Holleeder in hoger beroep tegen miljoenenvordering

De rechtbank besloot dat de ‘topcrimineel’ 17,9 miljoen euro aan de staat moet betalen.

Archieffoto van Willem Holleeder bij aankomst bij de rechtbank in Haarlem in 2014. Foto Robin van Lonkhuijsen

Willem Holleeder gaat in beroep tegen het besluit van de rechtbank dat hij de staat 17,9 miljoen euro moet terugbetalen. Dat bevestigt zijn advocaat Stijn Franken maandag tegenover NRC. Het gaat om geld dat Holleeder verkregen zou hebben door het afpersen van onder meer de in 2004 geliquideerde vastgoedmagnaat Willem Endstra, ook wel bekend als “de bankier van de onderwereld”.

Het Openbaar Ministerie had geëist beslag te morgen leggen op de miljoenen en kreeg eerder deze maand gelijk van de rechtbank. In 2012 oordeelde de rechtbank al dat Holleeder de kleine 18 miljoen euro aan de overheid moest bestalen. Zijn advocaten dienden toen een wrakingsverzoek in tegen een van de rechters, omdat laatstgenoemde zich in de media openlijk over de strafzaak had uitgelaten.

De wrakingskamer wees dit verzoek af, maar het hof verwees de zaak toch door naar een ander team rechters. Die groep onderzocht de zaak opnieuw en deed eerder deze maand uitspraak. Momenteel zit Holleeder een celstraf van vier jaar uit.

Eerder gaf NRC-redacteur Jan Meeus al aan dat het niet waarschijnlijk is dat Holleeder ooit het hele bedrag zal terugbetalen:

“Het Openbaar Ministerie stelt dat het geld van Endstra terecht is gekomen bij Jan Dirk Paarlberg, een voormalig zakenrelatie van Endstra. Niemand weet of Holleeder dat geld uiteindelijk heeft gekregen. En als dat zo zou zijn, is het nooit gevonden. Voor zover nu bekend beschikt Holleeder niet meer over eigen vermogen. In het geval dat Holleeder nog een legaal verkregen inkomen verwerft, zal hij dat dus meteen moeten inleveren. Het is als het ware een vordering op de toekomst.”