De NOS mag de eerste vraag stellen

Olympische Spelen

Bij grote sportevenementen heeft de NOS vaak voorrang als het om verslaggeving gaat. Journalisten klagen over „een forse achterstand”.

De Nederlandse pers ontvangt Dafne Schippers na de WK atletiek in Peking, in 2015. ©

Sportverslaggevers van kranten en persbureaus klagen over de dominante positie van de NOS bij grote sportevenementen. Bij de EK atletiek in Amsterdam begin juli, moest de pers meer vertegenwoordigers van de publieke omroep dan gebruikelijk voor zich dulden. De NOS had voorrang, omdat de omroep de uitzendrechten bezat van het evenement. De vrees bestaat dat bij de Olympische Spelen in Rio een zelfde situatie ontstaat.

Cors van den Brink, al jaren atletiekjournalist voor website Atletiek Week, persbureau ANP, en omroepen, moest welgeteld zeven tv- en radioploegen voor zich dulden in Amsterdam. Daarna kon hij pas Dafne Schippers en andere sporters spreken. Daarbij waren maar liefst vier ploegen van de NOS. „Het is erg irritant als je 45 tot 60 minuten staat te wachten op de eerste quotes, terwijl vier NOS-interviewers uitgebreid hun gang kunnen gaan, omdat zij rechtenhouder zijn.”

Achterstand

Van den Brink schreef een kritisch artikel op journalistieksite Villamedia, over de in zijn ogen te dominante positie van de NOS. De publieke omroep en de organisatie van de EK zetten volgens hem onafhankelijke media „op een forse achterstand”.

Hij ergert zich al langer aan de NOS. Toen Dafne Schippers vorig jaar goud en zilver won bij de WK in Peking, speelde volgens hem hetzelfde. Van de Nederlandse Atletiekunie mocht alleen de NOS na het toernooi praten met Schippers. „Gelukkig was de atlete zelf slimmer en bereidwilliger. Maar tijdens een trainingskamp in de VS in april kreeg de NOS wél ruimte voor een interview met haar, maar werd dat de Volkskrant geweigerd.”

Marina Witte van belangenorganisatie Nederlandse Sport Pers (NSP) herkent de bezwaren van Van den Brink. „Plots komt dan bij een groot evenement een blik NOS’ers binnen. Ze nemen nog net geen Twitteraar of Instagrammer mee. Maar het zijn er wel meteen veel.” Ze zag het bij de Tour de France en Roland Garros.

Witte denkt dat de concurrentie tijdens de Olympische Spelen zal meevallen, vanwege het tijdsverschil met Nederland. In Rio is het vijf uur vroeger dan in Nederland. Onderdelen als atletiek en zwemmen eindigen diep in de Nederlandse nacht, ver na de deadline van de ochtendkranten. Cors van den Brink vreest echter dezelfde problemen. „Het ANP, dat ik af en toe mag bedienen, en ook een avondkrant als NRC Handelsblad hebben geen last van het tijdsverschil.”

Van den Brink herinnert zich de Spelen in Londen (2012): „Bij populaire atleten als Churandy Martina doken ook nog andere camerateams op, van RTL of SBS, met een shownieuws-achtige aanpak en met een soort ‘tweede rechten’.” Zij kregen in de mixed zone, waar pers en sporters elkaar treffen in het stadion, ook nog eens voorrang op de schrijvende pers.

‘Wat te veel mensen’

De NOS erkent dat bij de EK atletiek „wat te veel mensen” ter plekke waren die eerder dan de geschreven pers hun interviews konden doen. „Ik kan mij voorstellen dat die hiërarchie onprettig is voor de geschreven pers”, zei adjunct-hoofdredacteur Ewoud van Winsen (NOS Sport) dinsdag bij de perspresentatie over de NOS in Rio. Maar, zegt Van Winsen, die kritiek is niet nieuw. „Over de hele wereld krijgen rechthebbenden [die de uitzendrechten bezitten] de eerste reacties. Zij betalen veel geld voor die rechten.”

Bovendien, zei NOS-directeur Jan de Jong gisteren, moet de NOS experimenteren met nieuwe digitale kanalen als Facebook, Snapchat en Instagram. Zo bereik je immers jongeren. „Voor die kanalen moet je aparte verslaggevers hebben”, aldus De Jong. Dat kan je tv- of radioverslaggevers niet vragen erbij te doen: die hebben het te druk en missen de juiste toon. Neemt de NOS een verslaggever voor nieuwe media mee naar Rio? „Nee”, zegt Van Winsen, chef d’équipe namens honderd NOS-medewerkers in Rio, „maar dat zou over vier jaar zo maar kunnen”.