Bernhard Eisel: bijzondere renner en vriend van het peloton

Bijzondere renner De Oostenrijker Bernhard Eisel (35) staat bekend als de buschauffeur van het peloton. Hij zorgt er in bergritten voor dat mindere renners in ‘de bus’ binnen de tijdslimiet finishen.

Bernhard Eisel

Het eerste wat Tourdebutant Dylan Groenewegen doet als hij niet meer met het peloton mee omhoog kan, is op zoek gaan naar Bernhard Eisel – die tip kreeg hij laatst van zijn ploegmakkers. Eisel is een 35-jarige Oostenrijker en staat bekend als de buschauffeur van het peloton – als renners bergop maar bij hem blijven, weten ze zeker dat ze binnen de tijdslimiet over de finish komen. Eisel zorgt in zware bergetappes zoals die van zondag dat er een ‘bus’ wordt gevormd, een grupetto zoals de renners het zelf noemen. Daarin de mindere klimmers – geblokte sprinters en renners met een slechte dag door ziekte of verwondingen.

„Het is mijn doel om iedereen veilig thuis te brengen”, zegt Eisel, beer van een vent, zelf te zwaar om met de besten mee omhoog te fietsen maar machtig genoeg om in 2007 de klassieker Gent-Wevelgem te winnen, bepaald geen vlakke koers. In een grote ronde was hij vaak knecht van Mark Cavendish. Hij begeleidde de Brit persoonlijk de bergen over. Zelf had hij nooit aspiraties voor een goed klassement in een grote ronde.

Rekenen

Eisel is een hardrijder, maar hij kan nog beter rekenen, is mondig en geniet respect in het peloton. Hij noemt zichzelf een pain in the ass. „Soms gaat het er hard aan toe, als er bijvoorbeeld klimmers in de bus zitten die het een dagje rustig aan willen doen. Die willen dan harder. Maar daar moet je bij mij niet mee aankomen.”

Tijdens de etappe is Eisel voortdurend aan het rekenen. Het is belangrijk dat hij weet hoe groot het gat is met de kop van de wedstrijd. Aan de hand van de winnende tijd en de moeilijkheidsgraad van de etappe bepaalt de organisatie de tijdslimiet. De etappe van zondag valt in categorie 4, een van de zwaarste. Het parcours is als de hartslag van een vermoeide renner – geen moment loopt de lijn vlak. De gemiddelde snelheid van de winnaar is dan nog van belang: als die dertig kilometer per uur is, mag de bus 7 procent langer doen over de etappe. Gaat het vooraan met een gang van veertig, dan ligt de limiet op 18 procent.

Aan de start van een bergrit heeft Eisel het maximale verschil tussen de bus en de winnaar al in zijn hoofd. Zondag mag de bus een minuut of veertig verliezen op de winnaar, denkt hij. Hoe komt hij daarbij? „Als je een steile klim hebt van tien kilometer, dan weet je dat je tien minuten mag verliezen op de snelsten. Je kunt het ook berekenen aan de hand van de wattages van de beste klimmer. Maar als Froome dat is, heb je pech. Dan moet de bus heel hard omhoog.”

„Zolang je maar een beetje blijft trappen, moet elke renner bij ons kunnen blijven”, zegt Eisel. „Maar als je dat al niet redt in de klim, gaat het je zeker niet lukken in de afdaling.” Dat is de crux: de grupetto gaat rustig omhoog, maar daalt om het hardst af, om de verloren tijd weer terug te pakken.

Groenewegen verloor zondag de bus van Eisel uit het oog. Die ging te hard op een stuk dat in het routeboek vlak leek, maar dat in werkelijkheid niet was. Zijn collega Sep Vanmarcke moest eraan te pas komen om hem in de afdaling weer terug te brengen. De bus kwam ruim 29 minuten na winnaar Jarlinson Pantano over de finish, met daarin alle sprinters van het peloton – op Peter Sagan na. Die was een minuutje eerder.