Turkse kinderen, maak dat je wegkomt

Opinie Turkse ouders doen er goed aan te regelen dat hun kinderen in het buitenland kunnen werken of studeren, schrijft Ebru Umar.

Tijdens mijn landarrest in Turkije wegens vermeend beledigende tweets aan het adres van de Turkse President Erdogan, stelde elke Turk die ik tegenkwam mij maar één vraag: „Waarom ben je nog hier?” Hun vertrouwen in de Turkse rechtsstaat was nihil. Hun verbazing over mijn weigering hals over kop op een boot naar Samos of Kos te stappen, groot. Zonder uitzondering spraken kennissen van mijn ouders: „Als je mijn dochter was, was je allang weggeweest.”

Het wantrouwen dat Turken koesteren tegen hun overheid en in het bijzonder hun president en rechtssysteem, is eenieder die gewend is aan vrijheid en veiligheid vreemd. Zolang je in onze werkelijkheid niemand oplicht, berooft of vermoordt, kun je doen en laten wat je wilt. Het heet vrijheid, en die vrijheid geldt voor iedereen: man vrouw, jong oud, homo hetero, etnisch of native.

De politie is je vriend en zal rationeel handelen, het concept ‘leger’ is ons vreemd. We hebben een ministerie dat ‘iets’ met defensie doet, en militairen zien we alleen op tv als ze naar het buitenland gestuurd worden en onverhoopt omkomen. Omkomen terwijl ze de vrijheid van vreemden bevechten.

Natuurlijk wantrouwt niet elke Turk president Erdogan; het land is verdeeld en de ‘democratie’ is een dubbeltje op zijn kant. De helft van het land adoreert de islamiet met fascistoïde trekken, de andere helft zwijgt tegenwoordig. Ze weten wel beter; de vrijheid die zij anderen, óók islamieten, gunnen, wordt hen onthouden. En terwijl vrijdagavond Twitter losbarstte over de staatsgreep, bleef het stil vanuit mijn vrienden- en kennissenkring. Op mijn vraag wat er aan de hand was, in de groepsapp die mijn Turkse vrienden hadden aangemaakt naar aanleiding van mijn landarrest, kwam een droog maar veelzeggend antwoord: „Ik geloof dat er een staatsgreep plaatsvindt.” De meiden barstten los: wegwezen met die man, succes militairen, húp vrijheid en klaar nu met de islam. (‘About bloody time’, had ik zelf getwitterd.) De mannen waren voorzichtig: je weet niet wie hier achter zit, zul je zien: morgen worden we wakker en is er niets veranderd.

De mannen hadden gelijk. De ‘coup’ was een farce, daar was iedereen het over eens. Dat Erdogan hier sterker uit zou komen, stond buiten kijf. Maar de vrouwen, moeders van kinderen, waren nog niet uitgeraasd. Dat hun levens als vrouw en de levens van hun kinderen nog moei lijker zouden worden, wisten ze al terwijl de ‘staatsgreep’ nog bezig was. Bijna ontstond er ruzie: „Een op de twee Turken heeft op hem gestemd, dat wil zeggen dat de helft van deze Whatsappgroep dat ook gedaan heeft. Nou zeg het dan? Geef toe, wie van jullie heeft Erdogan gestemd?”

Mijn vrienden zijn Turken uit Izmir. Izmir-Turken zijn een apart slag. Ze lijken op Rotterdammers: hebben het hart op de tong en laten zich door niemand de kaas van het brood eten. Ze staan voor vrouwenrechten en hebben een broertje dood aan de politieke islam. Niet voor niets wordt de stad ‘Gavur Izmir’, oftewel het heidense Izmir genoemd. Al mijn vrienden hebben maar één streven: dat hun kinderen in vrijheid opgroeien. Vrijheid, zoals in Europa. Of Amerika. Ze doen er ook alles aan om dat te bewerkstelligen.

Toen twee jaar geleden ‘vrijwillige godsdienstles’, met als verplichte keuze om één keer per week mee te doen, werd ingevoerd op de school waar de dochter van vrienden zat, hebben zij zich georiënteerd op emigratie naar Canada. Ik was tegen. Fel tegen. Twee goede banen inruilen tegen het leven aan de onderkant van de samenleving in het koude Canada, ben je helemaal besodemieterd? Sinds afgelopen weekend heb ik daar spijt van. Ik weet dat de dag nadert, dat ik ‘ja natuurlijk’ zal moeten zeggen, als ze bellen en zeggen dat hun dochter in Nederland komt studeren en dat ze ‘dus’ bij mij komt wonen.

De dochter van een andere vriendin liep door een administratieve fout een studiebeurs in Frankrijk mis – er wordt hemel en aarde bewogen om dat recht te trekken. Ouders van fanatieke sportkinderen doen er alles aan om ze op een sportbeurs naar Amerika te laten emigreren. „Hoe houden jullie het daar toch vol?”, verzuchtte ik op de whatsapp naar Izmir. „We moeten ervoor zorgen dat onze kinderen áltijd een uitwijkmogelijkheid naar het buitenland houden”, was het antwoord. Dat zij zelf zullen achterblijven, doet de Izmir-Turken niets. „Wij hebben al geleefd, het gaat om de kinderen, het gaat áltijd om de kinderen. Wij willen dat ze in vrijheid kunnen leven.”

Mijn vrienden in Izmir zijn zaterdag met een kater wakker geworden. En nog vastberadener om hun kinderen Turkije uit te krijgen. Sinds mijn landarrest begrijp ik dat. Want het Turkije van Erdogan mag dan ‘democratisch’ tot stand zijn gekomen, het begrip ‘vrijheid’ is er ver te zoeken.