Woonkamer

Als je mijn huidtype hebt, kun je na een paar zonuren meteen voor revalidatie naar Beverwijk. Dat komt ervan als je zo wit bent dat zonlicht gewoon op je afketst (de zon wordt bruiner van mij dan ik van haar). Toch voel ik me met mijn melaninevrije lijf gezegend, omdat ik anders een van mijn grote liefdes veel minder had gewaardeerd: de zomernacht.

Aan het eind van een hete dag ga ik, na uren binnenshuis te hebben geschuild, rond half twaalf naar buiten om minstens twee uur door de stad te dwalen. De wierookachtige lucht die van de nazinderende bomen en struiken afslaat, maakt me rustiger dan een fust valeriaanextract. Alles is relaxed: het is op dit soort dagen oké dat je vieze voeten hebt en een beetje stinkt naar zweet. Alles is even net iets veiliger, net iets minder giftig.

Afgelopen nacht liep P. met me mee. De hemel was verduisterd tot een donker plafond, het straatlicht verkleinde ons blikveld en maakte de omgeving knusser dan overdag. De bomen leken enorme tiffanyplafonnières, de lantarens schemerlampen.

We liepen op blote voeten over een veldje. Zelfs het gras was nog warm, alsof het tapijt met vloerverwarming betrof. De straat kromp ineen tot een gang, pleinen vernauwden in vertrekken met ramen en voordeuren als behang. Plantenbakken leken in het halfduister op bankjes. Overal zaten mensen op straat.

„Wat ik zo leuk vind aan zomernachten”, zei ik tegen P., „is dat je je door de warmte buiten even thuis voelt als binnen.”

„Ja”, zei hij, „Het is zo fijn om zodra je buiten komt, niet meteen tegen zo’n smak kille lucht aan te knallen, waardoor je meteen weet dat je niet meer thuis bent. Zo lekker dat je in dezelfde kleren de deur uit kan, zonder je eerst te moeten wapenen tegen kou en neerslag.”

„De stad wordt op dit soort nachten een woonkamer nu we ons niet meer voor het weer hoeven te verbergen.”

„Misschien”, zei P., „zijn Nederlanders daarom altijd zo relaxed als het lekker weer is. Omdat ze weten dat het altijd erger kan. In het gros van de landen waar het altijd mooi weer is, heb je ook de hele tijd oorlog enzo.”

„Zoals in Australië”, zei ik, waarop P. lachte. Met dit soort temperaturen kun je de meest stupide uitspraken doen, en geen haan die ernaar kraait. We wandelden verder door deze enorme woonkamer. Waar we ook heengingen, we waren thuis. De maan was slechts een buitenlamp die af en toe vanuit onze ooghoeken even aansprong. P. omhelsde me soms. Het zou nog heel lang duren voor het afkoelde. We gloeiden in het donker.

Marcel van Roosmalen is met vakantie.