Wees helder, correct en kort

Flessenpost uit de VS

Schrijfster Pia de Jong woont met haar gezin in Princeton, in de VS. Ze schrijft wekelijks over wat haar daar opvalt.

Illustratie Eliane Gerrits

Voor mijn verjaardag vroeg ik mijn vrienden mij hun favoriete boek te geven, met de reden waarom. Van één boek kreeg ik twee exemplaren: The Elements of Style van William Strunk Jr. en E.B. White. In het oudste exemplaar, een smoezelige paperback uit 1950, stond een citaat van Dorothy Parker: „Als je jonge vrienden hebt die schrijver willen worden, is het op één na beste wat je voor hen kunt doen The Elements of Style geven. Het allerbeste is natuurlijk hen neer te schieten nu ze nog gelukkig zijn.” In het tweede, recentere exemplaar, met prachtige illustraties van Maira Kalman, had de gulle gever geschreven: „Je moet de regels kennen om ze te kunnen breken.”

Strunk & White, zoals iedereen het noemt, is een stijlboek. Op het eerste gezicht gaat het over relatief saaie materie. In zes korte hoofdstukken worden de beginselen van compositie en grammatica uitgelegd. Van de komma tot de kantlijn, van zinsopbouw tot gedachtestreepje. In duidelijke, niet mis te verstane instructies wordt uit de doeken gedaan hoe je moet schrijven. En vooral hoe het niet moet.

Het boekje staat vol praktische tips. Zorg dat de lezer altijd weet wie aan het woord is. Bewaar invoelende woorden tot aan het eind van de zin. Schrijf in de tegenwoordige tijd. Het bevat een lijst van 49 uitdrukkingen die vaak verkeerd gebruikt worden en 57 woorden die regelmatig foutief gespeld worden. Sinds 1959 zijn meer dan 10 miljoen exemplaren verkocht.

William Strunk Jr. was hoogleraar Engels aan de Cornell-universiteit, met een obsessie voor heldere taal. Hij kon zich wezenloos ergeren aan overbodigheid en onduidelijkheid. „Een zin moet geen onnodige woorden bevatten, een paragraaf geen onnodige zinnen, om dezelfde reden dat een tekening geen onnodige lijnen of een machine geen onnodige onderdelen bevat.” Tekst als een geoliede machine. Hij had zijn richtlijnen genoteerd in een boekje dat hij in 1919 in eigen beheer had uitgegeven.

Een van zijn studenten was E. B. White, die later beroemd werd als schrijver van Charlotte’s Web en Stuart Little, alsmede van een aantal briljante essays en korte verhalen. Toen hij in 1957 gevraagd werd het „Kleine boekje” van zijn leermeester opnieuw te bekijken, herinnerde hij zich hoeveel hij ervan geleerd had. En hij zag weer de besnorde professor voor zich die nooit een woord te veel gebruikte en de zo gewonnen tijd vulde met herhalingen: „Regel 13. Vermijd overbodige woorden. Vermijd overbodige woorden. Vermijd overbodige woorden.”

White voegde slechts een kort hoofdstuk over compositie toe. Dat wilde hij nog wel doen, hoewel hij weinig geduld had met aankomende schrijvers. In tegenstelling tot het geduld dat hij had met zijn onafscheidelijke teckel Fred, waarover de auteur ooit liefdevol schreef dat die nooit gehoorzaamde, zelfs niet als White hem vroeg iets te doen wat de hond zelf wilde.

Wat maakt Strunk & White zo goed? Inhoud en vorm vallen perfect samen. Het slaagt met vlag en wimpel voor de toets die het ons allen voorhoudt: ‘wees helder, correct en kort. Schrap alle overbodige woorden. Hoe beknopter de tekst is, hoe beter.’ En het werkt, voor de ervaren schrijver én voor de onzekere middelbare scholier. Het geeft zelfvertrouwen en durf. Schrijven is moeilijk, maar gelukkig is er Strunk & White.

Er is geen excuus meer voor slordige zinnen. Terwijl ik dit schrijf, voel ik de strenge schoolmeesters over mijn schouder meekijken, met een bemoedigende knipoog. Van teckel Fred.

Reacties via pdejong@ias.edu