In Istanbul gaat Erdogans aanhang dagelijks de straat op

Het Taksimplein, kort geleden nog een plek voor anti-regeringsprotest, is nu in handen van Erdogan-aanhangers. „We blijven tot het niet meer nodig is.”

Foto: Onur Halit Sandal

Münevver (53) hinnikt van het lachen. Ze heeft thuis lappen aan elkaar genaaid en volgepropt. Pyjama erover heen en voilá, pop op een stok van Fethullah Gülen. „Ik wilde hem zelfs groter maken, maar ik was bang dat ik hem dan niet meer zou kunnen dragen.” Op de borst van de voddenpop staat: „Ben je bang? Heb je in je broek geplast uit angst?”

Foto Onur Halit Sandal

Foto Onur Halit Sandal

Münevver, die erg beïnvloedbaar overkomt, loopt genietend tussen de menigte op het Taksimplein in Istanbul. Sinds de verijdelde coup van vrijdagavond staat hier en op andere pleinen in de grote steden iedere avond een mensenmassa. Ze beschouwen zich als een burgerwacht voor de democratie en deinen mee op bekende Turkse liederen en Ottomaanse marsmuziek. Twee stappen naar voren, een terug.

Münevver komt uit hetzelfde dorp als de familie van president Erdogan, Güneysu. Hoe lang ze naar Taksim blijft komen? „Net zolang tot onze president zegt dat het niet meer nodig is.”

De pop roept reacties op. Mannen willen ermee op de foto. „We zullen je verbranden”, scanderen ze. Een man houdt een aansteker onder het pyjamashirt dat snel vlam vat. Iedereen filmt.

Tussen de Turken lopen groepjes vluchtelingen uit Syrië en Irak. „We vieren met de Turken dat ze hun soldaten hebben verslagen. In Syrië gebeurt het omgekeerde”, zegt Selim uit Syrië, die een sjaaltje met een Turkse vlag om heeft. Zijn vriend Fahid zwaait met een Syrische vlag. Vlaggen kosten anderhalve euro. Glimmende rode heliumballonnen ook.

Foto: Onur Halit Sandal

Foto: Onur Halit Sandal

Het Taksimplein in het Europese hart van Istanbul heeft in de recente Turkse geschiedenis een speciale betekenis. Het plein, met in het midden een groot standbeeld van Atatürk, was lang vooral het domein van de seculiere elite van het land.

Vanaf het moment dat Erdogan, vertegenwoordiger van de achtergestelde religieuze meerderheid, burgemeester van Istanbul werd, heeft hij geprobeerd er zijn stempel op te drukken. Dat probeerde hij onder meer met plannen voor de bouw van een moskee en door op de plaats van het kleine Gezipark een winkelcentrum aan te kondigen. Dat was de aanleiding tot massale anti-regeringsprotesten in juni 2013.

Dinsdag herhaalde Erdogan tussen alle bedrijven door dat die bouwplannen wat hem betreft gewoon doorgaan en dat hij er nog een paar heeft. Het is een provocatie aan het adres van de oppositiegroepen die in de Gezi-protesten drie jaar geleden het plein bezetten en zijn aftreden eisten. Nu bij alle staatsinstellingen en in het onderwijs een grootschalige zuivering gaande is houden die mensen zich meer dan ooit gedeisd. Aan het Atatürk operagebouw wappert het portret van Erdogan.