SBM schikt met Brazilië in omkopingszaak

Het Schiedamse bedrijf betaalt bijna 150 miljoen euro. Daarmee is de omvangrijke zaak voorlopig afgedaan.

Drijvende fabrieken van SBM. Foto SBM Offshore

SBM Offshore heeft een schikking getroffen met de Braziliaanse autoriteiten over de omkoopaffaire in Brazilië. Het bedrijf betaalt 162,8 miljoen dollar (omgerekend 147,5 miljoen euro). Daarmee wordt het onderzoek naar de betaling van smeergeld aan medewerkers van semistaatsoliebedrijf Petrobras afgesloten, laat het bedrijf weten.

Van het schikkingsgeld gaat bijna 150 miljoen dollar naar Petrobras, 6,8 miljoen naar de Braziliaanse justitie en 6,8 miljoen naar de toezichthouder COAF. Het Nederlandse SBM had voor de deal met Brazilië 245 miljoen dollar gereserveerd.

Lees meer over het omkoopschandaal: Twee voormalige bestuurders SBM Offshore aangeklaagd

SBM zou zich schuldig gemaakt hebben aan omkoping om opdrachten binnen te halen bij Petrobras, dat de belangrijkste klant is van de van oorsprong Schiedamse leverancier van drijvende fabrieken voor de olie- en gasindustrie. Eerder werd in de omkopingszaak al geschikt met het Nederlandse Openbaar Ministerie voor 240 miljoen dollar. Het gaat om een van de grootste schikkingen ooit in Nederland.

Verdachte betalingen

De omkooppraktijken van SBM Offshore kwamen eind januari 2012 aan het licht. Een jurist van het Amerikaanse Noble Energy waarschuwde toen het hoofdkantoor van SBM Offshore dat er een luchtje zat aan betalingen die het Schiedamse bedrijf had gedaan in Equatoriaal Guinea. Na intern onderzoek in opdracht van SBM zelf, bleek er ook smeergeld te zijn betaald in Angola en Brazilië. SBM Offshore bouwt en exploiteert grote drijvende installaties waarmee op zee olie kan worden geproduceerd, opgeslagen en overgeslagen, zogeheten FPSO’s. Het bedrijf heeft wereldwijd 7.000 mensen in dienst en had in 2015 een omzet van 2,7 miljard dollar (2,4 miljard euro).

In november 2014 trof het maritieme bedrijf een schikking met het Nederlandse OM voor 240 miljoen dollar, wat op dat moment ongeveer 190 miljoen euro was. De schikking betrof ongeoorloofde betalingen via tussenpersonen in Equatoriaal Guinea, Angola en Brazilië tussen 2007 en 2012. In dit laatste land was de kous echter nog niet af nadat klokkenluider Jonathan Taylor, een voormalig juridisch medewerker van SBM, had laten weten dat de omvang van het schandaal in Brazilië veel groter was dan SBM had toegegeven. Daarna is de affaire verder onderzocht door een aantal Braziliaanse instanties, het Openbaar Ministerie (MPF), de Rekenkamer (AGU) en de regering. SBM beloofde “volledige medewerking”, maar de uitkomst van het onderzoek en de afhandeling lieten op zich wachten, terwijl de bestuurlijke chaos in Brazilië alleen maar groter werd. Intussen mocht het Schiedamse bedrijf niet meedingen naar nieuwe opdrachten in Brazilië.

Onderzoek

SBM is de belangrijkste leverancier van FPSO’s aan het Braziliaanse staatsbedrijf Petrobras, dat inmiddels zelf middelpunt was geworden van corruptieonderzoek. Bestuursvoorzitter Maria das Gracas Foster moest daardoor in mei van dit jaar aftreden . De Braziliaanse president Dilma Roussef, die eerder ook aan het hoofd stond van Petrobras, is geschorst in afwachting van verder onderzoek.

Bij de presentatie van de jaarcijfers 2015 bleek SBM een bedrag van 245 miljoen dollar opzij te hebben gezet voor een nieuwe schikking met Brazilië. Dat is dus ruim 160 miljoen dollar geworden, zo maakte het bedrijf zaterdagochtend bekend. Maandagochtend geeft bestuursvoorzitter Bruno Chabas een nadere toelichting. In totaal heeft SBM de smeergeldaffaire moeten bekopen met ruim 400 miljoen dollar.

Of de omkoopaffaire hiermee definitief voorbij is, is nog niet zeker. Voor de Rotterdamse rechtbank loopt nog een zaak die SBM zelf heeft aanspannen tegen de voormalig medewerker Taylor. SBM beschuldigt de klokkenluider van laster en eist dat hij afziet van verdere negatieve uitlatingen over het bedrijf. SBM heeft beslag laten leggen op het huis van Taylor. Deze eist op zijn beurt openbaarmaking van correspondentie van SBM met onder andere de Braziliaanse autoriteiten, om zijn gelijk te bewijzen. In een tussenvonnis bepaalde de rechter begin deze maand dat de correspondentie inderdaad cruciaal is om het gelijk van Taylor te bewijzen, maar dat het in eerste instantie aan SBM is om met de documenten te komen. SBM heeft daar nog niet op gereageerd.