De imam liep voorop bij verzet tegen coup

In een dorpje aan de Turkse kust denken velen dat president Erdogan zelf achter de coup zit. De oproep van de moskee zich tegen de coup te verzetten vinden ze ‘ongehoord’.

Nederlandse Turken verzamelen zich bij het Turkse consulaat in Rotterdam en uiten hun steun voor Erdogan. Foto Marten van Dijl / ANP

Op de gevel van het gemeentehuis in Güllük hangt een gigantisch portret van Atatürk, de vader van het moderne Turkije, geflankeerd door de vuurrode nationale vlaggen met een sikkel. Nog geen 24 uur nadat een deel van het Turkse leger de macht probeerde te heroveren op de conservatief religieuze president Tayyip Erdogan en zijn regerende AK-partij, is het business as usual in de badplaats aan de Egeïsche kust.

Op het plein voor het gemeentehuis, waar in de nacht van de couppoging enkele tientallen aanhangers van de regering zich verzamelden na een oproep vanaf de moskee om in verzet te komen tegen de coupplegers, staan nu rijen witte plastic stoelen. Slechts een handjevol is bezet. Uit de luidsprekers klinkt ingeblikte muziek. De bezoekers wachten in het laatste avondlicht op het bruidspaar dat nietsvermoedend deze zaterdag had uitgekozen voor hún grote dag.

De eigenaar van een plaatselijk bedrijfje dat transfers van en naar het vliegveld van Bodrum verzorgt glimlacht in de deuropening van zijn kantoortje als ik hem vraag of op het plein vanavond dan niet opnieuw de mensen samenkomen om de coup te veroordelen. Erdogan had zijn volk immers opgeroepen opnieuw de straat op te gaan om zo de eenheid in het land uit te dragen.

„In de zomer wonen er zeker 30.000 mensen in Güllük”, legt Ahmet uit die in het kustplaatsje is geboren en getogen, maar slechts een handjevol is voor de AK-partij. Dat waren, benadrukt hij, de mensen die in de nachtelijke uren Allahu Akbar scandeerden en zwaaiend met Turkse vlaggen door de straten marcheerden.

In Güllük, zo’n 700 kilometer ten zuiden van de epicentra van de coupbewegingen lijkt de realiteit van tanks die daar door de straten rolden en bommen die het parlementsgebouw beschadigden, minder diepe wonden te hebben geslagen dan in de miljoenensteden Ankara en Istanbul. Er is vooral ingehouden woede onder de bevolking die traditiegetrouw in meerderheid stemt op de seculiere Republikeinse Volkspartij. ´

„De religieus-conservatieven hebben de macht in dit land stevig in handen en lappen de democratie aan hun laars”, zegt een jongeman die gedurende de lange zomervakantie in de kruidenierswinkel van zijn zuster bijspringt. „Er wordt een spel met ons gespeeld”, benadrukt hij. „Als dit daadwerkelijk een coup was van het leger, was het de regering niet gelukt om de orde in enkele uren te herstellen.”

De eigenaar van een van de plaatselijke apotheken twijfelt er niet aan dat de Turkse president zelf het brein is achter de coup. „Hij is maar op een ding uit: het vergroten van zijn macht. Dat er honderden doden en gewonden zijn gevallen, neemt hij op de koop toe.”

Ook de kapitein die dagtochten maakt met Turkse en buitenlandse toeristen weet het zeker: „Erdogan heeft het allemaal zelf in scene gezet. Als het niet zo was, waren alle televisiestations meteen op zwart gegaan. De president, ministers en andere hoge autoriteiten zouden onmiddellijk zijn gearresteerd.” Hij vraagt zich af waarom Erdogan zich uren lang schuil kon houden in een hotel in Marmaris. „Dat riekt toch naar…” Hij maakt zijn zin niet af en vervolgt na enkele seconden: „Voor het vergroten van zijn macht lijkt alles geoorloofd.”

Mijn buurman maakt zich vooral zorgen over de vermenging van religie en politiek. „Vanaf de moskee oproepen tot verzet, dat is ongehoord”, legt hij mij met wanhoop in zijn ogen uit. De eigenaar van het transferbedrijfje zegt dat het voor de couppoging al was gedaan met de scheiding tussen moskee en staat in Turkije. „De imam van de moskee hier is de gangmaker van de plaatselijke AK-partij.”

Froukje Santing is voormalig correspondent van deze krant in Ankara.