Veel ongemak bij NAVO-landen

Bondgenoten Turkije is lid van de NAVO en belangrijk bij de strijd tegen IS. Wat staat er voor andere landen op het spel, nu de coup is afgewend?

Demonstranten komen in de nacht van vrijdag op zaterdag samen op het Taksimplein om hun steun te betuigen aan Erdogan tijdens de poging tot een staatsgreep die dan plaatsvindt. Foto Ozan Kose/AFP

De NAVO-bondgenoten van Turkije zagen zich in de nacht van vrijdag op zaterdag voor een onprettige keuze geplaatst. Moesten ze steun uitspreken voor militairen die een staatsgreep pleegden onder het motto dat ze de aftakeling van de Turkse democratie een halt wilden toeroepen? Of konden ze beter de regering van de democratisch gekozen president Erdogan steunen, ook al had die de Turkse democratie het afgelopen jaar in hoog tempo uitgehold?

Zonder uitzondering kozen ze enkele uren na het begin van de coup voor de laatste, want geen enkele zichzelf respecterende democratische politicus kan het toejuichen wanneer generaals een greep naar de macht doen. Maar van harte ging het niet.

„Wij steunen de democratisch gekozen regering.”

Dat was de nogal koel klinkende standaardfrase, die veel leiders hanteerden. De naam van Erdogan werd daarbij zoveel mogelijk vermeden. Gelukwensen voor de president dat hij en zijn bewind de coup hadden overleefd waren er de volgende ochtend evenmin bij.

De waardering in Europa en de Verenigde Staten voor Erdogan, die ook de islam een prominentere plaats wil toekennen in de Turkse samenleving, is vooral het laatste jaar snel verminderd. President Obama weigerde Erdogan bijvoorbeeld dit voorjaar te ontvangen, toen die in Washington was voor een conferentie. Doelend op diens pogingen zich nog meer macht toe te eigenen en zijn critici monddood te maken, zei Obama dat de Turkse president zijn land op een „verontrustend” pad voerde.

„De relatie van Erdogan met de Verenigde Staten is gespannen en wordt gekenmerkt door toenemend wantrouwen”, verklaarde Michael Werz van de denktank Center for American Progress vrijdagavond laat tegenover tv-zender NBC.

„Er zijn er maar weinig in de regering van de VS, die bereid zijn de Turkse regering gunsten van welke aard dan ook te verlenen.”

Zie hier het NBC-interview met Michael Werz (tekst gaat verder na de video):

Ook in Europa telt Erdogan weinig vrienden, door zijn autoritaire neigingen en door de manier waarop hij na jaren van relatieve rust sinds vorige zomer een nieuwe bloedige oorlog voert tegen de Koerdische PKK. In de Syrische burgeroorlog wekte ook zijn tegenwerking van de Syrische Koerden, een van de weinige groepen die effectief verzet plegen tegen de Syrische president Assad, irritatie.

Maar zowel de Europeanen als de Amerikanen hebben Turkije en de medewerking van Erdogan hard nodig. De Amerikanen werken nauw samen met het Turkse leger – met 640.000 man het op een na grootste in de NAVO na dat van de VS – en met de inlichtingendiensten, onder meer over de activiteiten van IS. Dankbaar maakten de VS bovendien tot de couppoging gebruik van de Turkse luchtmachtbasis Incirlik voor hun bombardementen op eenheden van Islamitische Staat in Syrië

Consequenties van de coup

Maar het is niet zeker in hoeverre die militaire samenwerking na de coup wordt voortgezet. Een deel van de coupplegers had volgens The Washington Post contacten met Amerikaanse militairen en sommigen in Turkije, onder wie minister van Arbeid Süleyman Soylu, wijzen beschuldigend met de vinger naar Washington. Minister van Buitenlandse Zaken John Kerry voelde zich dit weekeinde geroepen krachtig te ontkennen dat de VS de tegenstanders van Erdogan hadden gesteund. Zulke beweringen waren „volledig vals en kwalijk”, aldus Kerry.

Ongemakkelijk is ook dat Fethullah Gülen, de geestelijke die er door Erdogan van wordt beticht achter de coup te zitten, al zeventien jaar asiel geniet in de Verenigde Staten. Turkije dringt aan op zijn uitlevering maar heeft volgens de VS nog geen formeel verzoek daartoe ingediend. Gülen zelf ontkent ten stelligste iets met de coup te maken te hebben.

Ook voor Europa staat er veel op het spel. De Europese regeringsleiders, in het bijzonder de Duitse bondskanselier Angela Merkel, willen geen herhaling van de enorme stroom Syrische vluchtelingen die vorig jaar via Turkije naar de landen van de Europese Unie reisde. In ruil voor financiële steun, de toezegging dat Turken zelf makkelijker naar de EU zullen kunnen reizen en de garantie dat de EU-staten beperkte aantallen Syrische vluchtelingen zullen blijven opnemen, houdt Turkije de grens met Syrië dicht.

Erdogan op zijn beurt heeft eveneens veel te verliezen bij een hardere koers tegen de NAVO-bondgenoten op een moment dat de toestand in de buurlanden Syrië en Irak hoogst instabiel is en de veiligheid binnen Turkije zelf snel is verslechterd. „De Turkse staat is er slecht aan toe”, constateerde Michael Stephens van de Londense defensie-denktank Royal United Services Institute somber in een commentaar, „en gelukkiger tijden lijken niet voor de deur te staan en de mislukte staatsgreep maakt dit alleen maar ingewikkelder”.