Kuikentje onderscheidt ‘gelijk’ van ‘anders’

Diergedrag

Piepkuikens die twee balletjes voor hun moeder aanzien, hebben, als het moet, liever twee blokjes dan een bolletje en een blokje.

Kuiken kiest bij gebrek aan beter voor twee verschillende blokjes en niet voor gelijke vormen. Het dier was ingeprent met twee verschillende ronde vormen. Foto Antone Martinho

Eendenkuikens begrijpen de abstracte categorieën ‘hetzelfde’ en ‘verschillend’. Dat blijkt uit een serie experimenten uitgevoerd door Alex Kacelnik en Antone Martinho van Oxford University. Ze publiceerden hun resultaten vrijdag in het wetenschappelijke blad Science.

De eendenkuikens kregen een uur nadat zij uit het ei waren gekropen een bewegend paar plastic voorwerpen aangeboden. Dit is een gevoelig tijdstip voor kuikens – het is het moment waarop ‘inprenting’ plaatsvindt. Normaal leren ze dan wie hun moeder en nestgenoten zijn, om die vervolgens hun hele jeugd te volgen. Dat is essentieel voor hun overleving en ingebakken in het kuikeninstinct.

De Oostenrijkse etholoog Konrad Lorenz bestudeerde het principe van inprenting in de jaren dertig van de vorige eeuw. Beroemd is een filmpje waarin hij, waar hij ook gaat, door ganzenkuikens wordt gevolgd. Ze zagen hem als moederfiguur omdat hij de enige aanwezige was in de gevoelige periode van inprenting. Later liet Lorenz zien dat inprenting ook werkt met levenloze voorwerpen.

De zoölogen uit Oxford gebruikten de inprentingperiode om te kijken of kuikens abstraheren. Ze lieten de kuikens inprenten op twee plastic voorwerpen die dezelfde of verschillende vormen hadden. Na een half uurtje in het donker (een periode van „bezinking”) moesten ze kiezen tussen twee nieuwe combinaties. Het waren voorwerpen met andere vormen, maar wel gelijk of verschillend. Ruim tweederde van de kuikens had een voorkeur voor de combinatie waarop ze waren ingeprent. Als ze waren ingeprent met twee balletjes kozen ze daarna voor twee blokjes, in plaats van de combinatie balletje-blokje. Ze kozen dus voor ‘hetzelfde’. In een tweede serie experimenten bleek dat ook te gelden voor inprenting op kleur.

Volgens de onderzoekers is voor het eerst het vermogen tot spontaan abstract denken bij dieren aangetoond. In proeven met apen, papegaaien en kraaien is abstraheren ook wel aangetoond, maar dat lukte pas na een moeizaam leertraject waarbij het dier beloond werd voor zijn inspanning. Eendenkuikens doen het zonder beloning.