Wie Boeddha echt was

Het breedste, meest empirische (en meest bescheiden) van deze drie boeken is dat van Paul van der Velde, hoogleraar Aziatische religies in Nijmegen. In De oude boeddha in een nieuwe wereld onderzoekt hij even genuanceerd als gedetailleerd de westerse kennismaking met het boeddhisme, waarbij vooral de praktijk en de historische context uitgebreid aan bod komen. Gaandeweg ontkracht hij westerse vooroordelen over het boeddhisme, zoals het idee dat het inherent ondogmatisch en historisch vredelievend zou zijn. Zo ontmoeten we in zijn boek vechtende monniken, militaristische zenmeesters en koning Dutthagamini van Sri Lanka die ten strijde trok met een reliek van de boeddha (een tand) op zijn lans. Ook in de boeddhistische iconografie speelt strijd een grote rol: Boeddha wordt daarin vaak voorgesteld als een manhaftige en onversaagde held, het pad naar de Verlichting als een ware veldslag.

Verfrissend aan De oude boeddha in een nieuwe wereld is ook dat Van der Velde de vraag naar het ‘authentieke’ of zuivere boeddhisme, die bij Hoogcarspel en Bor een rol speelt, in historisch opzicht relativeert. Westerse oriëntalisten baseerden zich volgens hem in de negentiende eeuw op een toen al door boeddhistische meesters zelf gemoderniseerde interpretatie van de ‘oorspronkelijke’ leer.

Aangepast aan westerse, individualistische voorkeuren, is de leer van de boeddha in het Westen een gebruikersvriendelijke psychologie of filosofie voor heel de mens geworden, zoals ook Bor en Hoogcarspel kritisch vaststellen. Terwijl het traditionele boeddhisme in Azië volgens Van der Velde vermoedelijk meer leek op het middeleeuwse katholicisme dan op ‘de rationale filosofie die het nu soms in het Westen moet zijn’.

Hij verbaast zich daar eerder over dan dat hij het veroordeelt. Wel plaatst ook Van der Velde kritische kanttekeningen bij de vrijgevochten – onnadenkende en botte – manier waarop moderne westerlingen zich vaak de beeltenis van de boeddha toe-eigenen: op T-shirts en knuffeltjes, tatoeages op de blote huid, zelfs op een mobiel toilet. Zoiets is in Azië ‘echt uit den boze’.

Spirituele charlatans

Een lacune in dit mooie boek is hooguit dat de indoloog, die ruim aandacht besteedt aan invloedrijke spirituele charlatans als Madame Blavatsky, de filosofische receptie van het boeddhisme in het Westen vanaf Schopenhauer grotendeels onbesproken laat. Die is ook niet cruciaal voor zijn betoog, want Van der Velde relativeert de neiging om in het boeddhisme vooral een filosofie te willen zien. Maar een filosofische excursie had dit leerzame onderzoek mogelijk nog meer reliëf gegeven.

Zo blijft het boeddhisme in dit boek vooral een kwestie van doen en minder van argumenteren – zoals alle religies, met of zonder God. Heel gek is de populariteit van die gespiritualiseerde tuinkabouter dus ook weer niet.