Ieder in de flat heeft ramen open, behalve op éénhoog. ‘Politie!!’

Het Haagse hennepteam Zo’n honderd kwekerijen rolt een medewerker van het hennepteam jaarlijks op. En dat gaat steeds efficiënter. Op stap met het team van de Haagse politie. „Ja hoor, verbroken ijkzegels.”

Het Haagse hennepteam, met onder meer een slotenmaker en een medewerker van het elektriciteitsbedrijf, afgelopen maandag bij het oprollen van een wietplantage in een flat. Foto’s David van Dam

Een agent bonkt een paar keer hard op de voordeur. „Politie!” Zijn collega echoot erachteraan. „Pólitie!”

Geen reactie. Nu begint de slotenmaker aan zijn klus. Geknield voor de deur, huisnummer 194, pakt hij de hogetoerental-frees erbij. Agenten om hem heen houden hun vingers alvast in de oren. In het halletje van zo’n portiekwoning, weten ze, gaat het geluid door merg en been.

Op het vorige adres had het Haagse hennepteam weinig succes. Met de lift had het hele clubje – slotenmaker, agenten, medewerker van gemeente, elektriciteitsbedrijf – de vijfde verdieping van een nieuwbouwflat bezocht na een tip via Meld Misdaad Anoniem. Er zou een hennepplantage zijn. Bijna zesduizend rolde de politie er op vorig jaar. Zestien per dag, blijkt uit nieuwe cijfers van de politie opgevraagd door NRC. Dat is tien hectare wiet. Eenderde van de Keukenhof. Driekwart wordt opgerold na een tip via de anonieme tiplijn – buren die iets ruiken, iets zien. Maar ditmaal bleek het appartement leeg, op een bed, een bank en een plant na.

Meldingen zijn soms vals, kan gebeuren. Niet zelden omdat een bewoner zijn buurman wil treiteren. ‘Opplussen’ is daarom het devies. Wie is de bewoner? Heeft die een strafblad, huurachterstand? Bij meer aanwijzingen valt het team pas binnen.

Agent Jurre, dertiger met hippe baard, trekt het zaklampje uit zijn riem. „Zal ik je even bijschijnen?” De slotenmaker knikt. Hij grijpt naar een schroevendraaier.

2107IHNweedDef2

Truc: doen alsof flat bewoond is

De kans op succes is groot bij dit appartement. Het is warm en iedereen in de sociale huurflat heeft z’n ramen open, behalve op éénhoog. Daar zijn ze potdicht. En al staan de lamellen open, gordijnen dáárachter ontnemen ieder zicht. Doen alsof het appartement bewoond is, een klassieke truc, weet het hennepteam. Post uit de bus halen, het licht een paar uur laten branden, radio aanzetten. Op het balkonnetje achter het huis staan een tafel en twee stoeltjes.

Maar de energie die de plantjes in razend tempo doet groeien, in tien weken van stek tot oogstrijp, kun je niet verbloemen. Dat kost kilowatt. Veel meer dan een normaal huishouden kan verbruiken, al draaien de wasmachine, de vaatwasser en de droger continu. René van elektriciteitsbedrijf Stedin dook zojuist onderin het gebouw de meterkast in en mat op huisnummer 194 elf ampère, tweemaal de max. Bingo.

En al die warmte, die moet ergens naartoe. Steeds vaker gebruiken telers tenten om hun plantjes in te kweken. Zo’n wiettent, in de volksmond ‘de hypotheker’, houdt de warmte tegen – lastig voor de politie met haar warmtecamera. Maar ook die tenten hebben een afzuig naar buiten nodig. En dan de geur. Ventilatoren draaien overuren om de wietlucht te verdrijven. Maar verser wordt de lucht binnenin er niet van. Op huisnummer 194 had agent Jurre zijn vingertop al even langs de sponning van de voordeur gehaald. Zwart van het stof.

De slotenmaker trekt het slot eruit en agent Jurre valt binnen, zijn collega erachteraan. „Politie!” „Pólitie!”

Tien tellen later staan ze alweer buiten.

„Veilig?”

„Veilig.”

Roze zijn de muren, het laminaat van goedkope soort. Op de grond in het gangetje staat een schoteltje met blauwe geurparels. Een grote afzuigbuis vult de gang. Een douchegordijn schermt de woonkamer af.

Sensor in deurpost

„Ze weten al dat we binnen zijn”, zegt agent Jurre. Hij wijst naar de binnenkant van de deurpost. Daarop zit een klein wit blokje met tape omwikkeld. Een sensor. Bij beweging krijgt iemand, de kweker, een seintje op zijn telefoon. „Er zal zo wel iemand langs het huis komen rijden.” Vandaar dat de politie haar busje prominent voor het huis zet. Ze wil voorkomen dat de kweker denkt dat een ripper zijn planten steelt. Voor je het weet loopt zo iemand binnen met een vuurwapen.

René, van het elektriciteitsbedrijf, duikt gelijk de meterkast in. „Ja hoor, verbroken ijkzegels. Telwerk teruggedraaid.” Een agent tilt het douchegordijn opzij en loopt door naar een zwarte tent die de hele woonkamer vult. Daarin staan bakken vol plantjes, circa zes weken oud, in het volle licht. Er heerst een serene stilte, op het ruisen van ventilatoren na.

Efficiëntie is na decennia gedoogbeleid het sleutelbegrip. Bij de wiettelers, die het plantje behandelen met de kunde van een plofkipboer, maar ook bij de handhavers. Stormden ze vroeger met een treintje van tien man een plantage binnen, tegenwoordig zijn drie agenten genoeg.

In Zuid-Nederland zijn de  meeste plantages opgerold.

In Zuid-Nederland zijn de meeste plantages opgerold.

Schatting van gestolen energie

Ter plaatse schat Stedin de gestolen energie, zoekt iemand van de woningbouw naar gegevens over bewoning en kijkt een financieel rechercheur of er van de bewoner goederen te ontnemen zijn. De mannen van de ontruiming zijn intussen gebeld.

Forensisch rechercheur Annemiek komt binnen met een grote tas. Ze loopt rechtstreeks naar de keuken, spreidt een kleedje uit over het aanrecht en pakt de roetkwast. Sporen verzamelt ze van lampenkappen, lichtknopjes, deurposten, peuken, blikjes drinken en, beste vingerafdruk, de kleefkant van een stukje plakband. Liefst zo dicht mogelijk bij de plantjes, dat levert in de rechtszaal het sterkste bewijs. En desnoods in de slaapkamer, de badkamer. Al levert de tandenborstel vaak een mengprofiel, door meerderen gebruikt. „Smerig.”

Annemiek opent de zwarte tent. Met het roetkwastje begint ze over gladde oppervlakten te strijken, reliëf verstoort het lijnenbeeld. Eerst het tentzeil, dan de lichtkap. Vingerafdrukken doemen op. Ze kan de lijnen dromen. „Als ik in De Bijenkorf ben en ik zie zo’n dikke handafdruk op de draaideur, denk ik soms: hé, dat is een mooie om een spoor af te trekken.”

Al gauw honderd kwekerijen rolt een medewerker van het hennepteam jaarlijks op. In woonhuizen, schuren, bedrijfspanden, boten. De ouwe rotten in het vak zagen de teelt professionaliseren. Groeide de wiet in de jaren tachtig nog weleens tot het plafond, nu komen ze vooral kleine plantjes tegen, snelgroeiers, van perfecte veredelde stekken, met een maximum aantal toppen. Honderd euro aan wiet brengt zo’n plantje op. Stop er tachtig in een kweektent, oogst vijf maal in het jaar en tel uit je winst.

Er is niet tegenop te rechercheren, weten de leden van het hennepteam. Zet er tweemaal zoveel speurders op en je rolt er tweemaal zoveel op. Maar dan ben je nóg niet op de helft van het geschatte aantal kwekerijen in Nederland – zeker 30.000.

Wietteelt in Nederland is uitgegroeid tot een kat- en muisspel tussen „de grote jongens” en de politie. De kleintjes zijn wel te pakken.

2107IHNweedDef1

Katvangers en wietboeren

De kleintjes, dat zijn de katvangers, mensen met schulden die thuis wel een kwekerijtje willen beginnen en in opdracht werken van de échte wietboeren. Maar die laatsten, die pak je niet zomaar. Die werken georganiseerd. Die maken hun handen niet vuil. Tien, twintig plantages hebben organisaties verspreid over Nederland. Duizenden en duizenden plantjes. Verstopt op de vreemdste plekken. Op sommige kwekerijen liggen geen peuken op de grond. Daar nemen de knippers hun drinkbekertjes mee naar huis.

René van het energiebedrijf rolde van zo’n organisatie eens drie kwekerijen in één week op. De laatste zat écht goed verstopt. De wietboer kreeg een half jaar celstraf en in de rechtszaak gaf-ie René een hand. ‘Knap hoor, dat je die laatste gevonden hebt’, zei hij. ‘Je hebt me flink te grazen gehad. Maar ik maak me niet druk. We zitten met een aantal mensen in de hennep. Als ik vastzit krijgt m’n vrouwtje wel te eten’. René: „Ze voelen zich onaantastbaar.”

Een busje stopt buiten op straat. Buurtgenoten zien hangend uit het raam hoe twee mannen de wiet, 305 planten, in een shredder verpulveren tot een zielig hoopje gft. Intussen heeft een agent het nummerbord van een auto genoteerd. Al driemaal reed die stapvoets door de straat.