Erdogan kondigt noodtoestand af voor Turkije

De Turkse president acht het besluit noodzakelijk om de verantwoordelijken voor de mislukte staatsgreep te bestrijden.

Erdogan tijdens een persconferentie eerder vandaag. Umit Bektas/Reuters

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan heeft woensdagavond een drie maanden durende noodtoestand afgekondigd voor zijn land. Het besluit is volgens hem noodzakelijk om de Gülen-beweging effectief te bestrijden, meldt Reuters. Erdogan houdt de geestelijk leider Fethullah Gülen verantwoordelijk voor de mislukte staatsgreep van afgelopen vrijdag.

De president had woensdag een vijf uur durend overleg met de Nationale Veiligheidsraad. In een persconferentie gaf hij een toelichting op wat daar besproken werd. Zo verklaarde Erdogan dat hij het Turkse leger weer onder controle heeft en dat hij als opperbevelhebber het “virus” dat rondwaart binnen de strijdkrachten persoonlijk zal uitroeien.

Het afkondigen van de noodtoestand houdt onder meer in dat Erdogan het parlement kan passeren bij het doordrukken van wetswijzigingen. Ook kunnen de rechten en vrijheden van burgers beknot worden als dat volgens de regering nodig is.

Zuivering

Erdogan bezwoer op de persconferentie dat hij geen concessies zal doen ten aanzien van de democratie en vrijheden die daarbij komen kijken:

“Het doel van deze noodtoestand is om snel en effectief alle noodzakelijke stappen te zetten om de bedreigingen voor de democratie, de rechtstaat en de rechten vrijheden van burgers veilig te stellen.”

Wel gaf hij aan dat er de komende dagen nog meer personen die betrokken zijn bij de staatsgreep zullen worden gearresteerd. De afgelopen dagen zijn al meer dan 50.000 Turken opgepakt en geschorst op verdenking van medeplichtigheid aan de neergeslagen couppoging.

Woensdag werd bekend dat vier universitaire rectoren zijn geschorst en 626 onderwijsinstellingen gesloten. Op dinsdag werd al het ontslag aangevraagd voor 1.577 decanen op staats- en private universiteiten.

“Bemoei je met je eigen zaken”

De president nam op de persconferentie ook alvast een voorschot op eventuele kritiek vanuit Europa op het afkondigen van de noodtoestand. Het continent heeft “geen recht van spreken” om de gang van zaken in Turkije te veroordelen. Eerder op de avond beweerde de president al in een interview met zender Al Jazeera dat er zijn mogelijk buitenlandse naties betrokken bij de couppoging. Op welke landen hij precies doelt, is onbekend, want namen werden niet genoemd niet in het gesprek.

In het interview veegde Erdogan de vloer aan met de Franse minister van Buitenlandse Zaken Jean-Marc Ayrault. Die zei eerder dat de couppoging “geen blanco cheque” mag zijn voor de president om vergaande maatregelen te nemen, zoals de herinvoering van de doodstraf. Turkije moet enkel maatregelen nemen die passen binnen het democratisch systeem, vindt Ayrault. Erdogan reageerde daarop door te zeggen dat de Franse bewindspersoon zich “met zijn eigen zaken moet bemoeien”:

“Heeft hij enige autoriteit om een dergelijke verklaring over mij af te geven? Nee, dat heeft hij niet. Als hij een lesje democratie nodig heeft, dan bieden we hem dat graag aan.”

De Turkse president zei in het interview tevens dat het nog niet bekend is hoeveel mensen exact betrokken zijn bij de couppoging, maar dat het volgens hem slechts om een klein deel van het leger zou gaan. “Als een terroristische organisatie probeerden ze met een minderheid de meerderheid te domineren.”