Robotrollators, tandtrekrobots en vliegende brandmelders

Robotica In het Delftse Robovalley werken 170 onderzoekers aan nieuwe robotvormen. Van beveiligingslibelles tot een robot die je kies trekt.

Geen brommend gezoem, maar schel gefladder. De Delfly maakt een heel ander geluid dan normale drones met rotorbladen. De vliegende robot, ontwikkeld aan de TU Delft, is vederlicht en vliegt met vleugeltjes aan de zijkanten en met zijn ‘kop’ vooruit. Hij heeft wat weg van een uit de kluiten gewassen libelle. „Robots líjken niet op dieren, ik vind dat het nieuwe dieren zíjn”, zegt projectleider Chris Verhoeven.

Niet voor niets heet de arena waarin de robotlibelles rondvliegen de Cyber Zoo. Die met grote netten afgebakende robotdierentuin is onderdeel van een verzameling robotinitiatieven, -onderzoeksgroepen en -start-ups onder de naam Robovalley. Dat internationale samenwerkingsverband van ruim 170 onderzoekers en ondernemers uit Delft kreeg afgelopen week een investering van een half miljoen euro van adviesbureau Accenture. „En we zijn in gesprek over samenwerking met grote robotfabrikanten zoals Kuka, ABB en het Nederlandse Lely Industries”, zegt programmamanager Arthur de Crook.

De bedoeling van dat soort samenwerkingen is dat de Delftse robots vaker en sneller de laboratoria uitkomen, de echte wereld in. Eerder deze maand won een Delfts team bijvoorbeeld een competitie van techreus Amazon om een robot te bouwen die nauwkeurig postpakketjes kan sorteren en oppakken. Aan welke robots werken ze in Delft nog meer?

Zorgrobots

Staand tussen twee industriële robotarmen vertelt hoogleraar robotica Robert Babuška over zijn project om robots zodanig aan te passen dat ze geschikt worden voor medische handelingen. Bijvoorbeeld een robot ter ondersteuning van tandartsen of kaakchirurgen. „Bij handelingen als het handmatig trekken van kiezen gaat nog vaak wat mis, dat zou met robots nauwkeuriger kunnen”, zegt Babuška. Een tandartsrobot zou in een trend passen: operatierobots zijn in opkomst in veel meer medische specialismen.

Een heel ander soort Delftse zorgrobot is Lea, van het bedrijf Robot Robots Company. Dat is een robotrollator die mensen zelfstandig naar zich toe kunnen laten rijden als ze hem roepen, die een seintje geeft als het tijd is voor medicijnen en die kan helpen bij lichamelijke oefeningen. „In Nederland, het Verenigd Koninkrijk en Scandinavië zijn al wat kleinschalige testen met ouderen die Lea gebruiken”, zegt hoogleraar Pieter Jonker, mede-oprichter van Robot Robots Company.

Beveiligingsrobots

Jonkers bedrijf bouwt behalve robotrollators ook beveiligingsrobots. Kleine, zelfstandig rijdende karretjes met camera’s en andere sensoren kunnen bijvoorbeeld helpen bij de beveiliging van gebouwen en terreinen. „We doen een project in de Rotterdamse haven om plekken te beveiligen die gevaarlijk zijn voor menselijke beveiligers”, zegt Jonker.

In de markt voor beveiligingsrobots is de concurrentie overigens hevig en zijn de technische uitdagingen nog groot. Eerder deze week nog veroorzaakte een beveiligingsrobot van een andere fabrikant een ongeluk. Een surveillancerobot reed in een Amerikaans winkelcentrum tegen een kleuter aan, waaraan het kind een gekneusd been overhield.

Van dat soort harde botsingen en gewonden zullen de vederlichte robotlibelles uit de Cyber Zoo minder snel last hebben. En ook die hebben mogelijk een toekomst als beveiligingsrobots, als het aan Chris Verhoeven ligt: „Je zou de Delfly kunnen gebruiken als surveillancerobotje, of er sensoren aan kunnen hangen voor brandmelding bijvoorbeeld”, zegt hij. Een zwerm Delfly’s zou autonoom door ruimtes kunnen vliegen en helemaal zelfstandig kunnen terugkeren naar een laadstation om op te laden.

(Semi-)zelfrijdende auto’s

Waar volgens veel onderzoekers nog wel een tijdlang mensen voor nodig zijn, is het besturen van auto’s. „Voordat auto’s zichzelf helemaal kunnen besturen zullen mensen nog heel lang een belangrijke rol spelen”, zegt onderzoeker Tricia Gibo. Het idee van haar onderzoeksgroep is om auto’s met hun bestuurders te laten samenwerken „zoals paarden met hun ruiters”. Door feedback van het stuur en gaspedaal laten ze bestuurder en voertuig samenwerken.

„Dan voelt het sturen bijvoorbeeld lichter als bestuurder en voertuig het eens zijn, en zwaarder als de auto denkt dat je de verkeerde kant opgaat”, zegt David Abbink die de onderzoeksgroep leidt. De TU Delft werkt op het gebied van deze zogeheten haptische robottechnologieën onder meer samen met de Japanse autofabrikant Nissan.

In Delft wordt ook gewerkt aan technologieën voor volledig zelfrijdende auto’s, al is er op het gebied van robotauto’s veel concurrentie. Duitse universiteiten werken veel samen met de grote, Duitse autofabrikanten en het Amerikaanse Stanford University heeft nauwe banden met het Japanse Toyota en met Googles moederbedrijf Alphabet, dat al verder is met volledig zelfrijdende auto’s.

Als alle Delftse verwachtingen over robots uitkomen, zou dat economisch en maatschappelijk veel kunnen veranderen. Wat gebeurt er bijvoorbeeld met de werknemers die hun brood verdienen met taken die robots straks misschien kunnen doen – van beveiliger tot tandarts? Mogen robotlibelles met camera’s zomaar overal rondvliegen? En hoe houden we robots veilig en beheersbaar?

„Ook naar de maatschappelijke impact doen we binnen Robovalley veel onderzoek”, zegt programmamanager De Crook. Hij hoopt ook dat meer wetgevers en openbaar bestuurders zich met de technologie gaan bezighouden. „Ook zij moeten weten wat er allemaal gebeurt met robots. Want de ontwikkelingen gaan echt heel snel.”