Twijfels aan de veiligheid diabetespil

Het veilig geachte middel tegen diabetes gliclazide heeft toch een niet te onderschatten risico op hypo’s: periodes van een bloedsuikertekort. Patiënten die gliclazide namen bleken onverwacht 2,5 keer zo vaak last van hypo’s te hebben dan het vaker voorgeschreven middel metformine. Dat risico was iets hoger als patiënten zowel metformine als gliclazide slikten en zelfs flink hoger bij patiënten met slechte nieren. Dat blijkt uit onderzoek uitgevoerd door Nederlandse farmacologen van de universiteiten van Maastricht en Utrecht in een digitaal bestand van meer dan 120.000 diabetespatiënten van Britse huisartsen. De uitkomsten van het onderzoek zijn woensdag gepubliceerd in het medisch-wetenschappelijke blad The BMJ.

Hypo’s zijn vervelend, soms gevaarlijk en in uitzonderlijke gevallen dodelijk voor de diabetespatiënt. Ze gaan gepaard met hoofdpijn, trillingen, duizelingen of zelfs tot bewusteloosheid.

De behandeling van diabetes type 2 is erop gericht de bloedsuikerspiegel zo stabiel mogelijk te houden. Dat gaat lang niet altijd met insuline, zoals veel mensen denken, maar zal bij voorkeur eerst met pillen geprobeerd worden. Volgens de Nederlandse behandelrichtlijnen kan een arts beginnen met het middel metformine voor te schrijven om de insulinegevoeligheid van het lichaam te bevorderen. Aanvullend kan de arts dan nog een sulfonyl-ureum geven, een middel dat de afgifte van insuline vanuit de alvleesklier stimuleert. Het middel van eerste keuze is daarbij gliclazide, omdat dit sulfonyl-ureum minder risico zou hebben dat de bloedsuikerwaarde te laag wordt. Het omgekeerde is dus het geval, concluderen de Nederlandse farmacologen nu.

Ze vergeleken suikerpatiënten die alleen metformine slikten met een groep die gliclazide slikte. De onderzoekers concluderen nu dat het risico op hypo’s bij gliclazide niet zoveel verschilt van andere sulfanyl-ureum-verbindingen. Dat rechtvaardigt dus geen voorkeur voor gliclazide.