De bruiloft van Figaro is een feest zonder opsmuk

Klassiek

Yannick Nézet-Séguin heeft in Nederland weinig opera’s gedirigeerd. In Duitsland viel hij op met Le Nozze di Figaro.

©

Hij is zo ‘hot’ en ‘happening’ als je als dirigent maar kunt worden: Yannick Nézet-Séguin (41), nog net (tot 2018) de chef-dirigent van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, maar inmiddels ook benoemd tot nieuwe muziekdirecteur van de Metropolitan Opera in New York (vanaf 2020). Bij de Nationale Opera hoorden we hem tot nu toe betrekkelijk weinig. Onvergetelijk in Verdi’s Don Carlo, sterk ook in Janaceks Vec Makropoulos en Puccini’s Turandot. Maar dat is allemaal al jaren geleden, en plannen voor de toekomst zijn er niet. Gezien de intensiteit en langdurigheid van een Amsterdamse productie lijkt Yannicks terugkomst bij de Nationale Opera helaas uitermate onwaarschijnlijk.

Gelukkig zijn er de live-opnames van Mozarts opera’s vanuit het festival in Baden Baden, uitgebracht door Deutsche Grammophon. Na Don Giovanni, Così fan tutte en Die Entführung verscheen nu Le Nozze di Figaro. Het is een uitvoering die betovert voor zover dat het aandeel van het Chamber Orchestra of Europe betreft. De ouverture is een feest zonder opsmuk: energiek en precies, elastisch en helder – als een volmaakt tikkend klokje, waarbij bijvoorbeeld een subtiel uitgelichte fagotpartij illustreert hoe goed Nézet-Séguin zijn materieel beheerst. Ook de ensembles gloeien en de slotscène van de derde akte sleept je onherroepelijk mee.

Maar vocaal mist de bezetting finesses. Grote namen (van weleer) te over, maar Thomas Hampson als Almaviva heeft in zuivere trefzekerheid ingeboet, Anne Sofie van Otter is vooral theatraal een innemende Marcellina en voor de stimmlich ook niet meer piekende Rolando Villazon geldt in het kleine rolletje van Basilio iets soortgelijks. Sterk en stabiel is wel Luca Pisaroni als een heerlijke en heel eigen Figaro, zoals overigens óók blijkt op de eveneens net nieuwe maar vrij misbare dvd van Le Nozze vanuit Salzburg, met de Wiener Philharmoniker onder de weinig uitgesproken leiding van Barenboim-protégé Dan Ettinger.

Van zangeres Sonya Yoncheva als de gravin moet je houden; haar stem is als instrument een juweel, maar juist die ongerepte schoonheid kun je ook als obstakel in de ultieme beleving van de melancholie van de aria beschouwen.

Ook net uit en verrassend goed is de uitvoering van Die Entführung aus dem Serail door de Franse dirigent Jérémie Rhorer (43). Zijn Mozart, hier in een live-opname uit het Theatre des Champs-Elysees, is een ware ontdekking door de natuurlijke, weldadige en eloquente opzet. Bijzonder noemenswaardig: tenor Norman Reinhardt is een zeldzaam soepele Belmonte.