Te veel chefs, amper tijd voor een praatje en te formalistisch

Vijf problemen van de nieuwe politieteams

Grote, ‘robuuste basisteams’ moesten de Nationale Politie sterker maken, en zichtbaarder in de wijk. Het tegengestelde dreigt te gebeuren, blijkt vandaag uit onderzoek van Politie en Wetenschap. Dit zijn de vijf problemen van de basisteams.

ANP

Kloof tussen leiding en agenten groeit

180716BIN_PolitieIconen-03
De agenten uit het voorgaande voorbeeld improviseerden in een acute situatie, maar kregen daarvoor geen waardering van hun leidinggevende. Die had alleen oog voor de niet gevolgde protocollen. „Te veel formalisering leidt tot „een clash” in basisteams, zegt Terpstra. Volgens hem is het funest dat sommige leidinggevenden andersdenkende agenten wegzetten als „ouderwets”. Daarmee gaan ze voorbij aan de „fundamenteel andere opvatting” van deze agenten. Politiechef Gery Veldhuis, landelijk portefeuillehouder basisteams: „Ik zou gezegd hebben: goed gedaan, maar had even gebeld waar je mee bezig bent.”

Onduidelijk, al die leidinggevenden

180716BIN_PolitieIconen-04
Een basisteam van zo’n 150 mensen heeft niet genoeg aan één leidinggevende. De teamchef houdt daarom vooral de grote lijnen in de gaten. De dagelijkse leiding hebben de ‘operationeel coördinatoren’, maar voor personeelszaken zijn andere verantwoordelijken. Onduidelijk, al die verschillende leidinggevenden, vinden veel agenten. Ze missen één duidelijk aanspreekpunt, zoals de vroegere wijk- of teamchef, „bij wie men voor vragen en problemen terecht kon”. Sommige agenten balen ervan dat ze door de grote teams met meer verschillende collega’s de straat op gaan. Daardoor zijn ze minder goed op elkaar ingespeeld.

Kloof met de burgers groeit

180716BIN_PolitieIconen-03
De Rabobank was wel eens een voorbeeld voor de politie. Als zij filialen kunnen sluiten op het platteland, waarom wij dan niet? Bankfilialen en politiebureaus zouden „achterhaald en inefficiënt” zijn. Dus, constateert het rapport, worden „burgers die spontaan langs willen komen bij de politie ontmoedigd”. Iedereen doet zijn zaken toch via internet en de telefoon? Nee dus, toonde de opkomst van de RegioBank aan. Die opende filialen in dorpjes waar de Rabobank weg was. Maar de politie heeft geen concurrent, schrijven de onderzoekers. „Vanwege haar unieke positie moet de politie het dan ook zo ver niet laten komen.”

Tijdrovend en omslachtig

180716BIN_PolitieIconen-05
De hele Nationale Politie kent nu dezelfde protocollen en regels. Die leiden tot een doorgeschoten formalisering. Onderzoeker Jan Terpstra geeft een voorbeeld. Een wijkagent uit een klein protestants stadje kreeg een melding van een schennispleger. Hij seinde een collega in. Samen vonden ze de 14-jarige jongen in vijf minuten. Een succesje. Maar terug op het bureau kregen ze geen applaus, maar een standje. Terpstra: „Volgens protocol had de wijkagent niet zelf een oplossing mogen zoeken. Hij moest een opdracht uitzetten. Tijdrovend en omslachtig in zijn ogen, met een kans dat de opdracht verloren gaat in de bureaucratie.”

Incidenten bepalen het politiewerk

180716BIN_PolitieIconen-06
De grote basisteams moesten ertoe leiden dat er naast de agenten voor incidenten nog genoeg mensen beschikbaar zouden zijn voor andere zaken: rustig netwerken in de wijk bijvoorbeeld, of acties opzetten voor inbraakpreventie. Maar de waan van de dag regeert nu meer dan ooit, vinden agenten. Medewerkers van ‘wijkzorgteams’ konden zich vroeger richten op de wijk, maar zijn nu opgegaan in het allround basisteam waar ze ook naar 112-meldingen moeten. Wel is er nu meer aandacht voor het oplossen van veel voorkomende criminaliteit, zoals inbraak en diefstal, vinden agenten. Dankzij speciale afdelingen binnen de basisteams.