Verpleeghuizen op zwarte lijst waren al verbeterd

Zorg

Met naming and shaming wil staatssecretaris Van Rijn zorg in verpleeghuizen verbeteren. Maar hij kwam met oude gegevens.

Roos Koole/ANP

In acht van de elf verpleeghuizen op een zwarte lijst van staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA), was de zorg al sterk verbeterd op het moment van publicatie van de lijst. Dit blijkt uit recente inspectierapporten en brieven die NRC heeft ingezien.

Begin deze maand publiceerde Van Rijn onder druk van de Tweede Kamer een ‘zwarte lijst’ met namen van verpleeghuizen waarover de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) bezorgd was. Die lijst was gebaseerd op een onderzoek van de IGZ onder 150 verpleeghuizen dat liep tot 15 maart. Elf van deze verpleeginstellingen werden door de inspectie in ‘categorie 1’ geplaatst – daar zouden de zaken niet op orde zijn. Bij de bekendmaking betitelde Van Rijn de elf als „rotte appels”, die moesten „verbeteren of sluiten”. Van Rijn kondigde aan een „interventieteam” in te zetten dat „geen enkele maatregel schuwt”. Daarbij moest gedacht worden aan „vervanging van bestuurders, patiëntenstops en sluiting”.

De meeste van de elf verpleeghuizen werden echter ook nog bezocht ná 15 maart; en er werden verbeteringen geconstateerd door de inspecteurs. Dat liet de IGZ ook weten aan de verpleeghuisbestuurders, die dan ook hogelijk verbaasd waren over hun plaats op de lijst en boos over de harde woorden van de staatssecretaris.

Beschadigd

De Inspectie heeft Van Rijn voorafgaand aan de publicatie in een brief gewaarschuwd dat de verpleeghuizen „begrijpelijk en deels terecht” bezwaar zouden kunnen maken tegen hun plaatsing op de lijst, zo blijkt uit een brief die vorige week met andere stukken naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Verschillende verpleeghuizen hebben inmiddels laten weten juridische stappen tegen Van Rijns ministerie te overwegen omdat hun goede naam ten onrechte zou zijn beschadigd, terwijl de IGZ en Van Rijn wisten dat de lijst niet de meest actuele stand van zaken gaf.

De naming and shaming van verpleeghuizen, hoogst ongebruikelijk, leidde tot grote onrust in de sector. Elly van der Bijl, voorzitter van de Raad van Toezicht van zorginstelling IJsselheem: „Er zijn problemen geweest in onze organisatie, maar we hadden allang verbeteringen doorgevoerd en de inspectie had ons voor publicatie van de lijst juist een positief oordeel gegeven.” Een woordvoerder van Careyn: „Dat onze naam op die lijst stond, heeft tot onrust geleid onder bewoners en hun kinderen. Dat was totaal onnodig, omdat de informatie niet meer klopte.”

‘Lijst was wens van de politiek’

Inspecteur-Generaal Ronnie van Diemen schreef voor publicatie van de lijst aan Van Rijn: „Ik merk op dat een aantal instellingen heeft aangegeven zich niet (volledig) in het geschetste beeld te herkennen, mede gegeven de verstreken tijd. Dat is begrijpelijk en zal deels terecht zijn, omdat instellingen op basis van het toezicht maatregelen hebben genomen en verbeteracties hebben ingezet.” Een woordvoerder van de inspectie noemt de openbaarmaking van de lijst nu „een wens van de politiek.” En: „Zo’n lijst is een momentopname; het was nooit onze bedoeling dat het op deze manier als ranglijst gebruikt zou worden.”

Een woordvoerder van de staatssecretaris stelt dat altijd openlijk is gecommuniceerd dat de lijst de stand van zaken tot 15 maart weergaf. „Zo hebben we het aangeleverd gekregen door de inspectie, en dat hebben we op verzoek van de Tweede Kamer openbaar gemaakt.” Het ministerie nam geen kennis, zo zegt de woordvoerder, van inspectieoordelen over de elf instellingen ná 15 maart.

Van Rijn is van plan na de zomer een geactualiseerde lijst naar de Tweede Kamer te sturen.

Klik op onderstaande knoppen om door de verschillende grafieken te navigeren: