Poetsen

Ook opa leerde poetsen. Ideetje voor onze jeugd?

illustratie Cyprian Koscielniak

Oma leerde nog poetsen (9/7, Lux), maar opa ook. Voor mij was dat in de jaren vijftig, als geniesoldaat. Je begon je militaire dienst als rekruut met de zesweekse moordenaarscursus, die overigens twee maanden duurde, daarna was je soldaat. Deze opleiding begon met exercitie en poetsen, poetsen, poetsen. Je schoenen, uitrusting met alle koperen badges, gespen, geweer, eetbestek, kortom je hele P.S.U., je Persoonlijke Standaard Uitrusting, een plunjezak vol. Ook de kamer waar je met een man of twaalf woonde werd gepoetst, elke dag. Vloeren, kasten, bedden, ramen, plinten. Controle met een natte vinger of witte zakdoek.

Niet goed? Alles overdoen en opnieuw controle, maar nu iets strenger. De gangen, wasplaatsen, toiletten en overige algemene ruimten werden als corvee over groepen verdeeld, met een competitie. De beste groep kreeg een week vrij van corvee en de slechtste groep kreeg die taak erbij. Het was een heel simpel systeem, maar het werkte. Sommige jongens hadden het er echt moeilijk mee dit soort vrouwenwerk te doen of vonden dit beneden hun stand, maar met lijntrekken werd je niet populair.

Later kwamen er de voertuigen, zware wapens, bootjes, Baileybruggen en verdere genie-uitrusting bij. Plus de plantsoenen op het kazerneterrein. Militaire dienst is nu eenmaal een zeer ingewikkelde, vermoeiende en bovenal kostbare manier van niets doen, in vredestijd tenminste. En poetsen is nuttig, evenals je broek persen en je lach inhouden, dat leer je daar ook.

Nu is dit geen pleidooi om de opkomstplicht opnieuw in te voeren. Maar je zou ook op scholen poetscorvee kunnen invoeren. Niet als lesuur, maar gewoon als learning-on-the-job, en besparing op schoonmaakkosten. Als docenten zouden ze dan wat oud-sergeant-instructeurs kunnen inzetten, die gaan toch met vervroegd pensioen. Het zou ook pedagogisch en taalkundig een verrijking van het onderwijs zijn.

Oor

Van Gogh kende de Bijbel

Waarom verminkte Vincent van Gogh zich? De psychopathologie, psychoanalyse en vergiftigingsleer bieden meerdere verklaringen. Schrijfster Bernadette Murphy voegt als nieuwste inzicht hieraan toe: „Een uiting van altruïstisch gedrag van een empathische man.”

Deze verklaring zegt wellicht meer over de auteur dan over de hoofdpersoon. Achteraf zijn er motieven te over te bedenken, maar welke voorbeelden van een dergelijke daad kende Van Gogh zelf? In elk geval was één ‘oor-afsnijding’ jaar in jaar uit in het domineesgezin besproken. Elke Paasweek had vader Van Gogh ook over zijn gelovigen het verhaal uitgestort van de apostel Petrus die vóórdat de haan drie maal ging kraaien, zijn Heer zou verraden.

Het is het lijdensverhaal van de Heiland, waarmee de schilder (1851-1890) zijn hele leven heeft geleefd. Petrus, Jezus’ meest nabije apostel, trok zijn zwaard toen Jezus geboeid voor de Opperpriester van de Tempel werd gevoerd. In een wanhoopspoging zijn Heer te bevrijden, viel de apostel aan en zoals de Bijbeltekst luidt ‘sloeg in op de dienaar van de Hogepriester en sloeg hem zijn rechteroor af’ (Lucas 22:34).

Het zelfportret van 1889 laat een verbonden rechteroor zien. In de spiegel toonde de kunstenaar zich aan zichzelf met een verwond rechteroor, precies zoals evangelist Lucas heeft geschreven.

In 1888 ging Van Goghs oor eraf. Ongetwijfeld in een daad van psychose. Hij was dus toch de dienaar van de Opperpriester. Vader van Gogh zelf was deze Opperpriester en de zoon de vanzelfsprekende dienaar. Vincent was die dienaar uit de Bijbel die het rechteroor verloor.

In zijn psychose zag de schilder zichzelf tegelijk ook als de dader. Hij was de apostel Petrus die door eigen levenswandel zijn Heer verraadde. ‘Voordat de haan drie maal kraaide’ bracht hij het afgesneden oor naar de plek waar hij pleegde te zondigen. Wellicht nam inderdaad de poetsvrouw van het bordeel in alle vroegte het zoenoffer aan.

Niet vaak is een Bijbeltekst zo letterlijk in de praktijk gebracht. Van Gogh kende de Bijbel.

Caravantoerist

Laatdunkend, onterecht

Redacteur Thomas de Veen slaat in zijn recensie (12/7) een laatdunkende toon aan over de zogenoemde ‘caravantoerist’.

Hij dient zich te realiseren dat deze ‘laagopgeleide’ generatie heeft bijgedragen aan een voor velen (niet iedereen) welvaartscheppende economie. Dat deze mensen laagopgeleid zijn, is geen schande, want niet iedereen heeft het talent en gunstige omstandigheden gekregen om hoog opgeleid te worden. In de jaren vijftig zat Nederland in een opbouwfase en moest er gewerkt worden.

Nu is er een nieuwe generatie (25-45 jaar). En wat presteert deze generatie (wereldwijd)? Zij blaast in 2008 de economie op, te beginnen met een hypothekencrisis, gevolgd door een bankencrisis, een economische crisis en een monetaire crisis, die inmiddels al acht jaar duurt en het einde is nog niet in zicht. Dit alles hebben wij te danken aan deze ‘hoogopgeleide’ generatie. Ik breng even in herinnering het faillissement van Lehman Brothers en de wereldwijde gevolgen, veroorzaakt door het roekeloze management van deze nieuwe generatie.

De gepensioneerde caravantoerist mag op zijn ANWB-reis binnen de groep streven naar gezelligheid. Wat is daar mis mee? Zij hebben in hun werkzame leven gewerkt aan hun inkomenspositie en pensioen, zodat zij zich een auto met caravan kunnen permitteren.

Dit hebben zij verdiend. Uw laatdunkende en sarcastische toon is misplaatst en doet afbreuk aan de waarde en prestaties van deze ‘laagopgeleide’ generatie.