De analogie met de jaren dertig

De geschiedenis herhaalt zich niet, althans niet letterlijk. Toch is een blik in de achteruitkijkspiegel nooit weg. Het levert bruikbare lessen op om de ergste fouten uit het verleden te vermijden. De Kennedy’s hebben bij de Cubacrisis in 1962 geprofiteerd van hun inzicht in de ontstaansgeschiedenis van de Eerste Wereldoorlog. De val van Lehman in 2008 was ongetwijfeld in een nieuwe Grote Depressie geëindigd indien de toenmalig president van de FED, Ben Bernanke, als hoogleraar op Princeton geen uitgebreide studie naar de jaren dertig had gedaan.

Hoe nuttig ook, een blik in de achteruitkijkspiegel stemt niet vrolijk. Het beleid van Bernanke mag dan veel rampspoed hebben voorkomen, de parallellen met de jaren dertig zijn nog steeds verontrustend. De ‘roaring twenties’ waren een periode van grenzeloos optimisme, waarin welvaart en cultuur floreerden op basis van een sterke groei van de wereldhandel. Aan de vooravond van de beurskrach van 1929 was de wereld economisch gezien vergaand geïntegreerd. De beurskrach maakte daar in één klap een einde aan. Ons devies was: ‘koop Nederlandse waar!’. In vier jaar tijd daalde de wereldhandel met 60 procent, tot nadeel van iedereen. Enorme afzetmarkten gingen verloren en daarvoor kwam weinig in de plaats. Het heeft decennia geduurd om die schade te herstellen. Nu heeft de wereldhandel zich sinds de ondergang van Lehman beter gehouden dan na de Grote Depressie. Echter, de klad zit er wel in. Groeide de wereldhandel tot 2007 met zo’n 6 procent per jaar, na 2010 is die groei teruggezakt tot gemiddeld zo’n 3 procent. Dat is nog tot daar aan toe, maar het politieke tij wijst op nog meer slecht weer. Trump krijgt deze week de Republikeinse nominatie op basis van een programma van protectionisme. De kritiek op de EU heeft in Europa dezelfde portee. Er waren nieuwe vrijhandelsverdragen in de maak, bijvoorbeeld met Canada. Die hadden kunnen leiden tot meer welvaart en voorspoed. Of die er zullen komen? We zullen het zien.

Welke lessen leert de achteruitkijkspiegel ons? Allereerst dat er in campagnes zoals de Brexit geen ruimte is voor nuance. Brexit staat niet voor meer vrijhandel, integendeel, het staat voor toenemend protectionisme. De Brexiteers hebben het Engelse electoraat voorgelogen. De pond is door de Brexit nu zo’n 15 procent minder waard. Omdat Engelsen net als wij ruwweg de helft van hun consumptie importeren daalt de koopkracht van de Engelse Henk en Ingrid dus ruwweg met 7 procent. Ik kan me niet herinneren dat de Brexiteers dat aan hun kiezers hebben beloofd. Komisch is de redenering dat de lagere pond juist goed is, vanwege de verbetering van het Engelse concurrentievermogen. Dat klopt, een lagere pond staat immers gelijk aan loonverlaging. De aanstaande Brexit maakt die loonverlaging noodzakelijk om het Engelse bedrijfsleven concurrerend te houden. Gaan we dat nu als een voordeel van Brexit verkopen? Daarom was Mark Ruttes optreden in de Tweede Kamer een verademing. Geen nuance, maar gewoon zeggen waar het op staat: de EU heeft Europa voorspoed en veiligheid gebracht. Mensen als Jort Kelder en Thierry Baudet zullen blijven liegen en bedriegen. Voor nuance is helaas geen plaats. De EU vraagt onverkorte verdediging.

Maar er zit ook een andere kant aan dit verhaal. De onvrede over globalisering bestaat in nagenoeg alle hoogontwikkelde landen. Dat is begrijpelijk: er zijn groepen die er reëel last van hebben. Eén les van de geschiedenis is dat protectionisme dan een verleidelijk antwoord is. Wie dat wil voorkomen moet deze getroffen groepen een alternatief bieden. Zoals ik hier eerder heb betoogd, ligt het antwoord in mijn ogen in pensioenen en sociale zekerheid.

Coen Teulings is hoogleraar aan de universiteiten van Cambridge en Amsterdam.