Wees geen loopjongen van Erdogan

Opinie Turkse Nederlanders zouden – in hun eigen belang – ook eens moeten demonstreren voor zaken in Nederland, zoals zorg, onderwijs en milieu, vindt Zihni Özdil.

Turkse Nederlanders betogen bij de Erasmusbrug in Rotterdam tegen de mislukte staatsgreep in Turkije Foto David van Dam

In 2012 was er een fotoreportage in deze krant naar aanleiding van de ophef rondom Turkse internaten in Rotterdam waarvan sommige illegaal en brandonveilig bleken te zijn, maar niettemin werden gedoogd door de gemeente. Op de foto’s, genomen in een legaal internaat in Rotterdam-Noord, zijn jongens te zien die in redelijk nette ruimtes bidden en studeren. Op één foto is een jongen een Turks boek aan het lezen. Niks aan de hand, zou je zeggen. Ware het niet dat de titel van het boek De brieven van onze martelaren is, een ultra-nationalistisch propagandaboekje geschreven door Turkse oud-militairen. Die foto illustreert letterlijk hét probleem van zowel veel Turkse Nederlanders als het Nederlandse ‘integratiebeleid’ van de afgelopen dertig jaar.

Na de mislukte staatsgreep in Turkije afgelopen vrijdag was het alweer zo ver. Duizenden Turkse Nederlanders gingen de volgende dag met enorme Turkse vlaggen, velen de Grijze Wolven-groet brengend, de straat op. Ook werd er geen geweld geschuwd tegen vermeende tegenstanders van de grote leider Erdogan. In heel Nederland werden ruiten ingegooid van groepen die door Erdogan als mastermind van de couppoging werden bestempeld.

Ook in de nacht van de coup verzamelden enorm veel Turkse Nederlanders zich voor het Turkse consulaat in Rotterdam om hun steun te betuigen voor Erdogan. Op beelden van die avond zijn vooral jongeren te horen die met Turkse vlaggen op hun schouders zeggen: ‘We staan achter ons land (Turkije). Dit is het werk van buitenaf. Turkije wordt te sterk en we worden gewoon aangevallen. Ze willen onze (sic) eigen land van ons afpakken’ enzovoorts.

Uiteraard hebben Turkse Nederlanders, net als elke andere Nederlander, het recht om te demonstreren waar ze voor willen. En uiteraard staat het hen vrij om zichzelf te identificeren hoe ze willen, maar uit een eerlijke analyse volgt wel dat het enorm zorgwekkend is dat na vijftig jaar en bijna vier generaties zoveel Turkse Nederlanders hun Turksheid niet als erfgoed zien dat hun Nederlandse identiteit aanvult, maar andersom: de Turkse blut und boden is het enige dat telt. Bijna op commando van Erdogan, die tijdens de staatsgreep via Facetime zijn aanhangers opriep dagenlang de straat op te gaan, mobiliseerden veel Turkse Nederlanders zich.

Niks nieuws onder de zon. Sinds de jaren tachtig en negentig is bijvoorbeeld het Turks-Koerdische conflict ook geïmporteerd naar Nederland met soms doden tot gevolg, zoals in Bergen op Zoom in 1996. Ook vorig jaar belaagden Turkse Nederlanders Koerdische instellingen in Nederland na een gebeurtenis in Turkije.

Uit cijfers weten we dat Turkse Nederlanders de meest gesegregeerde minderheid in Nederland zijn. Van de beheersing van de Nederlandse taal tot en met diversiteit van vriendengroepen tot en met zelfidentificatie als Nederlander scoren Turkse Nederlanders het laagst. Ook wordt de lange arm vanuit Rabat veel minder omarmd door Marokkaanse Nederlanders dan de lange arm van Ankara wordt omarmd door Turkse Nederlanders.

Toch is de mantra onder veel Nederlandse academici en beleidsmakers dat Turkse Nederlanders wel goed zouden integreren, want ze zijn minder zichtbaar dan bijvoorbeeld Marokkaanse Nederlanders. Hoe ironisch dat meer segregatie als meer ‘integratie’ geldt in ons land. Feitelijk genomen is de relatief hogere kleine criminaliteit onder Marokkaanse Nederlanders juist blijk van integratie. Historisch gezien levert vermenging altijd botsing op. Lees de krantenkoppen maar uit The New York Times rond 1900, over Italiaanse of Ierse immigranten die ‘criminaliteit in hun aard hebben, zich niet willen aanpassen aan de Amerikaanse normen en beter terug kunnen naar hun eigen land’.

Lange tijd was ik gestopt met schrijven over Turkse Nederlanders omdat enerzijds hun verwijt ‘landverrader’ en anderzijds het verwijt ‘Wilders in de kaart spelen’ door sommige zichzelf progressief noemende witte Nederlanders sleets werd. Terwijl de enigen die de extreemrechtse xenofobie van Wilders in de kaart spelen, Turkse Nederlanders zelf zijn. Ze zeggen namelijk exact hetzelfde over zichzelf als dat Wilders over hen zegt: ‘Ik ben in de eerste plaats een Turk’. Zeer onverstandig, want uitsluiting bestrijd je niet door diezelfde uitsluiting te bevestigen.

Het wrange is dat het vooral ook in het voordeel van Turkse Nederlanders is om zich in de eerste plaats om hun eigen land te bekommeren. Misschien is het verstandiger om je niet alleen maar als een loopjongen van Erdogan te gedragen, maar ook af en toe te demonstreren voor zaken die in jouw eigen belang zijn, zoals bijvoorbeeld de zorg, pensioenen, onderwijs en milieu in ons land, Nederland.

Er wordt in Nederland zeer inflatoir omgegaan met de term ‘vijfde colonne’ als het om minderheden gaat. Ik zou die term nooit gebruiken, maar de feiten noodzaken mij er wel bang voor te zijn dat het gedrag van veel Turkse Nederlanders de trekjes lijkt te hebben van een vijfde colonne.

Laat de massale, goed georganiseerde demonstraties in Nederland na de couppoging in Turkije daarom ook een alarmbel zijn voor Nederlandse beleidsmakers. Het wordt hoog tijd dat we in gaan zien dat ons op segregatie gericht ‘integratiebeleid’ failliet is.