Schubertiaanse lyriek en geplukte akkoorden

Schubert en Jeff Beck beginnen allebei aan een tweede jeugd deze zomer. De negentiende-eeuwse componist doet dat met behulp van een hedendaagse cellist, en de gitaarveteraan werkt samen met twee rebelse jonge vrouwen. Daarnaast is er ook nieuw bloed: r&b-talent Kandace Springs.

Cellist Matt Haimovitz (1970) was dertien toen hij op het laatste moment zijn celloleraar verving bij een uitvoering van Schuberts Strijkkwintet in Carnegie Hall, met op de andere stoeltjes levende legendes als Isaac Stern, Pinchas Zukerman en Mstislav Rostropovitsj. Dat Haimovitz warme gevoelens koestert voor Schuberts meesterlijke strijkkwartet-plus-cello is dus niet zo verwonderlijk. Zijn opname met het Miró Quartet is kraakhelder, dynamisch en rijk geschakeerd, diep ingeleefd in de diverse karakters van de delen. Met pianist Itamar Golan speelt Haimovitz Schuberts ‘Sonate voor arpeggione’, en net als in het ‘Strijkkwintet’ is het verfijnde samenspel een attractie. De arpeggione, een soort gestreken gitaar, was indertijd een nieuw instrument, en is sindsdien vergeten. De schitterende schubertiaanse lyriek en de geplukte akkoorden komen ook op Haimovitz’ cello uitstekend tot hun recht.