Strandbeestjes

©

Nu vakantiegangers en dagjesmensen vertier en verkoeling langs de kust zoeken, vraag ik uw aandacht voor het effect van het betreden van het strand op klein gedierte dat in het zand leeft. Het pionierswerk werd in Zuid-Afrika gedaan (Journal of Coastal Conservation 4, 1998). Daar groef men zaagjes (tweekleppige schelpdieren), pissebedden en aasgarnalen op na een potje strandvolleybal en vond z ware beschadigingen bij 60 tot 70 procent van de schelpen en garnalen.

Op stukken strand waar gewoon gelopen werd, vond men veel minder vertrapte beestjes maar toch moest 9 procent van de populatie zandpissebedden (Eurydice longicornis) eraan geloven. Op Zuid-Spaanse stranden bleek Bathyporeia pelagica (een gravend kniksprietkreeftje) zeer gevoelig voor strandrecreatie (Marine Environmental Research 103, 2015)

Opwekkende berichten komen van het Griekse eiland Kreta (Ethology, Ecology & Evolution 26, 2014). Daar bestudeerde men de invloed van het fenomeen ‘beach party’ op drie algemene strandbewoners: de zandoorworm (Labidura riparia), de strandvlo (Talitrus saltator) en het strandzwartlijf (Phaleria bimaculata, een kever). Op locaties van kleinschalige strandfeesten groef men potvallen in en stelde met vangsten de invloed van licht, geluid en betreding vast. In vangpotten op verlaten stranden zaten evenveel strandbeestjes als op ‘partystranden’, en men feestte vrolijk verder.