Zweven in het ziekenhuis

Zorg Hypnotherapie en mindfulness werden door artsen lang gezien als kwakzalverij. Nu wordt deze en andere aanvullende zorg vaak in het ziekenhuis aangeboden. Als onderdeel van de behandeling of als extraatje voor de patiënt.

Foto David van Dam

Patiënten die baat denken te hebben bij creatieve therapie, massages of mindfulness gaan meestal zelf op zoek, buiten de reguliere zorg. Maar langzaam bieden steeds meer ziekenhuizen deze ‘complementaire zorg’ zelf aan. 94 procent van de Nederlandse ziekenhuizen heeft iets van dit soort zorg onder eigen dak, bleek vorig jaar uit een inventarisatie van het Van Praag Instituut en het Louis Bolk Instituut. Vooral de zogenaamde mind-body-interventies zoals mindfulness, geleide visualisatie en hypnotherapie, zijn populair.

De term complementaire zorg beslaat een brede waaier aan behandelingen, van voetmassages tot meditatietechnieken. Een aantal heeft inmiddels een stevige wetenschappelijke basis. Er zijn behandelingen die een onmisbaar onderdeel zijn geworden van het reguliere behandelplan, zoals mindfulness na een hartoperatie. Andere behandelingen, vaak zonder wetenschappelijk fundament, worden aangeboden als een extraatje voor de patiënt, zoals een handmassage voor een operatie.

De interesse in deze behandelingen, bewezen en niet-bewezen, groeit op alle niveaus, van patiënten tot artsen en bestuurders, zegt hoogleraar interne geneeskunde Jan Smit. Hij is ook voorzitter van een commissie van ZonMW, dat in opdracht van onder meer het ministerie van Volksgezondheid onderzoek doet naar zorginnovatie. Smit vermijdt de term ‘complementaire zorg’. „Het woord complementair suggereert dat het per definitie wetenschappelijk niet-bewezen behandelingen zijn, die extra zijn en weinig worden toegepast. Maar sommige behandelingen, zoals mindfulness, zijn wetenschappelijk onderzocht en zijn een belangrijk onderdeel van een behandeltraject. Ik zou het daarom liever hebben over goede of slechte zorg. Goede zorg is effectief, veilig en doelmatig en draagt bij aan de gezondheid van mensen. En effectiviteit en veiligheid moeten worden getoetst volgens gangbare wetenschappelijke methoden.”

Trainingen voor artsen

In het Centrum voor Mindfulness van het Nijmeegse Radboudumc doet hoogleraar psychiatrie Anne Speckens al tien jaar onderzoek naar de effectiviteit van mindfulness. Er worden trainingen gegeven aan mensen met psychische en lichamelijke klachten. Maar ook aan studenten en artsen uit het ziekenhuis. Speckens: „Het is een enorm verschil met tien jaar geleden. Ik stuitte toen op weerstand, mindfulness was toen nog controversieel. Nu het bewijs groeit, verdiepen artsen zich in de onderzoeken die wij doen.”

In de Verenigde Staten hebben de veertig grootste en bekendste ziekenhuizen allemaal een aparte ‘integratieve afdeling’. In Nederland wordt aanvullende zorg nog vaak als kwakzalverij gezien. Die scepsis herkent ook AMC-kinderarts Marc Benninga. Hij begon tien jaar geleden zijn onderzoek naar de werking van hypnose bij kinderen met onverklaarbare chronische buikklachten. Hij kreeg het verwijt kinderen aan kwakzalverij bloot te stellen. Benninga liet zich er niet door weerhouden. „Het bleek het meest succesvolle onderzoek dat ik ooit gedaan heb”, zegt hij, „85 procent van de kinderen had aanzienlijk minder pijn na zes sessies bij een hypnotherapeut. Na een bezoek aan mij, de kinderarts, was dat 25 procent. Inmiddels hebben we een tweede grote klinische studie verricht in tien ziekenhuizen die laat zien dat hypnotherapie effectief is.

Is hypnotherapie dan nu de standaard behandeling? Benninga: „Dat overleg ik altijd met ouders. Op dit moment wordt het nog niet als eerste stap geadviseerd. Dat heeft te maken met de kosten, want het is niet altijd verzekerd. Maar als je kijkt naar het effect, zou het dat wat mij betreft wel moeten zijn.”

Het Flevoziekenhuis doet sinds 2006 mee met het internationale zorgconcept Planetree. Dat betekent dat naast de reguliere medische zorg extra aandacht besteed wordt aan het welbevinden van de patiënt. Het ziekenhuis heeft van alles in huis: van aromazorg tot geleide visualisatie. Ook worden op alle verpleegafdelingen handmassages en pre-operatieve voetmassages gegeven door geschoolde vrijwilligers.

Patiënten delen hun angsten

Verpleegkundige Akke Klijnstra heeft de complementaire tak in het Flevoziekenhuis opgezet en zegt dat die niet meer weg te denken is uit de dagelijkse ziekenhuispraktijk. Klijnstra: „Het is een extraatje voor de patiënt. Het gaat altijd in samenspraak met de arts. Patiënten reageren vaak verrast, en ervaren het als een fijne, persoonlijke vorm van aandacht. Tijdens zo’n massage delen mensen hun angst of zorgen, iets waar de arts minder tijd voor heeft. En vaak verandert dan hun beleving van pijn. Soms vervangt het de kalmeringsmiddelen en gaan patiënten al slapend naar de operatiekamer.”

Voor de effectiviteit van zulke massages is nog geen wetenschappelijk bewijs, zoals evenmin bewijs is voor het succes van geleide meditatie, aromazorg of creatieve therapie. Kunnen ziekenhuizen dit desalniettemin aanbieden? Hoogleraar Jan Smit: „Een goed gebruik in de geneeskunde is dat behandelingen pas worden geïntroduceerd nadat ze grondig zijn onderzocht. Experimentele behandelingen worden alleen in de context van onderzoek aangeboden. Bij die afweging spelen de risico’s van zo’n behandeling mee. De eisen die aan wellness-achtige zaken als aromazorg of handmassages worden gesteld, zijn anders dan voor interventies die mogelijk risicovol zijn: zo kan het gebruik van bepaalde kruiden de werking van geneesmiddelen verminderen of juist versterken.

Anne Speckens vindt dat complementaire zorg niet moet blijven hangen in de verpleegkundigenzorg, wat nu nog vaak het geval is. „Als je constateert dat iets werkt, onderzoek het dan. Anders blijft complementaire zorg in de hoek van hobbyisme.”

In de praktijk:

Mindfulness bij hartklachten

Nadat Petra Scholte (1962) een bypassoperatie had ondergaan in Nieuwegein, bleef ze klachten houden: benauwdheid, druk op haar borst en pijn in haar kaak. Voor een second opinion kwam ze in het Radboud Ziekenhuis terecht bij hartspecialist Angela Maas. Het bleek te gaan om microvasculaire angina pectoris, een zuurstoftekort in de kleine kransvaten, wat veel voorkomt na hartoperaties. Scholte kreeg andere medicatie en doorverwijzingen naar andere specialisten. Maar Maas stelde ook voor een mindfulness training te volgen bij het Radboud Mindfulness Centrum, waar een onderzoek liep naar het effect van mindfulness op deze hartklachten.

„Ik had eerst een dubbel gevoel over mindfulness, want ik kwam in het ziekenhuis met lichamelijke klachten. Alsof ik verkeerd omging met mijn klachten en ze daardoor had veroorzaakt. Maar ik was ook nieuwsgierig, dus ik heb de acht weken durende training helemaal gevolgd. Sessies van zo’n tweeënhalf uur waarin ik vooral leerde met mijn aandacht in het hier en nu te zijn. We kregen ontspanningsoefeningen, een beetje yoga en we leerden een aantal meditatietechnieken. Thuis oefende ik elke dag met behulp van cd’s. Mijn lichamelijke klachten zijn niet verdwenen, maar ik kan er nu wel beter mee omgaan. Ik kan mijn gedachten van een afstandje analyseren. Dat helpt om de pijn te accepteren.”

Hypnotherapie bij schildklierproblemen

Als Nynke Moorman (1996) veertien is, blijkt dat ze de ziekte van Hashimoto heeft; een traag werkende schildklier. Ze lijdt aan chronische vermoeidheid, heeft last van stemmingswisselingen en moeite zich te concentreren. Wanneer de medicijnen die Moorman krijgt onvoldoende blijken te werken, wordt ze door haar arts in het AMC doorverwezen naar hypnotherapeut Carla Frankenhuis. Met hypnotherapie (ook wel medische hypnose genoemd) leert ze zich beter ontspannen. Dat heeft een positief effect op haar klachten.

„Hypnotherapie roept een beeld op alsof je half slapend gekke dingen uitvoert die een hypnotiseur je influistert, maar zo werkt het helemaal niet. Je leert mediteren, om zo te kunnen ontspannen en relativeren. Tijdens zo’n oefening visualiseer ik bijvoorbeeld een grote gekleurde bol om me heen die me beschermt tegen nare dingen. Of ik stel me voor dat ik bij elke inademing goede dingen binnenkrijg, en bij elke uitademing de dingen naar buiten laat waarover ik pieker. Ik ben nu minder moe en kan beter omgaan met spanning. Ik heb hypnotherapie wel eens uitgelegd aan vriendinnen. Die vonden het eerst vaag klinken, maar daarna lagen we met z’n vijven op mijn bed zo’n oefening te doen. Heerlijk ontspannend vonden ze het.”

Geleide visualisatie bij chemotherapie

Sjan de Jong (1955) kreeg in 2011 darmkanker. In het Flevoziekenhuis werd een deel van haar darmen verwijderd en daarna volgden zes zware chemokuren vanwege uitzaaiingen. Via haar oncoloog hoorde De Jong over geleide visualisatie. De Jong: „Ik ben helemaal geen zweverig type, maar ik besloot me ervoor open te stellen. Dus kreeg ik twee weken voor mijn operatie cd’s mee naar huis met visualisatietechnieken (ontwikkeld door het Van Praag Instituut). De week voor ik onder het mes moest, luisterde ik naar ontspanningsoefeningen die me voorbereidden op wat zou komen.

„Ik visualiseerde bijvoorbeeld dat ik op een plek was waar het rustig en sereen is. Zo ging ik met vertrouwen de operatie tegemoet en voelde ik me in veilige handen bij de arts. Maar vooral na de operatie heb ik er ontzettend veel aan gehad. De cd hielp me steeds door die verschrikkelijke eerste 24 uur na de chemo heen, wanneer je je hondsberoerd en eenzaam voelt. Ik zette een koptelefoon op en stelde me voor dat ik ergens anders was. Soms luisterde ik wel twee of drie keer op een dag. Het leek alsof ik dan ook minder misselijk was.”