Corruptie kost SBM nu half miljard

Smeergeld Voor de tweede maal schikt SBM Offshore in de grote corruptie-affaire. De vraag is of het bedrijf de zaak nu echt achter zich kan laten.

Een van de door SBM geleverde FPSO’s van het Braziliaanse Petrobras. Foto Steferson Faria / Petrobras

In totaal ruim een half miljard dollar heeft SBM Offshore op tafel moeten leggen om een streep te kunnen zetten onder de smeergeld-affaire. Nadat het maritieme bedrijf uit Schiedam in het najaar van 2014 al een schikking had getroffen met het Openbaar Ministerie in Nederland van 240 miljoen dollar (op dat moment zo’n 190 miljoen euro), heeft SBM afgelopen week ook verdere vervolging in Brazilië weten af te kopen.

Zaterdagochtend maakte het bedrijf bekend dat na moeizame onderhandelingen met de verschillende Braziliaanse autoriteiten eindelijk een deal was gesloten. SBM betaalt in Brazilië nog eens 162,8 miljoen dollar (146 miljoen euro) en levert verdiensten in ter waarde van 112 miljoen dollar.

Alles bij elkaar meer dan een half miljard dollar, wat ongeveer 20 procent betekent van de omzet die het bedrijf vorig jaar had (2,4 miljard euro). In ruil daarvoor hoopt SBM eindelijk te hebben afgerekend met de affaire die in 2012 aan het licht kwam. Met Brazilië kan nu gewoon weer zaken worden gedaan, zo meldt het persbericht opgelucht dat zaterdag werd uitgebracht.

De smeergeldaffaire

SBM Offshore – 7.000 werknemers – bouwt en exploiteert drijvende fabrieken voor de productie, opslag en overslag van olie op diepe zee. Het Braziliaanse Petrobras is de grootste afnemer van deze zogeheten FPSO’s.

Begin 2012 kwam op het hoofdkantoor van SBM een alarmerend telefoontje binnen van een jurist van het Amerikaanse Noble Energy. Hij had informatie dat de agent van SBM in Equatoriaal Guinea smeergeld uitdeelde in ruil voor opdrachten.

Bruno Chabas, in januari 2012 aangetreden als bestuursvoorzitter, stelde onmiddellijk een onderzoek in. In april 2012 besloot SBM aangifte te doen bij het Openbaar Ministerie. Er werd ook een nieuw, onafhankelijk, intern onderzoek gestart.

Dat laatste had als uitkomst dat er tussen 2007 en 2012 fors smeergeld was betaald in Angola en Equatoriaal Guinea. Voor Brazilië zeiden de onafhankelijke onderzoekers geen hard bewijs te kunnen vinden. Het OM kon op basis van internationale verdragen dieper graven in Brazilië en vond wel bewijs. Het resultaat was de Nederlandse schikking van 240 miljoen dollar, die gold voor Equatoriaal Guinea, Angola én Brazilië.

Maar daarmee was de kous nog niet af. Mede op instigatie van Jonathan Taylor, een voormalig juridisch medewerker van SBM die op een zijspoor was gezet, gingen de Brazilianen nog dieper graven. Volgens Taylor was de omvang van de omkoopaffaire in het Zuid-Amerikaanse land veel groter geweest. Intussen was ook de Braziliaanse agent van SBM, de miljonair Julio Faerman, opgedoken die zich bereid toonde om in ruil voor strafvermindering mee te werken met de Braziliaanse autoriteiten.

Vorig jaar al zette SBM 245 miljoen dollar opzij voor een nieuwe schikking in Brazilië, maar die liet op zich wachten. Het land was inmiddels zelf in een bestuurlijke chaos beland en Petrobras was onderwerp geworden van grootscheeps corruptieonderzoek. Topvrouw Maria das Gracas Foster moest in mei van dit jaar aftreden. President Dilma Roussef, die eerder ook aan het hoofd stond van Petrobras, werd geschorst in afwachting van verder onderzoek.

Van het geld dat SBM nu in Brazilië betaalt gaat het meeste naar Petrobras, slechts 6,8 miljoen dollar gaat naar het Braziliaanse OM. Ook gaat er 6,8 miljoen naar een instantie die zich bezighoudt met de strijd tegen corruptie.

Amerikaanse justitie

Deze laatste schikking betekent nog niet meteen het einde van één van de grootste corruptieschandalen ooit rond een Nederlands bedrijf. Er loopt namelijk ook nog een onderzoek door het Amerikaanse ministerie van Justitie. Dat had zich in eerste instantie neergelegd bij de schikking in Nederland, maar heropende het onderzoek in de slipstream van het Braziliaanse onderzoek. Of de Amerikanen genoegen nemen me de Braziliaanse schikking moet nog blijken.

En dan loopt er nog een zaak voor de rechter in Rotterdam, aangespannen door SBM zelf tegen de voormalige bedrijfsjurist Jonathan Taylor. SBM eist dat Taylor ophoudt met het verspreiden wat het bedrijf ‘lasterlijke informatie’ noemt, en heeft beslag laten leggen op het huis van Taylor in Monaco. In een tussenvonnis oordeelde de rechter onlangs dat het aan SBM is om met bewijzen te komen. Nu SBM zo snel mogelijk wil overgaan tot de orde van de dag, ligt het voor de hand dat het bedrijf de zaak tegen Taylor zal intrekken.