EU: plan doodstraf kan niet

Reactie EU-ministers

EU-ministers van Buitenlandse Zaken veroordelen de poging tot staatsgreep in Turkije maar vinden de reactie van president Erdogan „disproportioneel”.

De doodstraf invoeren, zoals Turkije na de mislukte coup van afgelopen vrijdag overweegt, zou het einde betekenen van onderhandelingen over EU-lidmaatschap. Dat hebben Europese ministers van Buitenlandse Zaken maandag in Brussel gezegd. „Geen enkel land kan EU-lid worden als het de doodstraf instelt”, aldus Federica Mogherini, chef van de Europese diplomatie.

In een gezamenlijke verklaring veroordelen de ministers de couppoging tegen de Turkse president Erdogan, maar spreken zij ook hun zorg uit over de golf aan arrestaties en ontslagen die daar nu op volgt. „Alles moet gedaan worden om verder geweld te voorkomen, levens te beschermen en de rust te herstellen.” De ministers, bijeen in Brussel voor een al gepland overleg, vinden de reactie van Erdogan „disproportioneel”.

Volgens de aanwezige eurocommissaris Johannes Hahn (Nabuurschap) riekt Erdogans besluit duizenden overheidsfunctionarissen te laten oppakken naar een vooropgezet plan, naar „iets dat was voorbereid”. Volgens de Oostenrijker moeten er al eerder lijsten zijn geweest met namen van rechters om „op bepaald moment te gebruiken”.

EU-ministers vrezen dat Erdogan de couppoging zal gebruiken om de Turkse democratie verder uit te hollen. Volgens minister Bert Koenders, die vanwege de situatie een werkbezoek in Zuid-Amerika afbrak, is het „geen moment voor een bijltjesdag” en moeten de Turken „zich verenigen rondom de principes van de rechtsstaat”.

Voor Boris Johnson was het maandag zijn eerste Brusselse vergadering als minister van Buitenlandse Zaken. De Brit, die tijdens de Brexit-campagne de EU met Hitler vergeleek, wachtte een kille ontvangst. „We zullen naar hem luisteren als hij er nog steeds zo over denkt”, zei Koenders. Volgens de Franse minister Jean-Marc Ayrault, die Johnson vlak na diens benoeming een „leugenaar” noemde, toonde de Brit „een zekere bescheidenheid”.

Boris Johnson riep Turkije op tot „zelfbeheersing en ingetogenheid”. Zijn Luxemburgse collega Jan Asselborn eiste „meer zelfkritiek” van de Turken in plaats van „emoties en sterke woorden”. Voor de EU staat veel op het spel: sinds maart zijn er met Turkije belangrijke afspraken over het tegenhouden van vluchtelingen die naar Griekenland willen oversteken. Mogherini sprak van een „gevoel van ernst en gevaar met betrekking tot de stabiliteit” van Turkije. Volgens Manfred Weber, leider van de christendemocraten in het Europarlement, moet de relatie met Turkije „op de proefstand” worden gezet, zolang Erdogan geen beterschap toont, en kan ook de geplande afschaffing van de visumplicht voorlopig niet doorgaan.