Je geeft ze eten, een wijntje en iedereen is blij

Vrijwilligerswerk op een biologische boerderij

Een paar weken werken op het platteland is niet alleen leuk voor de vrijwilligers. Ook de boer is blij. Want: de nieuwe medewerkers zijn enthousiast én gratis.

Vrijwilliger Austen Ward (21) aan het werk op de biologische wijnboerderij El Placer in Flevoland. Foto Roger Cremers

In Flevoland hangen wolken boven El Placer, de biologische wijnboerderij van Johan Rippen (71) en Lidwien Vos de Wael (64). Vogels kwetteren, papaverbloemen wuiven onder een lichte bries. Achter het huis staan de groene wijnranken die deze week opgeknoopt moeten worden.

„Dit is onze eerste WWOOF’er”, zegt Rippen trots terwijl hij Austen Ward (21) naar voren schuift. Een net-ogende jongen in een sportieve korte broek met brede schouders en keurig kortgeknipt haar. „Het is echt een Amerikaan, maar niet zo’n verschrikkelijke. Hij is heel rustig, kijkt en luistert heel goed en wil alles begrijpen.”

WWOOF’en, dat is werken en leren op een biologische boerderij tegen kost en inwoning. De afkorting komt van World Wide Opportunities on Organic Farms. De organisatie bestaat sinds 1971. Dit jaar doen wereldwijd zo’n 80.000 mensen mee, bleek dit jaar tijdens een bijeenkomst in Ierland. Van Jordanië tot Japan, van Cambodja tot Kameroen, je kunt er WWOOF’en.

Ook op Nederlandse boerderijen wordt er vrijwillig gewerkt. Sinds dit jaar zijn er 67 WWOOF-locaties. Een stuk meer dan de 24 van vorig jaar, toen de Nederlandse WWOOF-website werd opgericht.

In Nederland hebben zich vorig seizoen 550 mensen aangemeld, zegt Joshua Campfens, een van de oprichters van WWOOF Nederland. Dat werkt zo: je meldt je aan via de website, betaalt 20 euro, en dan kun je het boerderij-aanbod bekijken. Bij een mogelijke match neem je contact op, bijvoorbeeld via Skype.

Veel Amerikanen

De verwachting is dat ruim de helft van de mensen die zich aanmeldt ook daadwerkelijk komt werken. Austen Ward is in deze groep geen uitzondering: bij de aanmeldingen in Nederland zitten veel Amerikanen, maar ook Duitsers en Fransen komen hier graag vrijwilligerswerk doen. En het zijn voornamelijk twintigers en dertigers.

Er zijn veel platformen die vrijwilligers aanbieden, maar volgens Campfens is WWOOF toch net iets anders. „Wij willen dat mensen ook kennis kunnen opdoen over biologische landbouw”, legt hij uit.

De redenen om vrijwilligerswerk te doen lopen uiteen. Sommigen doen het als voorbereiding op hun studie, anderen zien er een goedkope sabbatical in of een leerzame ervaring om op eigen grond mee door te gaan. Wat de groep bindt, is het idealistische aspect.

Een eigen boerderij in Frankrijk

Kim van der Velden (34) droomt ervan een oud huis in Frankrijk te kopen en op te knappen om er zo duurzaam en zelfvoorzienend mogelijk te wonen.

Op dit moment werkt ze daarom bij Six Circle Farm, een knoflook- en groenteboerderij in de staat New York, samen met vijf andere vrijwilligers. „Ik wil kennis opdoen over hoe ik op biologische wijze groente en fruit kan verbouwen.” Van der Velden werkte als hulpverlener bij een verkeersalarmcentrale, maar nam ontslag voor ze naar de Verenigde Staten vertrok. Omdat haar relatie net uit is, heeft ze op dit moment geen andere vaste lasten dan haar verzekering en telefoonrekening.

Op ‘haar’ boerderij slapen de vrijwilligers in tentjes in de schuur. Rond half tien begint de werkdag. Om twaalf uur kookt iemand en wordt er met z’n allen geluncht. Daarna is er tijd voor siësta. En rond drie uur beginnen ze weer, tot de klok van zes.

Austen Ward, de Amerikaan in de wijngaard van Johan Rippen, komt uit Maine. Ook hij is geïnteresseerd in duurzaamheid: als hij terugkomt van zijn Europese avontuur gaat hij duurzame landbouw studeren. Sinds vier dagen is hij in de wijngaard aan het werk. „Alles is hier onbespoten, wat vrij zeldzaam is bij wijnteelt. Ik heb ontzettend veel geleerd van Johan.”

Ward, die voor het eerst over WOOF’en hoorde via vrienden, vindt het zeker voor herhaling vatbaar: „We gaan er altijd vanuit dat de grote massaproductie de maat is, maar dit, zo zonder chemicaliën, is veel beter.”

De jonge Amerikaan werkt een week lang vijf uur per dag zij aan zij met Rippen in de wijngaard. ’s Ochtends hebben ze een werkbespreking en hij mag zelf zijn pauzes indelen. Hij slaapt in een pipowagen in de tuin en doucht in het schuurtje achter het huis. Rippen: „We krijgen hierna nog vijf andere WWOOF’ers, sommigen zijn vegetariër en hebben aangeboden te koken. Dat wordt nog wel een avontuur hoor, want wij zijn dat niet zo gewend.”

Ook Rippen is tevreden over Ward. Hij zou in de toekomst graag meer vrijwilligers willen. Voor de wijnboer is het belangrijk zijn eigen kennis over biologische wijnbouw door te geven. „Ik ben 71, dit is voor mij een manier om de wijngaard langer voort te zetten.”

Voorheen waren er Poolse dames

Maar daarnaast zijn deze vrijwilligers natuurlijk ook gewoon goedkoper dan reguliere krachten en dat is interessant voor een wijngaard in Flevoland, die net quitte speelt. „Voorheen hadden we hier een paar Poolse dames, die betaalden we 13,5 euro per uur. In totaal waren we dan om en nabij de 1.500 euro kwijt. Nu hebben we alleen nog maar vrijwilligers uit de omgeving en WWOOF’ers. Je geeft ze een bordje, je drinkt samen een glaasje wijn en iedereen is tevreden.

Campfens vindt dat ook een van de mooie kanten van dit vrijwilligersproject. „Kleinschalige biologische landbouw is nog altijd een struggle. Boeren doen het juiste, maar hebben weinig geld. WWOOF’ers laten zien dat er vanuit de maatschappij steun en interesse is. Ze offeren toch hun vakantie op.”

Maar, zegt hij: deze vrijwilligers moeten geen vervanging zijn van reguliere arbeid. „De werkzaamheden moeten divers zijn. Iemand moet niet tien dagen lang asperges staan te steken.” Daar leer je niet genoeg van, vindt hij. Wie dat wel meemaakt, of een andere teleurstellende ervaring heeft, kan bij de organisatie terecht.

Kim van der Velden is tevreden, ook al is het werk soms minder idyllisch dan gedacht. Bijvoorbeeld wanneer je „met je handen in de kippenstront groenten moet planten, of met stijfheid in je onderrug onder een brandende zon onkruid uit de knoflookvelden staat te trekken terwijl een stinkdier over je schone vaat loopt”. Maar over het algemeen vindt ze het werk „een leerzame ervaring”.

En een béétje een vakantie is het misschien ook wel. ’s Avonds is iedereen vrij en dan is er pizza, bier, er zijn bandjes en spelletjes of er wordt gezwommen. Van der Velden: „WWOOF’en is ook een goedkope manier om langere tijd in het buitenland door te brengen en via de locals te ervaren hoe het er op een andere plek aan toegaat.”