Erdogan zoekt naar ‘verraders’

Reportage Turkije na de couppoging

Het overheidsapparaat wordt uitgekamd, agenten zijn ontslagen. Niet iedereen mag het land uit. Familieleden staan voor de rechtbank om duidelijkheid te eisen: „Onze kinderen zijn geen verraders.”

Istanbul

Buiten de Caglayan rechtbank in Istanbul staat een kleine man van een jaar of vijftig. Hij zoekt zijn zoon, een dienstplichtige militair. Sinds vrijdagavond heeft hij niets meer van hem gehoord. Het lijkt erop dat hij vast zit op verdenking van betrokkenheid bij de poging tot staatsgreep.

Zijn vader beent op en neer op de stoep van het enorme bruine complex. Niemand geeft hem informatie. „De politie zegt dat ik niet te veel vragen moet stellen. Straks wordt nog gedacht dat ik ook iets met die coup te maken heb”.

Zijn naam wil hij daarom ook niet in de krant. Bang om op een verkeerd lijstje te komen. Dat geldt vandaag voor de meeste mensen in Turkije. Als een journalist ze aanspreekt, schrikken ze en wimpelen af. „Ik zit nu in een complexe situatie. Succes”, zegt een gepensioneerde generaal kortaf voor hij de telefoon op hangt.

In het land is een grote zuivering gaande. Het ambtenarenapparaat wordt van boven tot onder uitgekamd op zoek naar verraders. Op maandag zijn tussen tien- en twintigduizend ambtenaren geschorst of ontslagen. Bijna achtduizend daarvan zijn politiemensen die in dienst waren van het ministerie van binnenlandse zaken. ’s Ochtends kregen ze het bevel zich te melden op hun politiestation. Daar kregen ze te horen dat ze hun wapens moesten inleveren en vertrekken.

Dagblad Sabah, dat een goede relatie met de regering heeft, voorspelt vandaag dat er voorbereidingen zijn om ‘actie te ondernemen tegen’ 8.000 bedrijven die gelieerd zouden zijn aan de Gülenbeweging, die volgens de Turkse president Erdogan achter de couppoging zit.

Om te voorkomen dat verdachten de benen nemen, geldt voor mensen met een grijs diplomatiek paspoort of een groen paspoort, zoals veel hoge ambtenaren, academici en zakenmensen, een voorlopig reisverbod. Dit is de categorie gelukkigen die zonder visum mag reizen. Wie van hen nu nog weg wil, heeft een schriftelijke verklaring van zijn werkgever nodig.

Het is verstandig uren eerder naar het vliegveld te gaan. Op luchthaven Atatürk staan lange rijen wachtenden. In de buurt van de paspoortcontrole is een centrum ingericht waar namen gecheckt worden in een database met namen van verdachten. Pas na groen licht uit de hoofdstad Ankara mogen mensen door. Wiens naam oplicht als een vermeende aanhanger van de Gülenbeweging wordt tegengehouden. „Om te voorkomen dat ze ontsnappen. Hele hordes proberen nu te gaan”, zegt een vertegenwoordiger van de regeringspartij AKP. „We zijn vastberaden ze te laten boeten als ze betrokken zijn.”

Geschiedenislerares Ayse – „gebruik mijn echte naam maar niet, ik hoef nog maar een paar jaar tot mijn pensioen” - was van plan deze zomer in Duitsland op vakantie te gaan. Ze heeft een groen paspoort en dus geen visum nodig. Ze stelt haar plannen nu maar even uit vertelt ze telefonisch, want blijkbaar mag ze niet weg. Van vrienden heeft ze gehoord dat de regering de namen wil van leraren die op sociale media hebben geschreven dat de regering zelf achter de couppoging zou zitten.

Ayse, een veertiger, noemt zichzelf communist. Ze is geen fan van de regering. Maar de jacht op Gülenisten steunt ze van harte. „Hadden ze dat niet eerder kunnen doen? Die hoerenzonen verdienen het. Op de scholen maakten ze ons leven tot een hel. Ze zetten studenten tegen me op omdat ik niet vast tijdens de ramadan. ”

Alle verloven zijn ingetrokken

De massaontslagen slaan gaten in de overheid. De verloven van alle ambtenaren zijn ingetrokken. In regeringscentrum Ankara is het alle hens aan dek om de overheid door te laten draaien. De angst voor een tweede poging tot staatsgreep is bovendien nog niet helemaal geweken. De kans daarop lijkt echter zeer klein. Turken zijn gewaarschuwd.

Buiten het Caglayan gerechtsgebouw staat ook Mustafa Yilmaz uit Manisa. Hij zoekt wanhopig naar zijn zoon die volgens hem geen idee had dat hij aan een staatsgreep deelnam. „Ze zeiden tegen hem dat het een oefening was.” De heksenjacht op iedereen die ook maar in het minste of geringste betrokken lijkt, maakt hem bang. „Onze kinderen zijn geen verraders. Wij zijn geen verraders.”