Vrouwelijke premier gezocht

Emancipatie

Zuid-Korea, Chili, het Verenigd Koninkrijk, Liberia: in veel landen bereiken vrouwen het hoogste politieke leiderschap. Niet in Nederland: de eerste vrouwelijke premier laat nog steeds op zich wachten. Waarom eigenlijk?

Foto’s AFP, Reuters en ANP

‘Tergend langzaam” vindt Jet Bussemaker het gaan. De PvdA-minister van Onderwijs, verantwoordelijk voor emancipatie, wijst erop dat Nederland al bijna honderd jaar vrouwenkiesrecht heeft. „Maar een vrouwelijke premier hebben we hier nog nooit gehad.”

Vorige week trad Theresa May aan als tweede vrouwelijke prime minister van het Verenigd Koninkrijk. In Duitsland is Angela Merkel al bijna elf jaar bondskanselier – de twee ontmoeten elkaar deze woensdag voor het eerst, in Berlijn.

Hillary Clinton maakt goede kans om in november de eerste vrouwelijke president van de Verenigde Staten te worden. Polen en Noorwegen hebben een vrouwelijke premier, Litouwen en Kroatië een vrouwelijke president – net als Zuid-Korea, Chili en Liberia.

En Nederland? In Nederland is een vrouw zelfs nog nooit kandidaat geweest om premier te worden. Op korte termijn zal daar ook geen verandering in komen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen van maart volgend jaar zijn álle lijsttrekkers man – op Marianne Thieme (Partij voor de Dieren) en Ancilla van de Leest (Piratenpartij) na. De eerste heeft twee zetels in de Tweede Kamer, de tweede nul.

Bij de PvdA is een vrouwelijke leider theoretisch nog mogelijk, die partij kiest pas eind dit jaar de lijsttrekker. Maar de belangrijkste kanshebbers zijn alle drie man: Diederik Samsom, Lodewijk Asscher en Ahmed Aboutaleb. Van de vrouwen in de PvdA-top maakt niemand aanstalten zich te kandideren. Ook Bussemaker niet: ze ziet zichzelf als „vakminister” en niet als politiek leider.

Lees ook een portret van Theresa May: IJzige dame praat nooit over koetjes en kalfjes

Een minder groot ego

Hoe komt het dat Nederland zo achterloopt? Een veel gehoorde verklaring is dat vrouwen ‘de zaak’ belangrijker vinden dan hun eigen positie. Daarom zijn ze geneigd zichzelf minder snel naar voren te schuiven voor een topfunctie. „Vrouwen zijn meer resultaatgericht”, zegt Neelie Kroes (VVD), die als minister en Europees Commissaris een voorbeeld was voor veel vrouwelijke politici. „Ze hebben een minder groot ego en denken meer in teamwork.”

Die theorie klopt, zegt oud-minister Hanja Maij-Weggen (CDA). Als commissaris van de koningin in Noord-Brabant (2003-2009) viel haar iets op: vrouwelijke wethouders die solliciteerden als burgemeester zaten vaak al in hun derde periode, terwijl mannelijke wethouders er meestal pas één op hadden zitten. Maij-Weggen: „Dan zei ik tegen die vrouwen: ‘wat raar dat u nu pas komt’. Ze wilden gevraagd worden, terwijl die mannen gewoon uit zichzelf kwamen.”

De ‘zaak-voor-ego’-redenering komt vaker voorbij – ook als het gaat over het gebrek aan vrouwen in talkshows en in de top van het vaderlandse bedrijfsleven. Grappig genoeg vormen de strijdsters voor de vrouwenzaak het bewijs van hun eigen these: gevraagd naar hun ambities voor het premierschap, zeggen alle vrouwelijke (oud-) bewindslieden net als Bussemaker dat ze een „typische vakminister” zijn of dat „anderen meer geschikt” zijn voor die baan.

Ze wilden gevraagd worden, terwijl die mannen gewoon uit zichzelf kwamen.

En het buitenland dan?

Toch verklaart deze theorie niet waarom vrouwen in het buitenland het dan wél tot premier of president schoppen. Dus misschien, zeggen vrouwelijke politici, heeft het meer te maken met ‘de structuren’ van de Nederlandse politiek.

„Kloongedrag”, noemt minister Jet Bussemaker dat. „Veel benoemingen vinden plaats in vertrouwenscommissies. Daar zitten allemaal mannen in, en die kiezen voor kandidaten die op henzelf lijken. Andere mannen dus.”

Het kan ook komen door ons kiesstelsel, zegt Guusje ter Horst (PvdA), voormalig minister en burgemeester. In Nederland hoeven alleen de lijsttrekkers echt te strijden voor stemmen; de rest van de politici komt via de kandidatenlijst automatisch aan een Kamerzetel. Relatief worden dus weinig politici – en dus ook vrouwelijke politici – getest.

Ter Horst: „Je doet niet de ervaring en de hardheid op om echt het hoogste niveau te bereiken. Zoals in het Verenigd Koninkrijk, waar ieder parlementslid door het districtenstelsel moet knokken voor zijn eigen zetel.”

Vergeet ook niet dat we in Nederland van ver moeten komen, zegt oud-PvdA-politica en feministe Hedy d’Ancona. Vrouwen zijn pas laat een rol van betekenis gaan spelen in de Nederlandse politiek: het eerste kabinet met meer dan drie vrouwelijke ministers was Paars I (1994-1998).

Vergeet ook niet dat we in Nederland van ver moeten komen.

D’Ancona: „Nederland deed er van alle Europese het landen het langst over om Europese regelgeving over de gelijke behandeling van vrouwen in de sociale zekerheid door te voeren.”

De man als kostwinner

Volgens Hanja Maij-Weggen heeft in Nederland het model van de man als kostwinner relatief lang standgehouden. Daarom leefde „in de hoofden en harten” van Nederlandse politici in tot in de jaren negentig het idee „dat mannen in het openbaar bestuur en bedrijfsleven beter leiding kunnen geven dan vrouwen”.

Die belemmeringen zijn nu weg: populaire vrouwelijke leiders als Femke Halsema (GroenLinks) en Rita Verdonk (VVD) maakten de geesten rijp voor een vrouwelijke premier. Toch is die er nog steeds niet. Wel waren een paar bijna-momentjes. Rita Verdonk die in 2006 nét geen VVD-lijsttrekker werd, na een stemming onder VVD-leden. Ze verloor van Rutte. Neelie Kroes die bij de verkiezingen vier jaar later enige tijd boven de markt hing als VVD-premier.

Maar het dichtst bij was misschien minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD). In de zomer van 2014 hield de VVD-top er kortstondig rekening mee dat premier Mark Rutte zou kunnen bezwijken voor de druk om voorzitter te worden van de Europese Raad. Diens opvolging is toen ter tafel gekomen. Schippers zou het meest voor de hand liggen als nieuwe premier, zo vond de partijtop. Uiteindelijk kon het scenario vrij snel de lade in, omdat de Poolse premier Donald Tusk de Brusselse baan kreeg.

Lees ook het nieuwsbericht: Schippers was even in beeld als premier

Vrouwen ruimen de rotzooi op

Wanneer gaat het er dan wél van komen, die eerste vrouwelijke premier?

Misschien wel pas, zegt Guusje ter Horst, als de mannen in het kabinet er zo’n puinhoop van maken „dat de vrouwen de rotzooi kunnen komen opruimen” – zoals Theresa May nu in het Verenigd Koninkrijk doet. Wat in ieder geval nodig is, zegt Ter Horst, is dat vrouwen gestimuleerd worden om het hoogste politieke leiderschap na te streven. Zoals Helmut Kohl bijvoorbeeld deed met Angela Merkel. „Zonder regie en rugdekking denken vrouwen helemaal: ik ga dit nooit bereiken. Maar zulke carrièreplanning is in de PvdA non-existent.”

Neelie Kroes is minder somber. Zij denkt dat na het volgende kabinet („Rutte doet het nog één keer”) de tijd rijp is voor een vrouwelijke premier. Goede kandidaten zijn er in haar eigen partij genoeg volgens Kroes. Schippers uiteraard. Maar ook minister Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie). „Ik heb er bij de formatie flink op aangedrongen dat Jeanine minister zou worden. Ook met idee van: hier staat een toekomstig leider.”

Die vrouwelijke premier, zegt Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers-Knol (VVD), kan zomaar „als een duveltje uit een doosje” komen. „Die situatie in het Verenigd Koninkrijk had toch ook niemand voorzien?” En tot die tijd, zegt Broekers-Knol, is er in ieder geval één troostrijke gedachte: „We hebben wél heel goede koninginnen gehad.”