Het schildpadschild? Dat diende niet als pantser

Fossiel

De verbrede ribben van de oerschildpad dienden als ondersteuning bij het ingraven, zo blijkt uit analyse van een fossiel.

Tekening van oerschildpadden in zelfgegraven holen. De dieren waren ongeveer 30 centimeter lang. Onder: fossiel van oerschildpad Eunotosaurus. Tekening Andrey Atuchin

Het schild van de schildpad is niet ontstaan als pantser, maar als ondersteuning bij het ingraven – 260 miljoen jaar geleden. Dit is duidelijk geworden door de vondst van een fossiel van de schildpadvoorouder: Eunotosaurus africanus. Dat was een 30 cm groot reptiel dat eruit ziet als een combinatie van een hagedis en een schildpad.

Het fossiel is een paar jaar geleden al gevonden door een 8-jarig jongetje op het land van zijn vader in Zuid-Afrika. Het is nu beschreven en geanalyseerd door paleontologen in het tijdschrift Current Biology.

Door deze ontdekking is het raadsel van de oorspronkelijke functie van het schildpadschild eindelijk opgelost. Het opmerkelijkste aan de Eunotosaurus is dat het dier een gedeeltelijk schild had, dat bestond uit een verbreding van de ribben. Bij de latere schildpadden groeien die verbredingen uit tot het huidige gesloten schild.

De verbrede ribben hielpen de oerschildpad bij het graven. De voorpoten moesten daarbij veel kracht zetten en het ‘schild’ gaf de benodigde stevigheid en stabiliteit. Dat ingraven was een cruciaal onderdeel van de overlevingsstrategie van de oerschildpad. Door zich in te graven kon het dier ontkomen aan droogte en hitte op hete zomerdagen.

De ontdekking van deze gravende leefwijze van de oerschildpad werpt ook een nieuw licht op de vraag of de schildpad is ontstaan als land- of als zeedier. Het is dus het land: Eunotosaurus is een landdier.

Maar zijn graafpoten blijken bij nadere beschouwing ook voordelen te hebben in het water. Want met graafpoten kan je óók goed zwemmen.

Wetenschappers vermoeden daarom dat de oerschildpad al relatief snel na het ontstaan zijn leefgebied uitbreidde naar water. Schildpadachtige fossielen van zo’n 220 miljoen jaar oud – 40 miljoen jaar na Eunotosaurus – zijn gevonden in een wateromgeving.