Wat voorafging: Natan maakte zich een voorstelling van de laatste minuten van zijn ouders. Uit aldus ‘afgeluisterde’ mededelingen van zijn moeder bleek dat Natan haar zijn afkeer van de oorlogsfotografie had getoond.

Feuilleton in 60 afleveringen

19/60

President Tsaar op Obama Beach

A.F.Th. van der Heijden

Wat voorafging: Natan maakte zich een voorstelling van de laatste minuten van zijn ouders. Uit aldus ‘afgeluisterde’ mededelingen van zijn moeder bleek dat Natan haar zijn afkeer van de oorlogsfotografie had getoond.

Als een kleine generaal na de rampzalig verlopen veldslag inspecteerde Nikita keer op keer het rampterrein, dat zich over een oppervlakte van enkele vierkante kilometers ten zuidwesten van zijn dorp Grabovo uitstrekte.

Daar lagen een stuk van de linkervleugel, een fragment van het laadruim, sommige nog intacte slaapkooien van de bemanning, en op de burnsite: het middendeel van de romp, de ontmantelde motoren en het landingsgestel zonder de rubberbanden. In het achterstuk, waar de onderste staartdelen nog aan vastzaten, had Nikki zijn hoofdkwartier en commandocentrum gevestigd. Vanwege de schroeistank die hij mee naar huis bracht, verbood zijn moeder hem om op het zwartgeblakerde veld met de ‘tiara’ en de ‘tulband’ rond te scharrelen.

Elke keer dat ik hem daar tegenkwam, had hij zijn schetsboek bij zich, waarin hij de wrakstukken houterig maar heel gedetailleerd natekende. Het puntje van zijn tong paste daarbij heel precies in het gat van een verdwenen voortand. Op de blauwdruk van een Boeing 777-200ER kleurde hij heel precies de aangetroffen vliegtuigonderdelen in. Ik vergezelde hem naar zijn tante in Petropavlivka, waar handbagagekastjes en een stuk zijkant van de romp met raampjes te vinden waren. Voor de cockpit, met een fragment van de neus, moesten we twee kilometer verderop in Rozsypne zijn. Nikki bleef ontevreden. ‘Ik heb pas de helft van de triple seven ingekleurd,’ pruilde hij, ‘en nou is het al op.’

‘Als ze nou maar eens een paar dagen ophielden met schieten,’ zei ik, ‘zodat de onderzoekers hun gang konden gaan. Trouwens, wat gesmolten is, kun je niet meer reproduceren.’

Bladerend door zijn schetsboek stuitte ik op een tekening van een kleiner vliegtuig, in vage lijnen neergezet en gedeeltelijk met kleurpotlood bewerkt. ‘Wat stelt dat voor?’

Nikki liep zwijgend voor me uit om de burnsite heen, die onder de middagzon altijd nog meer hitte leek uit te stoten dan de omliggende velden – meer stank ook. Job had hier een kingsize bed, maar was zelf nergens te bekennen. In de zwarte schroothoop van verwrongen metalen wees de jongen me op zoiets als een halve rioolbuis met een gebroken zijstuk. ‘Een MiG-29,’ zei hij achteloos. ‘Ook neergestort.’
Ik zag er niets bijzonders aan. Als het een straaljager was, had hij hier de best denkbare schutkleur gevonden om zich in een passagiersvliegtuig te verstoppen. ‘Je bedoelt dat het wrak van de MiG hier al lag toen de Boeing neerkwam?’

‘Dan wist ik dat toch allang,’ zei Nikita verontwaardigd. ‘Ik kom hier al eeuwen elke dag.’

Ik lachte. ‘Straks ga je me nog vertellen dat zich in het vrachtruim van de 777 een complete straaljager bevond. Neergestort… ja, dat kan dan kloppen, ja.’

‘Natan, jij weet niets van vliegtuigen. Die MiG is neergeschoten door de Seps. Ik heb de piloot zelf gezien.’

‘Hij zwaaide zeker naar je, vanuit de cockpit?’

‘Het is gemeen van je als je me niet gelooft. Hij had zijn schietstoel gebruikt, en de Seps hadden hem gevangen genomen. De touwen van de parachute hingen nog op zijn rug. Doorgesneden. Hij was bij Moskovske in een boom terechtgekomen. Hij zat vast.’

‘Moskovske, dan was je wel erg ver van huis.’

‘Ik was er niet bij. Ik zag die piloot later, bij de school van de Seps in Snizjne. Ze haalden hem uit een pantserwagen. Geboeid.’

‘Nu ga je me te snel, Nikki. Hoe wist je dat die man de piloot was van het gevechtsvliegtuig dat hier nu ligt?’

‘Ik was met mama. We stonden even naar mijn oude school te kijken. Oleg de Kozak was daar ook. En Boris, en nog meer Russen. De Boeing was net neergestort… allemaal zwarte rook in de verte. De Seps en de Russen waren die lanceerinstallatie aan het inpakken. Toen kwam die pantserwagen aanrijden. Ze zeiden tegen Mazepa: „Hier, dit is de piloot. Het is een Pool die voor de fascisten vliegt.” En die vrouw bij de school, ook een Poolse, die wilde net weggaan, samen met Posjlust. Je weet wel, de minister van Defensie van de Volksrepubliek Donetsk. Die piloot, nou, die verstond geen woord Russisch. Dus Mazepa vroeg aan die vrouw of ze tolk wilde zijn bij de ondervraging.’

Ik vroeg Nikita om de Poolse te beschrijven. Hij was elf, nog niet eens in de puberteit, en lette bij vrouwen op heel andere dingen dan jongens van zestien, zeventien. Toch… het moest de vrouw zijn die ik in het hotel had gezien.

‘En… was ze bereid te tolken?’

‘Ze wou niet. Ze zei: “Het is nog altijd mijn broer.” En toen stapte ze in de SUV. Bij die Rus… die Posjlust.’

Handtekening A.F.Th. van der Heijden

Het twintigste deel van dit feuilleton verschijnt maandag 18 juli op nrc.nl/afth.