‘De romantiek is natuurlijk altijd vals’

Interview Peter Ouwerkerk

Gevierd sportjournalist schreef vijftig anekdotes in Groeten uit de Tour. „Je moet met passie kijken, maar ook met achterdocht.”

Foto Cor Vos

Eigenlijk hoeft het niet meer, maar toch schreef Peter Ouwerkerk vorige week zondag voor de televisie in zijn grote ringbandschrift teksten als ‘12,7> TD W. Laat 8 achter’. En: ‘daar zit wat op’. Het zijn de aantekeningen bij de beslissende demarrage (W) van Tom Dumoulin (TD), 12,7 km voor de finish. Even verderop staat: ‘hagel bollen’ en ‘water stroomt naar beneden’.

Dat laatste doet water natuurlijk altijd, grinnikt Ouwerkerk – maar toch legde hij even vast hoe de weg tijdens Dumoulins zegetocht in een bergbeek veranderde. Inmiddels plakte hij er knipsels bij over hoe Dumoulin een dag voor zijn z het campertoilet van een Bretons echtpaar gebruikte en hen later opspoorde om een gesigneerd shirt cadeau te doen.

Kleine verhalen, maar dat zijn precies de verhalen die ertoe doen. Nog steeds verdeelt Ouwerkerk elke etappedag zijn papier in twee kolommen: links voor het koersverloop, rechts voor de losse invallen en gedachten. Sinds 1971 deed Ouwerkerk dat als verslaggever in de Tour, voor Het Vrije Volk en het Rotterdams Dagblad, inmiddels voor zichzelf. En omdat een kleine observatie altijd nog tot iets groots kan leiden. Zo zag Ouwerkerk twee jaar geleden hoe de Nederlander Lars Boom op weg naar Arenberg naast een bidon greep, die op de kasseien stuiterde. Het leidde vorig jaar tot Bidon, een mooi verhaal over een oud-Tourvolger die nog eenmaal bij de Ronde gaat kijken in Noord-Frankrijk, daar Boom ziet winnen en dat verhaal vermengt met zijn herinneringen aan het wielerverleden.

En daar heeft Peter Ouwerkerk er véél van. Hij heeft een hele rij boeken over wielrennen op zijn naam staan; dit jaar won hij de Nico Scheepmaker Beker voor het beste sportboek met een als themanummer van wielertijdschrift De Muur gepubliceerde biografie van de vrijwel vergeten Roy Schuiten (1950-2006).

Ouwerkerks nieuwste werk is Groeten uit de Tour, een zorgvuldig vormgegeven boek met vijftig foto’s uit de Tourgeschiedenis, steeds met een anekdote van Ouwerkerk erbij, uit de eerste of de tweede hand. Zowel in de keuze van de plaatjes als in de bijbehorende stukjes kiest hij het liefst voor de verhalen om de wedstrijd heen. Niet de Nederlandse klimmers Rooks en Theunisse zegevierend op Alpe d’Huez, maar de twee mannen in 1994, toen ze in een vergeten vallei in de Pyreneeën tijdens dezelfde etappe afstapten.

In de vier decennia dat Ouwerkerk de Tour versloeg, miste hij uitgerekend die ene in 1980 waarin Joop Zoetemelk won; hij deed verslag van de Olympische Spelen in Moskou. Van die heroïsche Tour in zijn boek niet de beroemde foto met Gerrie Knetemann op de Champs-Élysées, maar die van supporters die met een spandoek protesteren tegen de suggestie van Jacques Goddet (toen baas van de Tour) dat Zoetemelk weleens doping gebruikt kon hebben. „De verhalen aan de rand van de wedstrijd zijn het domein van de schrijvende pers”, zegt Ouwerkerk in een café in Rotterdam. „De koers zelf is voor de audiovisuele media. Wij moeten het andere verhaal schrijven. Compleet met de speculaties, de complottheorieën en de romantiek – die natuurlijk altijd vals is.”

Met dat andere verhaal maakte Ouwerkerk al kennis in zijn eerste Tour, nu 45 jaar geleden. Geletruidrager Luis Ocaña was gevallen in de afdaling van de Col de Menté. „Wij stonden aan de finish te wachten, net als de verzorger van Ocaña: Pepe, een Spanjaard met een grote snor en een zijden sjaaltje die in paniek heen en weer rende om wat zijn held was overkomen. Pepe zag de ambulance met Ocaña erin, en viel prompt flauw. Maar toen hij op een brancard werd afgevoerd keek hij op en knipoogde hij naar me. Dat theater sprak me enorm aan.”

Tour als verdienmodel

Dus bleef Ouwerkerk dat theater volgen. „Uiteindelijk ben je een soort recensent van een wedstrijd. Je moet er met passie naar kijken, maar ook met achterdocht. Alle kanten van het leven zijn in de Tour te ontdekken: de donkere en de frivole. De leiding van de Tour heb ik nooit echt vertrouwd: het is uiteindelijk een verdienmodel. De Tour is opgericht omdat een krant, l’Auto, een wedstrijd wilde om verhalen over te vertellen.”

Bij de verhalen in Groeten uit de Tour geeft Ouwerkerk zijn verbeelding de ruimte. Zo schrijft hij over de Franse toeschouwer die in 1975 Eddy Merckx in een beklimming een harde klap in de buik gaf op de Puy-de-Dôme. De ‘leverslag’ zou de Kannibaal slecht bekomen: een paar dagen later was zijn Tour verloren. Bernard Thévenet won. „In het boek laat ik de man, Nello Breton, het verhaal jaren later nog in het café vertellen. Heb ik verzonnen.” Maar dat ‘de eerste wieler-hooligan’ van de Franse overheid een symbolische boete van één franc kreeg, is wél waar.

Ook nadat Ouwerkerk (die ook jarenlang chef kunst van het Rotterdams Dagblad was) al was afgezwaaid als verslaggever, bleef hij columns en cursiefjes over de Tour schrijven. En dus de wedstrijd nauwgezet volgen, het routeboek spellen en knipsels inplakken. Ook in 2016. Niet dat Ouwerkerk al een idee voor een nieuw boek heeft. „Ik blijf betrokken en er komt altijd wel weer een idee.” Dus blijft hij kijken. „In de grote etappes is nu vaak het eerste uur het leukste – dan gebeurt er veel. Tussendoor kun je boodschappen doen en op tijd terug zijn voor de finale. Ik haast me toch altijd weer: voor je het weet hebben de fans een bijzondere leus in het graan gemaaid.”

Peter Ouwerkerk: Groeten uit de Tour. 50 opmerkelijke verhalen en beelden uit de Ronde van Frankrijk. De Geus, 222 blz. € 19,95