Ben ik het grootste wielertalent? Waarom blijft iedereen dat zeggen?

Tour de France

Wilco Kelderman rijdt net als vorig jaar geen goede Tour de France. Tijdens de tweede rustdag probeert hij uit te leggen waarom.

Wilco Kelderman Foto ANP/ Bas Czerwinski

„Ik weet ook niet waarom iedereen mij altijd maar als het grootste wielertalent van het land blijft zien. Misschien verwachten ze in Nederland wel te veel van mij. Ik bedoel: ik kan goede waardes trappen, maar dat zijn ook maar cijfertjes. De Tour de France duurt drie weken. Dat is iets heel anders, daar komt een stuk meer bij kijken.

„Soms wil je in je kop iets en dan werkt je lichaam niet mee. Ik hoop natuurlijk ook dat er nog meer in zit dan dit. Ik heb het nog niet laten zien deze Tour, heb nog amper in beeld gereden. Maar wat moet ik dan, als er geen keuze is, als mijn lijf niet meewerkt?

„Na die val [9 juli, Keldermans band liep van zijn velg door de hitte in de afdaling van de Col de Val-Louron-Azet] was ik mentaal gekraakt, voelde ik me gebroken. Alles ging net lekker en dan gebeurt er zoiets. Dat moet mij weer overkomen, dacht ik. Lig ik weer in puin. Ik heb de dag daarna nog wel geknokt om erbij te blijven, maar in de Tour kan je niet zeggen: zo, ik ben weer hersteld. Die teleurstelling moet ik zien los te laten [Kelderman staat op de rustdag dertigste, op ruim 48 minuten van leider Chris Froome].

Verbrand

Bron ANP, ASO

Bron ANP, ASO

„Ik voel me nu eigenlijk best prima. Zo’n rustdag vind ik heerlijk. Het maakt me niet uit wat ik dan doe. Ik heb vanmorgen een uurtje gefietst – wel mijn rug verbrand. We dragen van die dunne sprinterspakken en ik vergat me in te smeren.

„Sinds maandag heb ik wel weer wat vertrouwen. Op het vlakke kon ik weer goed voorin mee. En dan denk ik: nou, ik ben er weer, morgen kunnen we ertegenaan. Maar dat dacht ik al eerder deze Tour, toen George [Bennett, zijn ploeggenoot bij LottoNL-Jumbo] meezat in de vlucht. Probeerde ik ook naar dat groepje toe te rijden. Nou, ik ontplofte volledig. Ik zakte er helemaal doorheen. Het wou gewoon niet.

‘Zoek er niet te veel achter’

„Ik ben lang niet zo slecht als vorig jaar hoor [Keldermans Tourdebuut verliep teleurstellend – hij viel in de eerste ritten, had last van zijn rug en werd 79ste]. Toen kon ik amper de grupetto volgen, was ik echt drie keer minder. Fysiek ben ik nu aardig in orde. Ik kan de Tour makkelijk uitrijden. Maar het liefst wil ik natuurlijk nog aanvallen, meestrijden om ritzeges. Die nare rugzak van de Tour wil ik weleens van me af gooien.

„Maar maak het niet te groot. Jullie journalisten moeten er niet zoveel achter zoeken. Het is irritant om steeds maar te praten over hoe slecht het gaat. Dat is zo negatief. Natuurlijk wil ik meer dan dit. Dit is superteleurstellend. Ik probeer terug te komen op mijn oude niveau en in mijn kop lukt dat wel. Als ik het gewoon elke dag probeer, dan moet het een keer lukken.

„Je herpakken werkt alleen niet zo simpel, zeker niet in de Tour. Hier gaat alles supersnel. Om negen uur sta ik op, tien uur ontbijten, dan is het de hele dag koers, om zeven of acht uur ben je een keer in je hotel, laat je je masseren en om elf of twaalf uur lig je in je nest. Ik heb vaak niet eens tijd om met mijn vriendin te bellen. Laat staan om over mijn toekomst na te denken.

Vies snel

„Ja, het moet een andere kant op met mij. Andere coaches, een ander programma. Een andere ploeg, dat willen jullie natuurlijk graag horen. Maar dan zit ik ergens anders, en dan? Ik probeer het nu per dag te bekijken, ik ga alle dagen die nog komen proberen mee te zitten in de kopgroep, ik wil er heel graag in knallen. Ja, echt. Anders kan ik net zo goed stoppen.

„Woensdag, dat zou best een etappetje voor mij kunnen zijn. En dan bedoel ik niet dat ik in het wiel van Bauke [Mollema] ga zitten. Daar krijg je geen moraal van. Die rijdt nu zo vies snel.

„Ik kan het in deze Tour elke dag nog goedmaken en er komen nog een paar lastige ritten bergop. Maar nu voel ik me vooral onzeker. Het gaat niet zoals ik me had voorgesteld. Ik moet proberen de frustratie daarover los te laten. Ik mag dan te boek staan als het grootste talent, maar Dumoulin is echt een stapje beter. En wat is talent eigenlijk?”