Coup lijkt bevestiging macht Erdogan

Analyse Coup Turkije

De couppoging van een deel van het leger lijkt mislukt door steun van volk voor Erdogan.

Foto AFP

Deze couppoging is anders. Turkije heeft een verleden van geslaagde staatsgrepen. De laatste waarbij tanks door de straten rolden was in 1980. In 1997 was een geschreven waarschuwing van de legerleiding genoeg om de gekozen regering Erbakan tot aftreden te dwingen. Het was duidelijk dat het leger de macht had in het land.

Nu is niets duidelijk. Allereerst niet wie een staatsgreep probeerden te plegen. Dat zijn niet de gehele strijdkrachten.

Legerleiding is verdeeld

De legerleiding is verdeeld en lijkt zelf totaal overrompeld door wat zich afspeelt. De regering spreekt van een ‘gang’ binnen het leger. President Erdogan wijst naar zijn aartsvijand imam Fethullah Gülen en diens volgelingen. Het is onduidelijk wat voor aanwijzingen daarvoor zijn.

Bovendien doet de regering niet mee. In 1960, 1980 en 1997 betekende ingrijpen van het leger dat het gekozen gezag zonder al te veel verzet aan de kant ging. Nu roept de president de bevolking op de straat op te gaan om steun aan de regering te betuigen. „Niets is machtiger dan het volk.” En: „Over ons lijk”, zei de minister van Justitie over de poging tot machtsovername.

Binnen een paar uur leken daardoor de rollen omgedraaid. Een aanval op de omstreden conservatieve regering en het leiderschap van president Erdogan werden een bevestiging van hun macht over land, leger en bevolking. Samenzweringsdenkers op sociale media zijn er daardoor van overtuigd dat het hele drama een opzetje is van Erdogan dat hem moet helpen meer macht naar zich toe te trekken.

Gissen naar achtergronden

Vooralsnog overheerst onduidelijkheid en is het gissen naar de achtergronden bij de poging tot staatsgreep. Zijn het echt ‘Gülenisten’, hoewel onbekend was dat die binnen het leger steun hadden? Is het een laatste stuiptrekking van een wraakzuchtig instituut dat met lede ogen aanziet hoe de oorlog in Syrië ook Turkije weet te destabiliseren? Turkije staat onder spanning door de grote hoeveelheid terroristische aanslagen van het afgelopen jaar. Daarbij worden door de Koerdische PKK geregeld militaire doelwitten gekozen en leven binnen het leger sterke opvattingen over hoe met de PKK moet worden afgerekend en of een vredesproces met de Koerden zin heeft. Daarnaast plegen jihadisten geregeld bloedige aanslagen.

Leger is niet meer ‘hoeder’

Het Turkse leger ziet zich sinds begin twintigste eeuw als hoeder van de hoeder van de scheiding van kerk en staat in Turkije. De generaals voelen zich de opvolgers van de grondlegger van de republiek, Mustafa Kemal Atatürk.

Die duidelijke rol hebben ze niet meer. Het land wordt sinds 2002 bestuurd door een conservatieve partij die de positie van vrome moslims heeft verbeterd en geen geheim maakt van haar wortels in de islam. Herovering van het landsbestuur op de strijdkrachten was en in zekere mate is een van de bestaansreden is van de huidige regering.

Het gedwongen aftreden van premier Erbakan in 1997 was een vormende ervaring voor de latere premier Erdogan, inmiddels president. Erdogans regeringen perkten vanaf 2002 de macht van het leger geleidelijk in. Dat was een machtsstrijd pur sang, compleet met massaprocessen tegen de legerleiding die werd beschuldigd van samenzweringen tegen de regering. Honderden (ex) militairen werden opgepakt.

Lees ook een chronologie van de coup: Buren rammelen uit protest met pannen

Erdogan versterkte al positie

Aanvankelijk stond de regering Erdogan zwak. Het hele ambtenarenapparaat en justitie werden gedomineerd door een elite met dezelfde visie op het land en een heilig geloof in het leger. Om daar doorheen te breken kreeg de AKP-regering van Erdogan hulp van volgelingen van de invloedrijke imam Fethullah Gülen. De legerleiding was een tijd lang hun gezamenlijke vijand.

De Gülenbeweging, die veel scholingsinstituten heeft, leverde een nieuwe vrome ambtenarenklasse. De zogenaamde ‘Gülenisten’ kregen vooral posities binnen politie en justitie. Tot ze te machtig werden en zich eind 2013 ook tegen Erdogan keerden. Sindsdien geldt de Gülenbeweging als een parallelle staat in Turkije die volgens de regering met wortel en tak moet worden uitgeroeid. Die ondoorzichtige machtsstrijd verscheurt na de ambtenarij en justitie nu mogelijk ook het leger. Aanhangers van de Gülenbeweging ontkennen betrokkenheid bij de poging tot machtsovername.

Het verloop daarvan is tekenend voor hoe de tijden in Turkije veranderd zijn. Wat het leger ook ooit is geweest in Turkije, als hoeder van orde en rechtsstaat functioneert het nu niet.