Migraine Go

ellendeckwitz0

Binnen elke groep wordt het bereiken van de tienerjaren op een bepaalde manier gemarkeerd: de joden hebben hun bar mitswa, de katholieken het vormsel en in onze familie krijgt iedereen dan zijn eerste migraine-aanval. Zo lag mijn neefje van tien dit weekend voor dood op bed. Oogmasker op, tot de kruin gevuld met migrainemedicatie en calciumtabletten.

Mijn zus zucht. „Je zou toch hopen dat het een generatie oversloeg.” In onze familie heeft iedereen migraine. Behalve mijn grootmoeder, maar goed, die heeft dan weer in een kamp gezeten, God had wat goed te maken.

Mijn neefje van zeven vraagt wat migraine nou precies is. Hij heeft zijn moeder vaak genoeg zien projectielbraken om te begrijpen dat het niet echt leuk is, maar meer weet hij eigenlijk ook niet. Ik probeer hem uit te leggen dat het per persoon verschilt, zowel de oorzaak als de gevolgen. Ik krijg het van benauwd weer, zijn oom van cacao en anderen weer van Tunahan Kuzu. „En ook de symptomen kunnen uiteenlopen”, zegt mijn zus, „De één is misselijk, de ander kan niet meer tegen daglicht, een derde ziet vlekken.”

En genieën, zoals Hilary Mantel, krijgen er visioenen van. In haar memoire De geest geven schrijft ze dat ze dit aspect van migraine beschouwt als een sieraad van de geest: ‘…een geheim talent dat ik nooit in klinkende munt heb weten om te zetten’. Mantel heeft het over goudkleurige flonkeringen op de muur, over lichtflitsen die op watervlugge engelen lijken. Een slechte nachtrust of onregelmatig eten vergroot de kans op dit soort waarnemingen. Daar danken we dus ook een deel van onze mystieke literatuur aan: tijdens de vasten hongerden heiligen zich net zolang uit tot ze bibberend door een te lage bloedsuikerspiegel opeens Maria zagen.

Mijn neefje kijkt me na deze uiteenzetting een beetje glazig aan.

„Die schrijfster bedoelt dat je daardoor dingen ziet die er niet zijn”, zegt zijn moeder, „zoals engelen, of gewoon Jezus”. Ik zie dat de hersens van mijn neefje op volle toeren draaien om dit te kunnen bevatten. Opeens staat hij een stuk rechter. „Dus je ziet door migraine dingen die er niet zijn?” zegt hij hoopvol. Ik knik aarzelend, bang om iets te bevestigen wat niet het geval is. „Dus eigenlijk is migraine soms een soort Pokémon Go!” kraait hij. Nog voor ik hem uit die droom kan halen, zegt mijn zus: „Ja. Migraine is precies Pokémon Go.”

Zijn ogen glimmen. Ik kijk mijn zus ontzet aan terwijl ze naar haar zoon glimlacht. Misschien is het beter ergens naar uit te kijken dan ertegenop te zien. Tegen de tijd dat hij zijn eerste aanval krijgt, is hij Pokémon Go hopelijk allang weer vergeten.