Vier tips voor Tesla

Column Marc Hijink Tesla, de fabrikant van elektrische auto’s, heeft het zwaar te verduren.

Marc Hijink

Naar aanleiding van de dood van een automobilist die rij-assistent Autopilot had geactiveerd, kondigde de Amerikaanse beurswaakhond SEC deze week een onderzoek aan. Mogelijk heeft Tesla de regels overtreden door het incident niet meteen aan beleggers te melden.

Zo’n ongeval moest een keer gebeuren – autorijden is tenslotte een gevaarlijke bezigheid, ook met hulp. Desondanks helpen geavanceerde rij-assistenten het aantal verkeersdoden (621 afgelopen jaar in Nederland, meer dan 30.000 in de VS) te verlagen. Honderden, duizenden verscheurde gezinnen – belangrijker cijfers dan de koers van Tesla.

Is die Autopilot gevaarlijk? Tesla is vooruitstrevend: je kunt lange afstanden afleggen zonder te sturen. Magisch, bijna, vergeleken met rij-assistenten die je dwingen het stuur vast te houden. Het systeem wordt slimmer naarmate gebruikers er meer kilometers mee maken. Vorig jaar probeerde ik de voorlopige versie van de software uit, inmiddels is er een aangepaste editie voor Europa. Tesla stelde een middag een auto ter beschikking om te kijken wat er verbeterd was – waarvoor dank. Het duurde echter niet lang voordat ik op de A2 in een situatie terechtkwam die de automatische piloot niet kon oplossen: een invoegende vrachtwagen op de rijbaan links, geen plek om uit te wijken naar rechts. De auto minderde geen vaart – ik moest zelf remmen om een aanrijding te vermijden.

Wat kan Tesla verbeteren aan de Autopilot?

1. Allereerst: verander de naam. Tesla waarschuwt bij het activeren van de automatische stuurfunctie dat je altijd de controle over het voertuig moet houden en zelf aansprakelijk bent. Het systeem assisteert bij het rijden, maar je kunt er niet op vertrouwen dat de auto altijd de juiste beslissingen neemt. De naam Autopilot suggereert dat je achterover kunt leunen. Noem het liever Tesla Assist™.

2. Beperk gebruik tot de snelweg. Tesla adviseert dat, maar staat bestuurders toch toe om de auto zelf te laten sturen op een provinciale weg (met tegenliggers en kruisingen) en in de bebouwde kom. Dat levert potentieel gevaarlijke situaties op. De Autopilot ziet (nog) niet dat een verkeerslicht op rood springt. Als de voorligger, waaraan de automatische piloot zich ‘koppelt’ afslaat, remt de auto snel af. Dat kan achterliggers in de problemen brengen.

3. Houd bestuurders bij de les. Er is geen verplichting om het stuur van een Tesla in Autopilot-modus regelmatig aan te raken, bijvoorbeeld om de 15 of 30 seconden. Bij de les blijven is moeilijk als je vanuit ‘rust’ opeens een verkeerssituatie moet overzien en ingrijpen. Je moet bij het wisselen van rijbaan in Europa het stuur wel vasthouden.

4. Laat het testwerk over aan gekwalificeerde chauffeurs. Tesla verkoopt Autopilot deels als een proefversie. Dat is vragen om problemen. Tesla-rijders zoeken graag de grenzen op van hun met technologie volgeladen auto – volgens de video’s die ze publiceren gedragen ze zich als testpiloten op de openbare weg.

Tesla Assist (sorry, Autopilot) is een stap op weg naar een toekomst waarin zelfrijdende auto’s hun notoir onbetrouwbare, appende, bellende, etende, gapende bestuurders volledig vervangen. Het is aan Tesla’s onstuitbare topman Elon Musk om daarin niet té ver voorop te willen lopen.