Politiek gedoe is tekenend voor Amsterdams bestuur

Lokaal bestuur

Amsterdamse bestuurders praten veel, maar werken weinig samen. Zij moeten oog krijgen voor de burger, zegt Alex Brenninkmeijer.

Amsterdam is groots als iemand vermoord wordt, als er een crisis is of als er iets bijzonders te vieren valt. Maar voor iets simpels als het aanvragen van een invalideparkeervergunning moeten bewoners vooral geduldig en volhardend zijn.

Deze uitspraak van de Amsterdamse ombudsman is illustratief voor het functioneren van het lokale bestuur in de hoofdstad, zo schrijft de evaluatiecommissie onder leiding van oud-ombudsman Alex Brenninkmeijer in een vrijdag gepubliceerd rapport over het bestuurlijk stelsel. Ambtenaren en politici zijn in Amsterdam vooral met elkaar bezig schrijven ze. Typisch Amsterdams besturen, dat is veel praten (ook over de dingen waar je niet over gaat), weinig samenwerken, tegenstellingen opzoeken en „veel politiek gedoe”.

En de burger? „Die is kansloos”, zegt Brenninkmeijer, zelf geboren Amsterdammer.

Plannen gaan kapot

Zijn commissie voerde veertig gesprekken en enquêteerde 1.750 betrokkenen van de gemeente en 2.200 Amsterdammers. De hoofdstad heeft „buitengewoon betrokken” bewoners, zegt Brenninkmeijer, die veel ideeën hebben voor hun buurt of over nieuwe vormen van democratie. „Maar als je afhankelijk bent van het bestuur, blijft er van die plannen niks over. Ze gaan gewoon kapot. Mensen zijn zeer teleurgesteld in de gemeente. De organisatie is enorm in zichzelf gekeerd. Het is als burger buitengewoon moeilijk op een fatsoenlijke manier contact te leggen.”

De commissie vond één „ernstige constructiefout” in het bestuurlijk stelsel dat Amsterdam in 2014 invoerde, nadat de Gemeentewet het bestaan van onafhankelijke stadsdeelraden verbood. Namelijk dat Amsterdammers voor twee bestuurslagen mogen stemmen, terwijl bestuurscommissies vrijwel geheel het beleid van de centrale stad uitvoeren. Dat botst, oordeelt de commissie, en verergert het politieke gekonkel.

Maar de voornaamste reden dat het bestuurlijk stelsel nu niet functioneert, is volgens de commissie de houding en het gedrag van de 13.000 werknemers van de gemeente Amsterdam, die overal een politiek spel van maken – zelfs van de taakomschrijving van het onderzoek. Bestuurders zouden met burgers moeten zoeken naar „praktisch werkbare oplossingen”, zegt Brenninkmeijer, in plaats van steeds met elkaar een „partijpolitieke strijd” te voeren.

Een gezonde overheid staat in verbinding met burgers, leerde Brenninkmeijer in zijn tijd als ombudsman. „Dat betekent dat je begint bij de vraag: wat voor effect heeft dit voor mensen? Dat gaat niet over budgetten, niet over bevoegdheden en al helemaal niet over macht. Dat is het woord dat niet uitgesproken mag worden, maar je kunt zeggen dat Amsterdam een speelveld is van machtsoefening. Dat is heel slecht voor een goede verbinding met de burger.”

Brenninkmeijer pleit voor een meer faciliterende politiek. „Dat sluit veel beter aan op de tijdgeest.” Hij verwijst naar een aantal recente onderzoeken, zoals van het Sociaal Cultureel Planbureau, dat aantoont dat burgers minder behoefte aan politiek hebben, maar meer aan democratie.

Het college van b&w komt in het najaar met een reactie.