Waarom is Frankrijk steeds doelwit?

Over de motieven van de dader in Nice is veel onbekend. Maar wat die ook zijn: het is wéér Frankrijk dat getroffen wordt door een aanslag. Waarom is Frankrijk iedere keer doelwit?

Foto AFP

Is Frankrijk het favoriete Europese terreurdoelwit? Het begint er op te lijken. In de jaren dat terroristen onder de vlag van Al-Qaeda toesloegen in onder andere New York, Madrid en Londen bleef Frankrijk gespaard. Maar sinds het bloedbad dat ‘scootermoordenaar’ Mohamed Merah aanrichtte in Toulouse en Montauban in 2012 staat terreur van eigen bodem weer bovenaan de agenda.

Met de escalatie van de oorlog in Syrië ging het daarna snel: in januari 2015 de aanslagen bij het satirische tijdschrift Charlie Hebdo en de kosjere supermarkt en in november bij concertzaal Bataclan, op de Parijse terrassen en het Stade de France. De aanslagen in maart in Brussel zouden volgens de Franse Justitie ook oorspronkelijk voor Frankrijk bedoeld zijn geweest.

En nu dan Nice. Hoewel nog onduidelijk is of de dader daar alleen opereerde of banden had met terreurgroepen elders, dringt de vraag zich op: waarom toch steeds Frankrijk? Enige gangbare verklaringen, in willekeurige volgorde.

1. De symboliek

Frankrijk profileert zich als het land waar met de revolutie van 1789 een universalistische blauwdruk voor de moderne wereld is gecreëerd. Het pays des droits de l’homme, zoals het zich graag noemt, ziet het als zijn taak die als universeel beschouwde mensenrechten, vrijheid, gelijkheid en broederschap, waar ook ter wereld te verdedigen. Een aanslag op Frankrijk, een van de weinige moderne natiestaten waar die internationale leidersrol politiek en maatschappelijk zo onbetwist is, is een aanslag op het moderne Westen.

2. Internationale rol

Om die vrijheidsideologie uit te dragen (en de Franse positie als grootmacht te handhaven) voert Frankrijk een zeer actief buitenlands en militair beleid. In januari 2013 greep president François Hollande op verzoek van de regering van Mali in in de Sahel om het acute gevaar van een fundamentalistische machtsovername te keren. Nog altijd zijn enkele duizenden Franse soldaten daar in een prominente rol actief.

Frankrijk is met de Verenigde Staten ook een van de leidende landen in de coalitie die IS-stellingen in Irak en Syrië bombardeert. Na de aanslagen in november liet Hollande die aanvallen opvoeren. Dat maakt het land kwetsbaar voor represailles. „Dit is voor onze broeders in Irak en Syrië, u heeft ze gebombardeerd”, zei een van de zelfmoordenaars van de Bataclan in november tegen zijn gegijzelden.

3. De laïcité

Klik op de kaart voor een grotere versie

Klik op de kaart voor een grotere versie

Deel van het republikeinse ideaal is de strikte scheiding van kerk en staat in Frankrijk. Die zogenoemde ‘laïcité’ was in 1905, toen de wet tot stand kwam, bedoeld om de staat een ‘neutrale rol’ te geven tegenover religie, de facto toen vooral de katholieke kerk. Tegenwoordig staat de omgang met de islam centraal in ieder debat over de laïcité. Dat docenten op openbare scholen en ouders bij schoolreisjes geen hoofddoekjes mogen dragen en dat in de publieke ruimte sinds enkele jaren een sluierverbod van kracht is, versterkt bij sommige moslims het gevoel dat de laïcité een eufemisme is geworden voor het aan banden leggen van de islam.

4. Veel moslims, veel jihadisten

Geen land in Europa heeft een grotere moslimpopulatie dan Frankrijk. Naar schatting 5 miljoen mensen identificeren zichzelf als zodanig. Dat betekent niet dat zij allemaal even gelovig zijn. Volgens sommige cijfers houdt slechts 20 procent van de Franse moslims zich aan de ramadan, een fenomeen dat voor veel Arabieren bijna evenveel culturele als religieuze waarde heeft.

Maar uit geen ander Europees land vertrokken zoveel moslims naar Syrië, Irak en recenter ook Libië om zich aan te sluiten bij de jihad: naar schatting tussen de 1.500 en 2.000 personen. Uit Nice alleen al zouden volgens de Franse jihadkenner David Thomson ruim honderd mensen vertrokken zijn. Totaal ongeveer 250 Franse jihadisten zouden volgens de Amerikaanse denktank thinktank Soufan Group inmiddels weer teruggekeerd zijn naar Frankrijk en een acuut gevaar vormen.

5. Verwaarlozing banlieue

Bij links Frankrijk blijft de voedingsbodemtheorie invloedrijk. In januari 2015 zei premier Manuel Valls dat een „territoriale, sociale en etnische apartheid” een van de oorzaken van de grote ongelijkheid in Frankrijk was. Toen zijn politieke rivaal Emmanuel Macron bij de volgende reeks aanslagen in november zei dat ook Frankrijk „een gedeelde verantwoordelijkheid” heeft, werd hij door de premier terechtgewezen. „Uitleggen is al een beetje verontschuldigen”, reageerde Valls.

Maar de uitzichtloosheid in de verwaarloosde wijken van de banlieue is groot. Het werkloosheidspercentage onder jongeren ligt er ruim twee keer hoger dan de toch al hoge 10 procent van Frankrijk als geheel. De drugshandel is in veel wijken een belangrijke bron van inkomsten en democratiseert de toegang tot wapens. Veel van de Franse jihadisten zouden vanuit de drugscriminaliteit geradicaliseerd zijn.

Tweede of soms derde generatie nakomelingen van families die uit de voormalige Noord-Afrikaanse koloniën naar Frankrijk zijn uitgeweken, voelen zich bovendien gediscrimineerd en vergeten door de republiek, schrijft de Britse historicus Andrew Hussey in zijn boek The French Intifada (2014). Daarin verbindt hij de jongerenopstand in de banlieue in 2005 (toen vele duizenden auto’s de brand in gingen) aan het netwerk van scootermoordenaar Merah in Toulouse. De postkoloniale belofte van ‘égalité’ bleek niet voor iedereen te gelden, analyseren critici als hij.