar af, ik durf veel meer

Eten of gegeten worden. De Verleiders. The Neon Demon. Helmut Newton.

Op de valreep toch nog even naar een bomvol Carré, voor De Verleiders, theaterfenomeen met voorstellingen over bestuurlijk Nederland. Taai? Welnee. Die voorstellingen zijn kassuccessen. In oktober komen ze met Slikken en Stikken, over het zorgstelsel. Dit stuk heet Door de bank genomen, dus nu liggen we dubbel om hoe wanbesturende bankiers te kakken worden gezet.

Het is ouderwets theater, met onderonsjes met de zaal ten koste van die overduidelijke schurken-in-maatpakken. Het verhaal gaat dat de acteur die vroeger zo’n boef speelde, weleens bij de artiesteningang werd opgewacht en in elkaar geslagen. Kunst en realiteit vloeiden dan in elkaar over. En nu zie ik zoiets in Carré ook gebeuren. Alleen wachten wij niet hen op, maar zij ons: het zaallicht gaat aan en ze smalen over het publiek, dat er nogal benauwd uitziet, ineens. Want we zijn er allemaal ingetuind, met een verkeerde lening of al te enthousiaste hypotheek. En dat weten we nu.

Kunst en werkelijkheid hebben een precaire verhouding. Ze zijn niet dol op elkaar, liever houden ze elk hun eigen schijn op. Maar zonder elkaar, dat gaat niet. En zoals bij alle grote liefdes gedijen ze bij wederzijdse provocatie: jij denkt dat je ver kunt gaan? Wacht maar, ik durf veel meer.

Vandaar dat ik mild grijnsde toen ik las dat filmer Nicolas Winding Refn, in een van de vele interviews vorige week, beweerde: „Met de realiteit heb ik niks te maken.” Ik ging zijn film The Neon Demon zien, en ja hoor: die realiteit was niet te stuiten. De provocatie is dat de film de modewereld flamboyant neerzet als een broeinest van zombies: de fotomodellen lusten hun concurrente rauw – letterlijk. Aha, ik snap het: de modewereld vreet zichzelf op. De meiden zijn mooi-monsterlijk maar realistisch neergezet. Uiteraard, anders kon hun kannibalisme ons geen klap schelen. Ondertussen laakt de film het ongebreidelde machtsmisbruik door modeontwerpers en -fotografen.

Kijk maar naar de foto’s van Helmut Newton, in een retrospectief op zijn werk in het Amsterdamse fotografiemuseum Foam. De legendarische modefotograaf die de modellen aanwendde (iets anders kan ik er niet van maken) voor zijn glamourfantasieën uit de soft-erotische trukendoos. Naakte vrouwen als reuzinnen. Geknevelde vrouwen. Een gezadelde vrouw op handen en knieën.

Foto’s zijn gevaarlijk, ze stelen je ziel, hoor je wel eens. Hier wordt niks gestolen, hier wordt de ziel gewoon ontkend.

De fantasieën van modefotografen zitten al snel in die hoek, met de suggestie van geweld, soms verzacht door wat lesbisch gekroel. Zie ook The Neon Demon. Klef vind ik die foto’s vaak, maar ik heb het gevoel dat ik dat niet mag zeggen. Want dan ben ik een zedenpreker. Wat ik niet ben, werkelijk niet, het kan me niet zedeloos genoeg. Maar laat me op zijn minst opmerken dat mannen, met of zonder mode, nooit zo worden gefotografeerd.

Ik weet het, de modefotografie levert geweldige foto’s op. Zie Helmut Newton.Die foto’s pakken nogal eens vrouwenhaterig uit. Zie Helmut Newton.Maar, zeggen ze dan, zulke foto’s drukken juist bewondering voor sterke vrouwen uit! Zie Helmut Newton.

Jaja, klaar ben je. Want wie bewondert zo’n fotograaf nou echt? Zichzelf.