Hier is het verdriet te groot om boos te kunnen zijn

In Nice staan psychologen, psychiaters en sociaal werkers van slachtofferhulp nabestaanden van de aanslag bij. Maar wat kun je doen als iemand zijn vrouw en kind heeft verloren?

Op de Promenade des Anglais staan mensen massaal stil bij de aanslag van twee dagen geleden. Foto Valery Hache / AFP

Zaterdagmiddag, de binnenstad van Nice. Langzamerhand begint de stad weer te leven. De toeristen liggen op het strand, voor de vlaggen die halfstok hangen. Op de Place Masséna herinneren alleen de zwaarbewapende soldaten en de politiebusjes tussen de zomerse drukte aan wat nog geen 48 uur geleden is gebeurd.

Aan de Promenade des Anglais laten huilende mensen briefjes achter bij de bloemenzee, auto’s rijden langs. Even verderop bij La Maison pour l’Accueil des Victimes, een centrum voor slachtofferhulp, is het verdriet nog onmiskenbaar aanwezig. Een twintigtal psychologen, twee artsen, vier psychiaters, het Rode Kruis, ambulanciers en sociaal werkers zijn hier verzameld om hulp en ondersteuning te bieden aan degenen van wie naasten overleden zijn. De straat is afgezet.

Mensen met wit weggetrokken gezichten lopen in en uit, sommigen zijn verbonden of lopen mank. Hulpverleners komen af en toe naar buiten om te roken, even met elkaar te praten. Met journalisten liever niet. Vanochtend schijnt een televisieploeg onverwacht het pand binnen te zijn gelopen – iedereen die wil praten, moet nu eerst een nummer bellen voor toestemming. Het is te gevoelig.

Lees ook onze reportage uit het kinderziekenhuis in Nice: ‘Nu het echt is lijkt alles een droom’.

Hier komen ouders van wie de kinderen overleden zijn, mensen die niet weten hoe ze met hun kinderen moeten praten over wat gebeurd is, nabestaanden die vreselijke dingen hebben gezien in de minuten en uren nadat de aanval van Mohamed Lahouaiej Bouhlel plaatsvond. Het centrum is voorlopig 24 uur per dag open.

Iemand om bij uit te huilen

Als ze willen, mogen mensen hier slapen. Isabelle Buchet is een van de psychologen die ze ontvangt. Een honderdtal mensen kwam hier al langs, zij heeft er ruim twintig geholpen. Het is alsof de mensen hier binnen een oorlogstrauma hebben opgelopen, maar dan zonder een duidelijke vijand, zegt ze. Waar ze nu vooral behoefte aan hebben?

“Het klinkt stom, maar het gaat vooral om aanwezigheid. Een fysiek persoon om troost bij te zoeken. Iemand om tegenaan te leunen, bij uit te huilen, te praten en nog eens te praten over wat er gebeurd is.”

Praten hoeft niet, sommigen zijn daar ook nog steeds niet toe in staat. “Als iemand een kind heeft verloren, is er niets wat wij kunnen zeggen dat troost zal bieden”, zegt Buchet. “We kunnen er alleen voor ze zijn.” Hier is geen woede. “Het verdriet is nog te groot om boos te kunnen zijn.”

Wat de verwerking bemoeilijkt, is de onduidelijkheid. De promenade is nog altijd deels afgesloten, waardoor nabestaanden de plek waar hun naaste overleed niet hebben kunnen bezoeken. Sommigen hebben hun vrienden of familieleden dood gezien op de promenade, en sindsdien niet meer.

Identificatie gaat langzaam

De 84 overledenen liggen nu in mortuaria verspreid door de stad, maar alleen de politie heeft ze gezien. Ze bezoeken mag tot nu toe niet. Eerst wil de politie zeker weten wie iedereen is. De hulpdiensten willen mensen geen valse hoop geven of nog verder traumatiseren door ze de verkeerde kant uit te sturen of foto’s te tonen, en proberen allereerst zelf aan de hand van opgegeven kenmerken de doden te identificeren.

Foto NRC

Foto NRC

Dat gaat langzaam. Na twee dagen liggen nog rond de twintig mensen in het ziekenhuis van wie onbekend is wie ze zijn. Een tiental doden is ook nog niet geïdentificeerd. Op sociale media blijven onder #RechercheNice foto’s gedeeld worden van vermisten, in de stad zien we A4’tjes hangen waarop vier buitenlandse studenten afgebeeld zijn die nog altijd niet gevonden zijn.

Sommige nabestaanden moeten van psychologe Buchet en haar collega’s vernemen dat hun naasten overleden zijn. Anderen verblijven in onzekerheid in het hulpcentrum, nu ze alle ziekenhuizen al zonder resultaat zijn afgelopen en alle hulplijnen gebeld zijn.

Bij het ziekenhuis Pasteur komt één zoektocht na bijna 48 uur ten einde. Tahar Mejri, een Niçois van 39 jaar oud, verloor zijn vrouw donderdagnacht en was sindsdien ook zijn zoontje van vier jaar oud kwijt. Hij liep alle ziekenhuizen af, belde de hulpdiensten, deed noodoproepen in de media. Uiteindelijk vond hij hem. “Mon fils est mort”, schreeuwt hij uit als hij naar buiten loopt. Mijn zoon is dood.