Orgel zoekt nieuw publiek

Het orgel trekt nog altijd een specifiek publiek van vooral liefhebbers. Met slimme programmering probeert het Internationaal Orgelfestival Haarlem nieuw publiek te trekken.

Hoeveel prachtige instrumenten er in Nederland ook zijn, het orgel trekt nog altijd een specifiek publiek van vooral liefhebbers. Met slimme programmering probeert het Internationaal Orgelfestival Haarlem om nieuw publiek te verleiden er toch eens te komen luisteren.

Zo was tijdens het openingsconcert zaterdag in de Bavokerk zowel muziek te horen waarmee de orgel die-hards worden behaagd – werk van Daan Manneke – als de breed populaire Carmina Burana van Carl Orff in een bewerking voor orgel, slagwerk, koor en solisten.

De instrumentatie van de cantate is in het openingsdeel nou juist een van de leuke dingen aan de cantate, maar in het arrangement van Wijnand van Klaveren werd het orkest niet gemist. Jan Hage liet het instrument breed klinken. Dat de Carmina als geheel toch niet zo overrompelde, lag vooral aan het koor Consensus Vocalis, dat zuiver zong maar vijf meter achter de rug van dirigent Klaas Stok al niet meer te verstaan was. Dat wreekte zich ook al in Mannekes Aube, in februari in première gegaan tijdens de Zaterdagmatinee in het Concertgebouw, waarin hij het koor in vieren opsplitst. Er zijn krachtiger en beter projecterende stemmen nodig om te kunnen wedijveren met het meesterwerk van orgelbouwer Christian Müller.

Ondanks de goede wisselwerking tussen organisten en dirigent, was het hoogtepunt toch een werk voor orgel solo, Mannekes Et in tempore vesperi erit lux (1991), waarin Leo van Doeselaar de duikelende ritmes strak neerzette en de keelklanken van het orgel opzocht. Het festival duurt tot 30 juli.