Nederlandse rechter staakt samenwerking met Turkije

Rechtspraak

Nederlandse rechters moeten geen Turkse rechtshulpverzoeken meer behandelen, vindt de Amsterdamse rechter-commissaris Ronny van de Water. Uit protest tegen het ontslag van Turkse collega’s.

Foto David van Dam

Ronny van de Water (51), rechter-commissaris van de Amsterdamse rechtbank, zit deze zomerdagen in de zon en de straffe wind aan het Lago di Bracciano, even ten noorden van Rome. Ook in Italië houdt het nieuws uit Turkije de Nederlandse jurist – al dertien jaar werkzaam als magistraat – bezig. Nederlandse rechters zouden wat hem betreft nadrukkelijk in actie moeten komen om solidariteit te betuigen met de 2.750 Turkse collega’s die een dag na de coup in Turkije zijn geschorst, ontslagen of gevangen gezet.

„Ik zal vanaf nu geen Turkse rechtshulpverzoeken meer in behandeling nemen”, zegt Van de Water. „Het is onacceptabel dat Turkse rechters en bloc de schuld krijgen voor het steunen van een staatsgreep. Ik besef dat ik volgens verdragsregels moet samenwerken maar ik heb ook een geweten en voor mij is de maat vol.”

Jaarlijks ontvangt Amsterdam volgens Van de Water een paar honderd rechtshulpverzoeken uit Turkije. „Het gaat meestal om bagatelzaken. Dan wil Turkije een Nederlander horen omdat hij mogelijk ergens getuige van is geweest of omdat hij in Turkije verdacht wordt van bijvoorbeeld belediging. Als in zo’n geval aangifte wordt gedaan, heeft het OM in Turkije de plicht te vervolgen.”

Solliciteren naar eigen baan

Onderzoeksrechter Van de Water zegt voor zijn vakantie met collega’s onderling al een discussie over de samenwerking met Turkije te hebben aangezwengeld. Dat deed hij toen hij hoorde dat Turkse collega’s, die gezien werden als critici van president Erdogan, werden gevraagd opnieuw te solliciteren naar hun eigen baan. „Bij ons moet er altijd eerst uitvoerig worden overlegd voordat rechters een standpunt innemen. Maar ik heb nu al intern laten weten dat ik geen Turkse zaken meer zal behandelen.”

Van de Water zegt niet te weten of hij met zijn actie binnen de rechtbank moeilijkheden krijgt.

„Dat verwacht ik niet. Ik ga collega’s niet veroordelen als ze wel blijven samenwerken met Turkije maar het zou mooi zijn als ze ook bijvoorbeeld voor een periode van drie maanden of een half jaar de juridische samenwerking met Turkije opschorten. Er worden daar magistraten ontslagen, advocaten zijn in moeilijkheden en kranten worden gesloten. Je bent in Turkije je leven niet zeker als je kritiek hebt op Erdogan. Daar moeten we tegen in het geweer komen.”

De president van de Amsterdamse rechtbank Henk Naves zegt dat voor zover hij weet Van de Water de enige Amsterdamse rechter is die concrete actie onderneemt tegen Turkije. Naves wil zich niet uitlaten over de vraag of hij de protestactie steunt van zijn collega. Hij spreekt van „een persoonlijke opvatting”. Naves zegt wel „de enorme zorg te delen” over wat er gaande is in Turkije. „Het is goed om even te kijken hoe het stof neerdaalt en dan collectief als Nederlandse rechterlijke macht een standpunt in te nemen.”

Rechter Van de Water is volgens de Raad voor de Rechtspraak vooralsnog de enige rechter die geen Turkse rechtshulpverzoeken meer doet. Een woordvoerder van de Rotterdamse rechtbank noemt de handelwijze van de Amsterdamse collega „heel menselijk”. Rotterdamse rechters zullen het voorbeeld volgens haar niet volgen. Ook in Den Haag is het rustig.

„Rechters maken geen beleid. Ik hoop dat hij in grote wijsheid zijn individuele besluit heeft genomen.”

De voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) – belangenclub van rechters en aanklagers – Rosa Jansen wil geen oordeel geven over het handelen van onderzoeksrechter Van de Water. „Rechters maken geen beleid. Ik hoop dat hij in grote wijsheid zijn individuele besluit heeft genomen.”

De NVvR heeft maandag in een brief aan minister Bert Koenders (Buitenlandse zaken, PvdA) wel de „algemene zorgen uitgesproken” over de situatie in Turkije. De bewindsman wordt gevraagd bij Turkije aan de bel te trekken. Er is volgens Rosa Jansen sprake van „een ongehoorde politieke zuivering van de rechterlijke macht” in Turkije.

In mei heeft de Raad voor de Rechtspraak overigens intern al laten weten dat de juridische samenwerking met Turkije wordt opgeschort. Dat gebeurde omdat twee Turkse rechters op non-actief werden gesteld wegens een uitspraak in een corruptiezaak.

Rechters ‘onvoldoende volgzaam’

Peter Ingelse – jarenlang rechter in Amsterdam en sinds vorig jaar met pensioen – heeft in 2006 een jaar in Turkije gewerkt om een rechterlijke infrastructuur op te bouwen die hoger beroep mogelijk maakt. Hij vindt het „shocking” dat ongeveer een kwart van alle Turkse rechters wordt aangepakt omdat ze „onvoldoende volgzaam of te kritisch zijn”. Ingelse zou dit voorjaar in Turkije spreken op een symposium dat werd gehouden ter gelegenheid van de invoering van appèl rechtspraak. Maar de invitatie werd op het laatste moment door de minister van Justitie ingetrokken. „Uiteindelijk wilde men alleen Turkse experts horen.”

Ingelse zat vrijdagavond „behoorlijk geschokt” voor de televisie naar beelden uit Turkije te kijken. „Het is ongehoord wat hier gebeurt. En ook niet bijster slim. Als je het vertrouwen in de rechtsstaat wilt ondermijnen, moet je dit doen.” Hij begrijpt de actie van rechter Van de Water. „Het is goed om even prikken uit te delen. We moeten ons wel aan de verdragen houden maar het lijkt mij prima om even scherp te laten voelen dat wij geschokt zijn.”